nieuws

Werkkostenregeling: 4 vragen

Instroom

Nieuwe antwoorden op Kamervragen geven meer duidelijkheid over de werkkostenregeling.

Werkkostenregeling: 4 vragen

De werking van de werkkostenregeling (WKR) wordt stukje bij beetje duidelijker. Staatssecretaris Wiebes van Financiën beantwoordde vrijdag Kamervragen over de nieuwe belastingregeling die per 1 januari 2015 eindelijk officieel van kracht gaat. Wat worden we wijzer?

TIP: Laat u bijpraten over alle actuele wetswijzigingen op de HR-wetgeving actualiteitendag op 19 en 26 maart.

1. Reis- en verblijfkosten bedrijfsuitje onder de werkkostenregeling

Kamervraag: Hoe verloopt de fiscale behandeling van reis- en verblijfkosten in het kader van bedrijfsuitjes onder de werkkostenregeling?

Antwoord Wiebes: In de situatie dat een bedrijfsuitje in het kader van de dienstbetrekking plaatsvindt, is voor de reis- en verblijfkosten de gerichte vrijstelling voor reiskosten respectievelijk die voor verblijfkosten van toepassing.
Voor zover de activiteiten op en rond het uitje in overwegende mate een consumptief karakter dragen is sprake van een personeelsfestiviteit. De kosten die hiermee samenhangen kunnen als eindheffingbestanddeel aangewezen worden.
Een dergelijk uitje kan fiscaal gesplitst worden in een deel dat betrekking heeft op reis- en verblijfkosten die geacht wordt plaats te vinden in het kader van een dienstbetrekking en een deel dat geacht wordt betrekking te hebben op een festiviteit. De omstandigheden van het geval zijn bepalend of een dergelijke “knip” aangebracht kan worden. De invulling van het programma en de tijdsbesteding zijn daarbij richtinggevend.

Lees ook: Werkkostenregeling: hier gaat het wringen
Lees ook: Werkkostenregeling staat internetvergoeding thuiswerkers toe
Lees ook: iPad toch niet belastingvrij verstrekt?

2. Noodzakelijkheidscriterium

Kamervraag: Kan het kabinet aannemelijk maken dat het noodzakelijkheidscriterium minder multi-interpretabel is dan het huidige zakelijkheidcriterium?

Antwoord Wiebes: Het grootste verschil met de huidige zakelijkheidseisen is de wijze waarop getoetst wordt of een voorziening al dan niet belast wordt. Als de werkgever zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de voorziening zonder meer nodig is voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking en dus overtuigend is gericht op een optimale bedrijfsvoering, is aan het (nieuwe) noodzakelijkheidscriterium voldaan.
Er zijn diverse indicatoren die erop (kunnen) wijzen dat een voorziening noodzakelijk is. Ook is van belang of de werkgever direct of indirect bepaalt of de voorziening verstrekt wordt en daarvoor de kosten voor zijn rekening neemt. Met dit nieuwe open criterium zal meer naar de omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld of aan het noodzakelijkheidscriterium is voldaan.
Ook wordt gevraagd of werkgevers dit nieuwe criterium steunen. Dat is het geval. Werkgevers hebben zich in de brede consultatie positief uitgesproken over het feit dat met deze nieuwe open norm meer flexibiliteit en een goede aansluiting bij de praktijk geboden worden, in het bijzonder omdat het oordeel van de werkgever het vertrekpunt vormt bij de beoordeling.
Door de beperking tot gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur is gekozen voor een duidelijk af te bakenen terrein. De verwachting is dat werkgevers goed uit de voeten kunnen met het noodzakelijkheidscriterium. Wel is er met name voorlichting nodig om dit nieuwe criterium bij werkgevers nader te introduceren. Daar is inmiddels een aanvang mee gemaakt.

TIP: Lees tips en adviezen over de werkkostenregeling en bestel het handboek De Werkkostenregeling

3. Eindejaarsuitkering, vakantiegeld en bonus onder de werkkostenregeling

Kamervraag: Waarom kan een gebruikelijke eindejaarsuitkering wel als werkkosten worden aangewezen en het gebruikelijke vakantiegeld en een gebruikelijke bonus niet? Kan een eindejaarsuitkering van meer dan 2400 euro als werkkosten worden aangewezen?

Antwoord Wiebes: Feitelijk wordt gevraagd naar de gebruikelijkheidstoets in relatie tot het aanwijzen van loon in geld als eindheffingsbestanddeel en meer in het bijzonder naar de eindejaarsuitkering (gedeeltelijk), het vakantiegeld en de bonus.
De genoemde loonbestanddelen vormen loon in geld waarover in beginsel bij de werknemer belasting wordt geheven, zoals dat past bij het draagkrachtbeginsel. Het gaat bij de toepassing van de werkkostenregeling niet om de vraag of het gebruikelijk is een dergelijk loonbestanddeel in geld te ontvangen, maar om de vraag of het gebruikelijk is om een dergelijk loonbestanddeel aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel, waarbij de belasting niet voor rekening van de werknemer komt.

Gebruikelijkheidstoets
De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de door de werkgever als eindheffingsbestanddeel aangewezen vergoedingen en verstrekkingen (daaronder begrepen door de werkgever als eindheffingsbestanddeel aangewezen gedeelten van vergoedingen en verstrekkingen) niet in belangrijke mate hoger mogen zijn dan wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is om als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de soort vergoeding en verstrekking, de waarde hiervan, de hoogte van deze waarde en welke werknemers de vergoedingen en verstrekkingen wel of juist niet krijgen. Of er sprake is van een gebruikelijke aangewezen vergoeding of verstrekking moet dus worden beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden.
Ter illustratie: een werknemer krijgt 8 procent vakantiegeld. De hoogte van dit vakantiegeld is niet ongebruikelijk. Het is echter wel ongebruikelijk om het vakantiegeld volledig aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel. De uitvoering van het gebruikelijkheidscriterium en het toezicht daarop ligt bij de inspecteur van de Belastingdienst.

€ 2400 per persoon per jaar
In de praktijk hanteert de Belastingdienst bij de beoordeling van het gebruikelijkheidscriterium een doelmatigheidsgrens van € 2400 per persoon per jaar. Het overhevelen van vele duizenden euro’s van loonbestanddelen in geld naar eindheffingsbestanddelen is daarmee niet mogelijk. Dat geldt dus ook voor een eindejaarsuitkering hoger dan € 2400, aangezien het niet gebruikelijk is om dergelijke eindejaarsuitkeringen voor een dergelijk bedrag aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel.

Aanscherping gebruikelijkheidscriterium
Het gebruikelijkheidscriterium is bedoeld om excessen tegen te gaan. Bij de invoering van de werkkostenregeling is al gezegd dat als oneigenlijk gebruik een hoge vlucht gaat nemen dat nadere maatregelen overwogen zullen worden. Onderzocht is of nadere aanscherping van het gebruikelijkheidscriterium noodzakelijk is. Hier blijkt inderdaad behoefte aan te zijn. De wijze waarop de aanscherping bij voorkeur invulling moet krijgen, wordt nader onderzocht. Het streven is om de noodzakelijke wetswijzigingen op te nemen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2015 dat ik in het eerste kwartaal van 2015 aan het parlement ter goedkeuring zal voorleggen.

4. Concernregeling onder de werkkostenregeling

Kamervraag: Gevraagd wordt of bij de toepassing van de concernregeling voor stichtingen in de werkkostenregeling zoals die bij amendement in het BP 2015 is opgenomen, de uitleg (jurisprudentie) inzake de fiscale eenheid voor de btw relevant is of dat er een eigen invulling voor de loonbelasting komt.

Antwoord Wiebes: Uit oogpunt van eenvoudige toepasbaarheid is gekozen voor een set nadere regels in de loonbelasting die de als eenheid opererende stichtingen de mogelijkheid biedt om zelfstandig te beoordelen of de concernregeling kan worden toegepast. Deze set biedt ook de Belastingdienst de mogelijkheid om hier op eenvoudige wijze toezicht op te houden, net als dat bij de concernregeling voor vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal het geval is. Daartoe worden in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 twee voorwaarden opgenomen aan de hand waarvan wordt getoetst of sprake is van de vereiste verwevenheid.
Voor de invulling van de verwevenheid tussen stichtingen wordt dus niet aangesloten bij de al bestaande jurisprudentie op dit punt binnen de omzetbelasting, omdat die voor zowel inhoudingsplichtigen als de Belastingdienst niet leidt tot een eenvoudig toepasbare regeling.
Een vraag is ook of de toepassing van de concernregeling ertoe kan leiden dat vergoedingen en verstrekkingen, bekostigd binnen de vrije ruimte, in hun geheel bij een klein deel van de dochtermaatschappijen terechtkomen. Het is inherent aan de systematiek van de concernregeling dat er een zekere herverdeling van de vrije ruimte tussen de deelnemende concernonderdelen kan ontstaan.

Gebruikelijkheidstoets
Ook bij toepassing van de concernregeling geldt de gebruikelijkheidstoets, waarbij per werknemer beoordeeld moet worden of de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate afwijken van hetgeen in voor het overige overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen. Daarom is de verwachting dat het kleine verschuivingen betreft. De ontwikkelingen op dit punt zal de staatssecretaris nauwlettend volgen en waar nodig aanvullende maatregelen overwegen.

Dit artikel verscheen eerder op het platform Over Salarisadministratie

TIP: Laat u helemaal bijpraten op de cursusdag De werkkostenregeling: goed geregeld? op 3 februari.

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels