nieuws

Hoe zet je een pensioenregeling op?

Instroom

Als een werkgever besluit zijn werknemers een pensioenregeling aan te bieden, moeten er vooraf wel wat keuzes gemaakt worden. Wat komt er zoal bij kijken?

Hoe zet je een pensioenregeling op?

Wie een pensioenregeling wil starten, moet niet over één nacht ijs gaan. Als een arbeidsvoorwaarde eenmaal is toegezegd, kan hij namelijk niet zomaar ingetrokken worden. Een wijziging doorvoeren in het nadeel van de werknemer is een moeizame en kostbare aangelegenheid. Het is dus verstandig alle consequenties van het aanbieden van een pensioenregeling goed uit te werken, voordat de plannen aan de werknemers worden voorgelegd.

Bedrijfstakpensioenfonds verplicht?

De uitvoering van de pensioenregeling moet bij een onafhankelijke pensioenuitvoerder worden ondergebracht. De Pensioenwet en de Wet op de loonbelasting 1964 verbieden het om gelden die nodig zijn voor de opbouw van pensioen binnen de eigen organisatie te houden.
Een belangrijke vraag is of het bedrijf onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds valt. Zoals de naam aangeeft is een bedrijfstakpensioenfonds werkzaam voor alle werkgevers in de bedrijfstak. De overheid kan deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds verplicht stellen. In dat geval is er weinig keus: het bedrijf moet zich aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds (zie Bedrijfstakpensioenfonds). Als de werkgever dit niet doet, kan deelneming later met terugwerkende kracht verplicht worden gesteld.
Een werkgever die geen verplichting heeft om zich bij een bedrijfstakpensioenfonds aan te sluiten, kan de pensioenregeling onderbrengen bij een pensioenverzekeraar of in een aantal gevallen bij een premiepensioeninstelling. Voor grote bedrijven kan ook een ondernemingspensioenfonds van toepassing zijn.

Voor wie?

Vaak geldt een pensioenregeling voor alle werknemers. Het is echter mogelijk om bijvoorbeeld een andere pensioenregeling te hebben voor binnendienstmedewerkers dan voor buitendienstmedewerkers.Daarbij moet er wel op gelet worden dat er niet direct of indirect onderscheid gemaakt wordt tussen bijvoorbeeld mannen en vrouwen. Wetgeving op het gebied van gelijke behandeling schrijft namelijk voor dat in het kader van arbeidsvoorwaarden geen onderscheid mag worden gemaakt tussen mannen en vrouwen, volledige dienstverbanden en deeltijddienstverbanden, arbeidscontracten voor bepaalde of onbepaalde tijd en leeftijdscategorieën. Alleen voor de toe- en uittredingsleeftijd in de pensioenregeling mag er nog onderscheid naar leeftijd gemaakt worden. Zo mag de toetredingsleeftijd in de pensioenregeling niet groter dan 21 jaar zijn en is het gerechtvaardigd om de arbeidsovereenkomst op de AOW-leeftijd te beëindigen. Ander onderscheid mag alleen gemaakt worden als dit objectief gerechtvaardigd is. Een andere pensioenregeling voor een bepaalde afdeling zou dan mogelijk kunnen zijn. Als echter bijvoorbeeld op de betreffende afdeling alleen vrouwen werken, is er mogelijk toch sprake van een verboden onderscheid.

Waar moet je als werkgever nog meer op letten bij de start van een pensioenregeling? Kijk op PW  De Gids Vakbase.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels