nieuws

Wat weet HR eigenlijk van pensioen?

Instroom

Het pensioenbewustzijn van de werknemers is laag, blijkt uit diverse onderzoeken. Maar wat weet de HR-professional zelf eigenlijk van pensioen? Vijf vragen en antwoorden om de kennis snel bij te spijkeren.

Wat weet HR eigenlijk van pensioen?

Bijna drie van de vier Nederlandse werknemers zijn blij dat zij via hun werkgever automatisch geld opzij zetten voor hun pensioen, zo blijkt uit recent onderzoek van verzekeraar Aegon. Wel hebben ze volgens de verzekeraar moeite met de verplichting tot sparen bij een bepaald pensioenfonds. “We zien vooral bij jongeren een groeiende behoefte om zelf uit te maken bij wie ze pensioen opbouwen. Ik verwacht op den duur een stelsel waarin de keuze voor een pensioenuitvoerder vrij is”, zegt Aegon-directeur en bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht Herman Kappelle.

Ook voorspelt hij dat deeltijdpensioen de nieuwe norm gaat worden. Meer dan de helft van de werknemers denkt namelijk geleidelijk met pensioen te gaan of domweg door te werken nadat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Genoeg trends en ontwikkelingen dus en bijblijven op dit gebied is lastig voor HR-managers. PW De Gids spijkert uw kennis snel bij aan de hand van vijf vragen en antwoorden.

1 Wat houdt de pensioenwet concreet eigenlijk in?

De Pensioenwet geeft werknemers meer zekerheid over de toekomstige uitbetaling van hun pensioen. Daarvoor worden er eisen gesteld aan de omvang van het eigen vermogen van de pensioenfondsen.  Werkgevers hebben met deze pensioenwet, ingevoerd in 20007, een strenge informatieplicht gekregen. Ze moeten werknemers beter informeren over hun rechten en plichten rond pensioen. Bovendien moet een werkgever alle  werknemers vanaf 21 jaar een pensioen aanbieden. Meer weten? Kijk dan op PW De Gids Vakbase.

2 Welke pensioensystemen zijn er?

De kosten van de pensioenregeling worden mede bepaald door de kwaliteit van de pensioenregeling. De kwaliteit wordt weer bepaald door het gehanteerde pensioensystemen en de pensioensoorten. Een goede afweging tussen pensioensystemen en pensioensoorten voorkomt onaangename verrassingen.

Globaal worden pensioensystemen ingedeeld in systemen waarbij de hoogte van de pensioenaanspraken het uitgangspunt vormen en systemen waarbij de premies het uitgangspunt vormen. De systemen worden vaak met hun Engelse namen aangeduid: defined benefit en defined contribution. Binnen de defined benefitsystemen zijn twee hoofdvormen: eindloon- en middelloonregelingen. Dit levert de drie meest voorkomende typen pensioensystemen op:

  1. Eindloonregelingen (defined benefit).
  2. Middelloonregelingen (defined benefit).
  3. Beschikbarepremieregelingen (defined contribution).

De bekendste pensioensystemen zijn eindloon, middelloon en beschikbare premie. De bekendste pensioensoorten zijn ouderdomspensioen, partnerpensioen, wezenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. Lees meer over de pensioensystemen op PW De Gids Vakbase.

 3 Wat zijn de belangrijkste veranderingen in de pensioenopbouw?

De Eerste Kamer heeft eind mei het wetsvoorstel over de fiscale hervorming van de pensioenopbouw goedgekeurd. De twee belangrijkste veranderingen in het opbouw van het pensioen zijn:

  1. Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen. Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie.
  2. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op € 100.000 (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon.

Als gevolg van deze aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger nettoloon. Dit moet  een bestedingsimpuls aan de economie geven. De gevolgen van de veranderingen zullen het grootste zijn voor jongere werknemers, die over hetzelfde aantal jaren minder pensioen zullen opbouwen. Oudere werknemers hebben vaak het grootste deel van hun pensioen al bij elkaar gespaard. Meer weten over pensioenopbouw? Kijk op PW De Gids Vakbase.

4 Deeltijdpensioen, hoe zit dat eigenlijk? Kan dat altijd?

In sommige regelingen is deeltijdpensioen mogelijk. Niet altijd dus. Deeltijdpensioen zal vaak gebruikt worden om al voor de pensioenrichtleeftijd minder te gaan werken en als inkomensaanvulling een deel van het pensioen op te nemen. Omgekeerd is in principe ook mogelijk: door na leeftijd 65 jaar in deeltijd te blijven werken en een deel van het pensioen op te nemen. Fiscaal is uitstel van de pensioendatum mogelijk voor zover en voor zo lang de werknemer blijft werken.

Eerder met pensioen gaan heeft als consequentie dat het pensioen wordt verlaagd (zie ook Lagere pensioenleeftijd in regeling). Als vuistregel kan gerekend worden met een verlaging van ongeveer 8% voor elk jaar dat het pensioen eerder ingaat.

In de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling is voorzien in een 40-deelnemingsjarenpensioen als aanvulling op het levenslang ouderdomspensioen. Als een  werknemer 40 jaar heeft gewerkt en pensioen heeft opgebouwd, kan hij deze aanvulling vanaf de leeftijd van 63 jaar laten ingaan, tegelijk met vervroegde ingang van het levenslang ouderdomspensioen. Overigens is dit geen recht en moet deze mogelijkheid door het reglement en de werkgever worden geboden.Meer weten over deeltijdpensioen? Kijk op PW De Gids Vakbase.

 5 Hoe zit het nu ook alweer met die pensioenleeftijd?

In 2012 is de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd aangenomen waarin de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2013 stapsgewijs zal stijgen naar 67 jaar en waarin de fiscale pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd naar 67 jaar voor pensioenopbouw vanaf 2014.

Voor veel deelnemers zullen verschillende pensioenleeftijden uiteen gaan lopen. Bestaande pensioenaanspraken met een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar. Nieuwe pensioenaanspraken met een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. En een AOW-uitkering die afhankelijk van geboortejaar ligt tussen 65 en 67 jaar. Dit zal er toe leiden dat veel deelnemers gaan schuiven met de feitelijke ingangsdatum van hun pensioenen. Meer weten over de pensioeningangsdatum? Kijk op PW De Gids Vakbase.

Tip: Heeft u de smaak helemaal te pakken? Kijk dan voor de basiscursus Collectieve Pensioenen op PW De Gids Opleidingen. 
Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels