nieuws

900.000 Nederlanders hebben ‘baantje’

Instroom

In het tweede kwartaal werkte 11 procent van de werkenden minder dan twaalf uur per week.

900.000 Nederlanders hebben ‘baantje’

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Personen met een kleine baan horen volgens de nationale definitie niet tot de werkzame beroepsbevolking, maar volgens de internationale definitie wel. Het CBS stapt per 2015 permanent over op de internationale definitie, de definitie van de International Labour Organisation (ILO).

TIP: Lees welke ontwikkelingen er gaande zijn in onze beroepsbevolking op PW De Gids Vakbase.

Kleine baan

Er waren in het tweede kwartaal van 2014 bijna 7,2 miljoen personen die werk hadden van twaalf uur of meer per week. Daarnaast waren er bijna 900 duizend personen met een kleine baan: zij werkten minder dan twaalf uur.
Het aandeel met een kleine baan onder alle werkenden is in de periode 2004-2014 nauwelijks veranderd. Kleine banen worden wel steeds vaker door jongeren bezet. In 2014 was 62 procent van de personen met een kleine baan 15 tot 25 jaar. In 2004 was dat nog 53 procent.

Werk en studie

Bijna driekwart van degenen met een kleine baan ambieert ook niet om twaalf uur of meer te werken. Dat komt vooral omdat zij het werk combineren met een opleiding of studie. Onder jongeren is een opleiding in negen op de tien gevallen de belangrijkste reden om niet meer uren te willen werken. In de zomer compenseren veel jongeren hun kleine baantje met extra geld door een vakantiebaantje.
Boven de 35 jaar zijn andere redenen het belangrijkst voor het beperkte aantal werkuren. Zorg voor het huishouden is bij zes op de tien 35- tot 45-jarigen de aanleiding. Onder 45- tot 55-jarigen geeft bijna een kwart aan dat ziekte of arbeidsongeschiktheid de reden is. Bij personen van 55 tot 65 jaar is prepensioen of hoge leeftijd de meest voorkomende reden.

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels