nieuws

Minder gebruik kinderopvang

Instroom

Werkende ouders maken sinds 2012 minder gebruik van kinderopvang. Toch is het merendeel daardoor niet minder gaan werken.

Minder gebruik kinderopvang

Dat blijkt uit het maandag verschenen SCP-­onderzoek Krimp in de kinderopvang, Ouders over kinderopvang en werk. Het rapport beschrijft de keuzes die ouders maken ten aanzien van opvang en werk. Het onderzoek werd opgestart naar aanleiding van de gestegen opvangkosten door de bezuinigen op de kinderopvangtoeslag. In totaal werden 4600 werkende ouders ondervraagd. 1,6 uur minder werken Voor de gehele groep (voormalig) gebruikers van kinderopvang in 2011 geldt dat de moeders nu gemiddeld 1,6 uur minder werken dan destijds (inclusief degenen die niet meer werken). De arbeidsduur van de vaders nam af met 0,7 uur bij de dagopvang en 1,4 uur bij de buitenschoolse opvang. In gezinnen die geen opvang meer hebben, daalde de gemiddelde arbeidsduur van de vaders, maar vooral van de moeders het sterkst. In gezinnen die nog evenveel opvang hebben, nam die niet af. Vorig jaar zomer bleek uit cijfers van het CBS ook dat vooral het aantal uren van werkende moeders van kinderen tussen de 0 en 3 jaar afnam. Evenveel werken Toch betekent minder opvang lang niet altijd dat ouders minder werken. In gezinnen die eind 2011 gebruik maakten van kinderopvang en sindsdien de opvang hebben ingekrompen of stopgezet, werkt driekwart van de vaders nog evenveel. Bij de moeders is dit iets lager, maar ook van hen werkt ruim de helft (dagopvang) tot twee derde (bso) ondanks minder of geen opvang nog steeds evenveel uren. Wel vinden moeders die minder opvang hebben dan ze hadden, of hadden gewild, wat vaker dat werk en zorg uit balans zijn. Minder opvang door werkloosheid Als minder of geen opvang wèl hand in hand gaat met minder of geen werk, blijkt dat werkloosheid vaak de achterliggende reden is. In bijna de helft van deze gevallen heeft de vader of moeder (deels) ontslag gekregen. Nog eens ongeveer drie op de tien vaders en moeders ging op eigen initiatief minder werken of stoppen, omdat ze meer zelf voor het kind wilden zorgen, de combinatie werk en zorg te zwaar vonden of hun werk niet leuk. In al deze gevallen is het opzeggen van (een deel van) de kinderopvang dus niet de oorzaak, maar het gevolg van het feit dat een van de ouders minder of niet meer werkt. Ze hebben minder opvang nodig, of deze werd, door het wegvallen van de   kinderopvangtoeslag of het gedaalde gezinsinkomen, te duur. Slechts bij een op de zes à zeven ouders die nu minder werken dan in 2011 én minder opvang hebben is het wegvallen van (een deel van) de opvang de reden waarom ze   minder werken. Ten opzichte van de totale onderzoeksgroep, dus alle ouders die   in 2011 gebruik maakten van formele opvang, gaat het om 2 à 3 procent van de vaders en moeders (dagopvang respectievelijk buitenschoolse opvang) die nu minder werkt, omdat ze minder kinderopvang hebben. TIP: Per 2015 blijven er van de tien kindregelingen voor tegemoetkoming van ouders slechts vier over. Hoe zit het met de kinderopvangtoeslag?

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels