nieuws

Nieuwe wetten sluiten slecht aan op HR-praktijk

Instroom

Nieuwe wetgeving als de WWZ en de Participatiewet sluiten slecht aan op de HR-werkelijkheid. Daarmee schieten ze hun doel voorbij. 

Nieuwe wetten sluiten slecht aan op HR-praktijk

Slechts 6 procent van de HR-professionals verwacht dat de Wet werk en zekerheid (>PW De Gids Vakbase) de werknemer daadwerkelijk meer zicht op een vast dienstverband geeft. Een op de vijf denkt medewerkers zelfs eerder te ontslaan met de ingang van de WWZ-onderdelen per 1 juli. Daarnaast geeft 15 procent aan de Participatiewet totaal niet als prioriteit te zien. Bijna de helft (47 procent) nog niets gedaan om aan de wet te voldoen, en 18 procent is dat ook helemaal niet van plan.
Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek ‘HR Trends 2015-2016’, een onderzoek van HR- en salarisdienstverlener ADP Nederland, organisatieadviesbureau Berenschot en Performa Uitgeverij onder ruim 800 Nederlandse HR-professionals.

WWZ: contracten juist sneller beëindigd

Belangrijk uitgangspunt van de Wet Werk en Zekerheid is om het nieuwe ontslagrecht eenvoudiger, sneller, eerlijker en minder kostbaar te maken voor werkgevers. Minder dan de helft van de HR-professionals (44 procent) denkt echter dat het voor hen daadwerkelijk goedkoper wordt om werknemers te ontslaan. Een op de vijf (20 procent) denkt dat door de wijzigingen vaste contracten sneller worden beëindigd.
Hoewel het doel van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is flexibele arbeidskrachten meer zekerheid te bieden over hun baan, verwacht slechts 6 procent van de HR-professionals meer werknemers een vast contract aan te bieden.
Dik van Leeuwerden, bij ADP verantwoordelijk voor de kennis over wet- en regelgeving op het gebied van HR en salarisverwerking, verwacht dat bedrijven maximaal drie opeenvolgende contracten geven. “Deze contacten zullen in veel gevallen beperkt worden tot een totale duur van 23 maanden. Hierdoor voorkomt de werkgever het ontstaan van een vast contract en is ook geen transitievergoeding verschuldigd”.
De collectieve sector blijkt het meest vatbaar voor de nieuwe wetgeving: 12 procent van de HR-professionals verwacht werknemers eerder een vast contract te geven. Meer dan de helft van de ondervraagden binnen de collectieve sector denkt dat de duur van flexibele contracten wordt ingeperkt.

Lees ook: Nieuw ontslagrecht: hier wordt het lastig
Lees ook: Transitievergoeding: zo bespaart HR veel geld

Weinig beleid voor flexibele schil

Gemiddeld bestaat maar liefst 15 procent van het totale personeelsbestand van Nederlandse organisaties uit flexibele arbeidskrachten en maar liefst 84 procent van de organisaties werkt met flexibele werknemers. Toch zegt 43 procent van de HR-professionals geen enkele beleidsvorm te hebben ten aanzien van hun flexibele arbeidskrachten.

Participatiewet: positieve discriminatie

Slechts 15 procent van de HR-professionals ziet het nastreven van de Participatiewet als prioriteit. Voor Dik van Leeuwerden komt dit niet onverwacht. “Voor veel werkgevers is het nog onduidelijk wat er in de praktijk van hen wordt verwacht en wie het initiatief moet nemen. Dit verklaart de afwachtende houding.”
In totaal heeft 47 procent van de Nederlandse bedrijven ondanks de Participatiewet nog geen maatregelen getroffen om extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Een op de vijf HR-professionals (18 procent) geeft zelfs aan dit in de toekomst ook niet van plan te zijn. Uit eerder onderzoek van Tilburg University bleek onlangs overigens ook dat de loonprikkel van de Participatiewet slechts een gering effect zal hebben.
Met name HR-professionals in de sectoren ‘kennisintensieve dienstverlening’ (23 procent) en ‘handel en transport’ (22 procent) laten de Participatiewet liever voor wat het is en accepteren daarmee een eventuele boete. Uit de toelichtingen bij het onderzoek blijkt dat veel organisaties de Participatiewet bewust niet naleven, bijvoorbeeld omdat de werkzaamheden dit niet toestaan of omdat HR-professionals niet willen meedoen aan positieve discriminatie.
Daar staat tegenover dat een kwart (26 procent) van de organisaties, naast het huidige aanbod, ernaar streeft nog meer banen te creëren voor arbeidsgehandicapten. Ook geeft 29 procent aan nog geen extra banen te hebben, maar deze wel te willen creëren. Met name de collectieve sector staat hier voor open (34 procent). De belangrijkste motivaties om hieraan te voldoen, zijn maatschappelijk verantwoord ondernemen (77 procent) en het voorkomen van een eventuele quotumheffing (34 procent).

Lees ook: Participatiewet invullen? 7 tips

Slachtoffer WKR: fiets van de zaak

Hoewel het sinds 1 januari wet is, is 11 procent nog altijd niet begonnen met de invoering van de werkkostenregeling of weet nog niet of de organisatie hier mee begonnen is. Van de organisaties die de werkkostenregeling wel hebben doorgevoerd, geven vier op de tien HR-professionals aan de arbeidsvoorwaarden als gevolg van de werkkostenregeling te hebben aangepast. Onlangs werden er overigens weer nieuwe wijzigingen in de werkkostenregeling bekend gemaakt.
Meest genoemd is de fiets van de zaak (54 procent), bijvoorbeeld door de fietsregeling af te schaffen (44 procent) of de termijn te verlengen (7 procent), waardoor werknemers langer met hun fiets moeten doen. Andere ‘slachtoffers’ zijn de bedrijfsfitness (14 procent) en de vakbondsvergoeding, die bij 7 procent van de organisaties naar aanleiding van de werkkostenregeling is afgeschaft.

TIP: Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen in het arbeidsrecht op de HR-wetgeving actualiteitendag op 8 en 15 oktober. 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels