artikel

Leren op workshops en conferenties

Personeelsmanagement

Uit de wetenschappelijke literatuur is bekend dat werkenden blijven leren door het volgen van opleidingen en cursussen en door informeel te leren op de werkplek. Dit artikel geeft inzicht in een andere belangrijke vorm van leren: het deelnemen aan workshops en conferenties.

Leren op workshops en conferenties

Door Andries de Grip en Astrid Pleijers

Zowel de onderwijskundige literatuur als de economische en HR-literatuur over het leren van werkenden, richt alle aandacht op de deelname aan cursussen en trainingen of op het informele leren tijdens het werk. Maar als we alleen al kijken naar alle advertenties in diverse vakbladen waarin voor het vakgebied interessante conferenties worden aangekondigd, dan lijkt hier sprake van een opmerkelijke witte vlek: voor professionals kan de deelname aan workshops en conferenties een belangrijke rol spelen in hun professionele ontwikkeling.

Deelname werkenden aan workshops

Het belang van de workshop- en conferentiedeelname blijkt ook duidelijk uit cijfers van het CBS: de jaarlijkse deelname van werkenden aan een workshop of conferentie ligt met 40 procent op vrijwel hetzelfde niveau als de deelname aan een korte of langere cursus, training of opleiding.

Verschillen tussen workshop en opleiding

Waarin verschilt een workshop of conferentie van een cursus, training of opleiding? Bij een workshop of conferentie wordt op een interactieve wijze kennis gedeeld en worden ideeën uitgewisseld. Workshops en conferenties zijn daarom bij uitstek geschikt om te netwerken met mensen uit eenzelfde vakgebied of branche buiten de eigen organisatie.

Kennisoverdracht en trainen

Bij een opleiding, cursus of training zijn kennisoverdracht en het trainen van vaardigheden de voornaamste doelen. Een ander belangrijk verschil is dat een opleiding, cursus of training breder, diepgaander en intensiever is dan een workshop of conferentie. Workshops en conferenties hebben dan ook een beperkte tijdsduur, variërend van een uur tot enkele dagdelen, terwijl een opleiding, cursus of training langer duurt: van een dagdeel tot meerdere jaren (Training Advies Organisatie, 2016).

Actieve deelname in workshop

Bij een workshop speelt actieve deelname een belangrijke rol. Hierin komen theorie en praktijktoepassingen tegelijkertijd aan bod. Een docent of workshopleider legt een onderwerp uit en laat zien hoe dit in de praktijk uitgevoerd moet worden. Deelnemers passen daarna het geleerde direct toe. Intensieve discussie en het oefenen en verbeteren van vaardigheden staan centraal, waarbij de workshopleider aanwezig is om bij te sturen en aanvullende informatie te geven.

Grootschalige bijeenkomst

Een conferentie is een meer grootschalige bijeenkomst rond een bepaald thema, waar bijvoorbeeld wetenschappers of mensen uit het bedrijfsleven aan deelnemen. Tijdens een conferentie worden gedachten over een bepaald thema gevormd en staat het uitwisselen van ideeën centraal. Vaak zijn er een dagvoorzitter, meerdere sprekers en discussieleiders (Wikipedia).

Waarom deelnemen aan een workshop of conferentie?

Zowel in het theoretisch als het empirisch onderzoek is er weinig notie voor de vraag waarom iemand naar een workshop of conferentie gaat.
Een uitzondering vormt de studie van Darr e.a. (1995) in Management Science naar de kennistransfers tussen organisaties. De auteurs laten zien dat de communicatie en persoonlijke relaties met mensen die in een soortgelijke functie in andere organisaties werkzaam zijn, heel waardevol is om up-to-date te blijven in je professie. Vanuit dit perspectief kan het erg nuttig zijn om naar een workshop of conferentie te gaan, waar je niet alleen kunt luisteren naar de lezingen van experts, maar ook uitgebreid kunt netwerken met andere deelnemers die soortgelijk werk doen.

Frisse blik van buiten het bedrijf

Deze redenering geeft aan dat de deelname aan workshops in het verlengde ligt van het leren van directe collega’s, maar daar een frisse, vernieuwende blik van buiten het bedrijf aan kan toevoegen. Darr e.a. (1995) illustreren dit met een voorbeeld uit de sector van de pizzarestaurants in de Verenigde Staten, waarin tijdens een regionale workshop in een presentatie een goede tip werd gegeven over hoe je de pepperoni beter verspreid krijgt op een panpizza. Kort na de conferentie werd de nieuwe methode in alle restaurants in de regio toegepast.

Opereren in dynamische omgeving

Vrijwel alle bedrijven en andere organisaties opereren momenteel in een zeer dynamische omgeving die zich kenmerkt door snelle technologische en organisatorische ontwikkelingen, internationale concurrentie op afzetmarkten en snelle veranderingen in de vraag van consumenten. Jansen e.a. (2005) laten zien dat ‘state of the art’ kennis op al deze terreinen erg belangrijk is voor de concurrentiekracht van een organisatie, omdat deze hierdoor meer openstaat voor innovaties.

Kennis van nieuwe ontwikkelingen

Daarbij gaat het vooral om kennis van nieuwe ontwikkelingen in Research & Development, veranderingen in de organisatie van het werk, marktontwikkelingen, (aanstaande) veranderingen in wetgeving en dergelijke. Door hier in een vroeg stadium van op de hoogte te zijn, kan een bedrijf hier vroegtijdig op anticiperen. Het laten deelnemen van organisatieleden aan conferenties en workshops kan hier een goede bijdrage aan leveren.

Nieuwe inzichten en best practices

Verschillende studies (bijvoorbeeld Brockmeyer (1998); Llewellyn e.a. (2006)) laten zien dat workshops en conferenties ook een erg belangrijke rol vervullen bij het verspreiden van ‘best practices’ in een sector.

Uit deze studies kan worden afgeleid dat vooral leidinggevenden en hoger opgeleide professionals, die op een bepaald terrein beslissingsbevoegdheid hebben binnen een organisatie, veel baat kunnen hebben bij een workshop of conferentie die betrekking heeft op hun vakgebied of bedrijfssector. Zij kunnen de opgedane nieuwe inzichten en best practices immers gaan uitzetten binnen hun organisatie en de vernieuwingen doorvoeren, of op zijn minst de vereiste discussie hierover in de organisatie op gang brengen.

Wie gaan er naar een workshop of conferentie?

De geringe aandacht in de wetenschappelijke literatuur voor het leren van werkenden door deelname aan een workshop of conferentie is waarschijnlijk toe te schrijven aan het ontbreken van de hiervoor vereiste databronnen. Op basis van de cijfers van de Adult Education Survey (AES) 2012 van het CBS is het echter mogelijk om de sluier enigszins op te lichten.

Onze analyse richt zich op de 2.270 respondenten die ten minste twaalf uur per week werkzaam waren. Daarbij kijken we naar het antwoord op de vraag: ‘Heeft u in de afgelopen twaalf maanden een workshop of congres gevolgd, bijvoorbeeld een workshop fotografie of gezondheidscongres? Ja/Nee’.

Deelnamepercentages

De deelnamepercentages bevestigen de verwachting dat het vooral leidinggevenden en hoogopgeleide professionals zijn die vaak naar workshops of conferenties gaan: 60 procent van de leidinggevenden en 58 procent van de professionals participeerde in het jaar voorafgaand aan de enquête in een workshop of conferentie. Maar meer in het algemeen is de deelname onder hoogopgeleide werkenden hoog: 57 procent van degenen met een hbo- of wo-opleiding nam deel aan één of meerdere workshops en/of conferenties.

Onder laagopgeleiden (15%) en middelbaar opgeleiden (34%) liggen deze percentages veel lager. Bij hen liggen de behoefte en/of de mogelijkheden om – door naar een workshop of conferentie te gaan – op de hoogte te geraken van nieuwe ontwikkelingen in het eigen vakgebied kennelijk veel lager.

Geen verschil mannen en vrouwen

Tussen mannen (39%) en vrouwen (42%) is er vrijwel geen verschil in de workshop- en conferentiedeelname. Wel is er sprake van grote leeftijdsverschillen: 35- tot 55-jarigen nemen het vaakst deel aan een workshop of conferentie. Jongere werkenden lijken zich de eerste jaren van hun loopbaan nog niet vaak langs deze weg verder te ontwikkelen. Mogelijk zitten ze ook nog niet in een positie waarin dat voor de organisatie waar ze werken belangrijk is.

Ook 55-plussers gaan weer wat minder vaak naar een workshop of conferentie. Naarmate de pensioneringsleeftijd verder wordt opgeschoven naar een hogere leeftijd mag echter verwacht worden dat de workshop- en conferentiedeelname voor deze leeftijdsgroep belangrijker gaat worden (zie ook Montizaan e.a., 2010).

Type arbeidscontract

Als we kijken naar het type arbeidscontract dan zien we dat de workshop- en conferentieparticipatie veel hoger is onder werkenden met een vast contract (43%) dan onder degenen met een flexibel contract (27%). Ook blijkt dat de deelname veel hoger is bij mensen die al langer bij een organisatie werkzaam zijn. Van de medewerkers die minder dan twee jaar werkzaam zijn in hun huidige werkkring heeft 28% aan een workshop of conferentie deelgenomen, terwijl de deelname bij de medewerkers die meer dan tien jaar in dienst zijn op 43 procent ligt.

Netwerkvorming voor zelfstandigen

Deze cijfers geven aan dat vooral de medewerkers die nauw aan de organisatie verbonden zijn workshops en conferenties gebruiken voor hun externe netwerkvorming en het up-to-date houden van hun competenties. Wat dat betreft is het interessant om te zien dat de workshop- en conferentiedeelname ook hoog is onder zelfstandigen (37%). Het is uit de literatuur bekend dat zelfstandigen weinig scholing volgen, maar workshops en conferenties bieden voor hen waarschijnlijk ideale mogelijkheden voor netwerkvorming en het verwerven van state of the art kennis.

Financiële dienstverlening

Opmerkelijk is ook dat de workshop- en conferentiedeelname verreweg het hoogst is in de financiële dienstverlening (66%). Dat is overigens een sector waar de scholingsparticipatie al hoog is, maar het geeft ook aan dat het voor de mensen die werkzaam zijn in deze sector erg belangrijk is om een goed extern netwerk op te bouwen en te beschikken over state of the art kennis. Ook in het onderwijs, de overheid en de zorg is de workshop- en conferentiedeelname hoog (51%). Net als de financiële dienstverlening, is de publieke sector een sector waarin veel hoogopgeleide professionals werkzaam zijn.

Omvang organisatie speelt rol

Ten slotte blijkt dat mensen die werkzaam zijn in een grotere organisatie met meer dan honderd werknemers veel vaker naar een workshop of conferentie gaan (45%) dan medewerkers van bedrijven met minder dan honderd werknemers. Daarbij valt het op dat de workshop- en conferentiedeelname van medewerkers van kleine bedrijven met minder dan tien werknemers weer wat hoger is (35%) dan van medewerkers van de iets grotere bedrijven (28%). Net als bij de zelfstandigen is het voor de medewerkers van deze kleine organisaties waarschijnlijk een efficiënte manier om up-to-date te blijven en een netwerk op te bouwen met professionals die elders werkzaam zijn.

Samenstelling van groep workshopdeelnemers

De AES-cijfers geven ook een indicatie van de samenstelling van de groep werkenden die workshops en conferenties bezoekt. Maar liefst 58 procent van de deelnemers aan workshops en conferenties is hoogopgeleid. De workshops en conferenties voor professionals hebben met 38 procent verreweg het grootste marktaandeel, terwijl de technici en vakspecialisten en leidinggevenden goed zijn voor respectievelijk 20 procent en 14 procent van de totale workshop- en conferentiedeelname.

Deelnemers verdeeld naar sector

Als we kijken naar de sector waarin deelnemers van workshops en conferenties werkzaam zijn, dan blijkt dat de werkenden in de publieke sector (inclusief onderwijs en gezondheidszorg) goed zijn voor bijna de helft (46%) van alle workshop- en conferentiedeelname in Nederland, op grote afstand gevolgd door de zakelijke dienstverlening (10% van alle deelnemers) en de sector handel, horeca en vervoer (8%). De andere sectoren hebben slechts een klein marktaandeel. En het overgrote deel (72%) is werkzaam bij een grotere onderneming met meer dan honderd medewerkers.

Tot slot

Met dit artikel hebben we enig inzicht gegeven in de beweegredenen voor werkenden om aan een workshop of conferentie deel te nemen en een beeld geschetst van de achtergronden van de deelnemers. We hebben daarbij gebruikgemaakt van de Adult Education Survey, bij ons weten de enige databron die hier inzicht in geeft. Deze data geven helaas geen inzicht in de vraag waarom iemand een workshop of conferentie heeft gevolgd. Hierdoor is het ook niet mogelijk om een scherp onderscheid te maken tussen werkgerelateerde workshops en conferenties, en workshops en conferenties die louter uit hobby of interesse worden gevolgd.

Belangrijke rol workshops

Het blijft opmerkelijk hoe weinig aandacht er tot op heden is voor de rol die de workshop- of conferentiedeelname speelt voor de kennisontwikkeling van werkenden. Dit temeer omdat deze leerweg waarschijnlijk een zeer belangrijke rol speelt voor medewerkers die zich hoger in de organisatie bevinden en daarmee bepalend is voor de continuïteit van de organisatie.

Doelstellingen en opzet

De organisatie is mede afhankelijk van de mate waarin de hiervoor genoemde medewerkers kunnen beschikken over state of the art kennis van hun vakgebied, managementvraagstukken en ‘best practices’ in hun sector. Meer inzicht in de betekenis van workshops en conferenties, die verschillen in doelstellingen en opzet (bijvoorbeeld vakgericht of sectorgericht, inhoudelijke focus versus netwerkvorming, lezingen versus groepsdiscussies, e.d.), kan zeer waardevol zijn voor het vergroten van de effectiviteit van workshops en conferenties voor de deelnemers en de organisaties waar zij werkzaam zijn.

Spreiding van kennis

Tegelijkertijd is het ook een interessante vraag voor de HRD-professie op welke manier de laag- en middelbaar opgeleide werkenden, die veel minder vaak naar een workshop of conferentie gaan, met enige regelmaat op de hoogte worden gesteld van nieuwe ontwikkelingen in hun vakgebied. Moeten er meer workshops of conferenties worden georganiseerd voor deze doelgroepen, of vereist dit een betere verspreiding van deze kennis binnen de organisatie?

Prof. dr. Andries de Grip is hoogleraar Arbeidsmarkt en scholing aan de Universiteit Maastricht en directeur van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA).
Dr. Astrid Pleijers is onderzoeker op het thema Arbeid en Opleiding bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.


Leer meer over kennisoverdracht tijdens het elfde nationaal event Opleiding & Ontwikkeling.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels