blog

Basisopleiding en basisinkomen tegen baanverlies door robotisering

Personeelsmanagement

Sinds 2016 is Nederland voor het eerst leidend in Europa op het gebied van innovatie. Dat is natuurlijk een prestatie van hoog niveau, maar het toont ook tegelijkertijd de kwetsbaarheid ervan.

Basisopleiding en basisinkomen tegen baanverlies door robotisering

Door: Chantal Geelhoed

Innovatie valt of staat met bijblijven op kennisgebied. Als we de positie van Nederland willen vasthouden, is het belangrijk om het kennisniveau van onze beroepsbevolking voortdurend op peil te houden.

Maar hoe doe je dat in een wereld die door technologie zo snel verandert, dat we niet eens weten welke beroepen er zijn over vijf, laat staan vijftien jaar? Meer dan ooit is het onzeker dat je, wanneer je klaar bent met een intensieve en specialistische vierjarige opleiding, de juiste kennis in huis hebt om je te kunnen onderscheiden van wat software of een robot ook kan.

Leven lang leren

Het belang van een leven lang leren mag duidelijk zijn. Maar laat dát nu net iets zijn wat niet voor iedereen weggelegd is. Is ons onderwijssysteem nog wel houdbaar? Moeten we vierjarige beroepsopleidingen vervangen door bijvoorbeeld een tweejarige schoolcarrière aangevuld met leren in de praktijk?

Automatisering en robotisering

Het principe van onderwijs dat (deels) door de overheid wordt gefinancierd is er natuurlijk niet voor niets; dit zorgt ervoor dat onderwijs aangeboden kan worden tegen een niet al te hoge prijs en van een zeker kwaliteitsniveau. Maar om niet ten prooi te vallen aan automatisering en robotisering, zal men een leven lang moeten blijven leren.

Wie is verantwoordelijk?

Ligt de verantwoordelijkheid voor een leven lang leren wel bij de overheid of ligt de bal nu misschien juist bij bedrijven of zelfs bij de medewerker zelf? Hoger onderwijs volledig aan de markt of medewerkers overlaten is waarschijnlijk niet de oplossing, maar een mengvorm van overheid, markt en medewerkers zou weleens heel goed kunnen werken. De overheid lijkt er op dit moment immers niet zelfstandig in te slagen om een leven lang leren te bevorderen en voor bedrijven en medewerkers is het zelfstandig financieren ervan vaak ook geen optie.

Postinitieel scholingsbudget

Nu het aantal Nederlandse hbo- en wo-studenten dat een tweede studie doet, met een derde is gedaald van 34.000 in het studiejaar 2009-2010 naar 23.000 in het studiejaar 2015-2016, pleit de Nederlandse Onderwijsraad voor een regionale in plaats van een sectorale aanpak. Dit initiatief moet leiden tot een grotere individuele verantwoordelijkheid en een persoonlijk postinitieel scholingsbudget voor werknemers dat in de plaats komt van de O&O (Opleiding & Ontwikkeling) fondsen.

Datzelfde geldt voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Ook deze gelooft in een grotere rol voor postinitieel onderwijs binnen het bedrijfsleven en de publieke sector. Dit vraagt echter om een grotere rol van werkgevers en medewerkers, heldere afspraken en om een flinke financiering.

Rol van bedrijven en medewerkers

Het moge duidelijk zijn dat, om het leven lang leren echt een vlucht te laten nemen, de drie krachten moeten worden gebundeld. Hiervoor moeten werkgevers nadenken over hoe het continue opleiden en her-, om- of bijscholen van werknemers een belangrijk onderdeel van het HR-beleid gaat worden.

Belangen lageropgeleiden

De werknemer moet het heft in eigen handen nemen en in actie komen. De overheid is in dit scenario verantwoordelijk voor zowel het onderwijssysteem als voor het zorg dragen voor de belangen van de lager- en ‘middenopgeleiden’. Van hogeropgeleiden kan worden verwacht dat ze zelf initiatief nemen en nadenken over hoe ze relevant en inzetbaar blijven op de arbeidsmarkt.

De meerderheid van de maatschappij werkt vaak echter simpelweg om brood op de plank te krijgen. En daarom moet iemand verantwoordelijkheid voor hen nemen. Deze verantwoordelijk kan niet enkel bij de werkgevers liggen.

Training ‘On the job’

Stel, we introduceren een tweejarige basisopleiding dan leer je de rest ‘on the job’. Zo is het kunnen werken met nieuwe technologieën een belangrijke competentie die jaarlijks zo niet maandelijks verandert. In de basisstudie zelf moet dan een grotere rol komen voor algemene competentieontwikkeling zoals het aanleren van analytische vaardigheden, communicatie, probleemoplossend vermogen, ondernemerschap et cetera.

Basis voor een leven lang leren

De overheid zou iedereen die de basisopleiding heeft afgerond, dan een extra tegoed van twee jaar studie kunnen geven. Dit tegoed kan op verschillende manieren en op verschillende momenten worden ingezet. Zo ligt er een basis voor een leven lang leren, waarbij iedereen gelijke kansen heeft. Wat de grootte van een onderneming en/of de financiële situatie van een bedrijf of medewerker dan ook is.

Nieuwste curriculum

Het mooiste is dat je altijd het nieuwste curriculum zult hebben. Want zeg nu zelf, in een studie van vier jaar zal er gaandeweg meer lesstof verouderd zijn dan die van een één- of zelfs halfjarige gespecialiseerde studie die als aanvulling dient op een basisberoepsopleiding.

Kenniseconomie handhaven

Naast het basisinkomen zou een basisopleiding naar mijn idee weleens een goed alternatief kunnen zijn om onze kenniseconomie te handhaven. De vervolgstap is dat de overheid, het bedrijfsleven en het individu de krachten bundelen om invulling te geven aan een leven lang leren waardoor een maatschappij ontstaat die dit daadwerkelijk stimuleert.

Chantal Geelhoed is HR Director bij Exact 

 Tip! Meer weten over het aantrekken, ontwikkelen en behouden talent? Tijdens het congres Talent en Performance Management word u bijgepraat over de laatste ontwikkelingen op het gebied van performance management. Klik hier voor het volledige programma

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels