nieuws

Marian Schaapman, directeur bureau beroepsziekten FNV

Personeelsmanagement

Bureau Beroepsziekten FNV bestaat dit jaar tien jaar. In die periode werden 350 zaken gewonnen. Het liefst zou directeur Marian Schaapman echter zien dat de stichting zichzelf kan opheffen. 'Wij zitten aan het einde van een proces, maar willen eigenlijk niet dat dat punt wordt bereikt.'

Elk jaar weer melden zich duizenden werknemers met een beroepsziekte. Vindt u dat eigenlijk niet raar, in een land waar voor alles wel een arboregel is bedacht? Eigenlijk zouden we toch allemaal heel gezond en blij naar ons werk moeten gaan?
'Ik ben een heel opgewekt mens, maar wat dit betreft sta ik cynischer in het leven. Regels alleen lossen het niet op. Het heeft ook met geld te maken, werkgevers zien arbeidsomstandigheden toch vaak als sluitpost. Het is een ondergeschoven kindje. Ik snap dat best, er moet zoveel gebeuren in de run van elke dag, en dan moet dat ook nog. Men wil geld verdienen, en dit wordt dan gezien als een kostenpost. Maar uiteindelijk leveren goede arbeidsomstandigheden gezonde werknemers en dus geld op.'

Voordat een werknemer via u een claim indient, heeft hij of zij al een lange weg afgelegd. Heeft u het idee dat de werkgevers onwillig zijn om beroepsziekten direct serieus te nemen?
'Ik denk niet dat je kunt zeggen: Het is altijd botte onwil. Maar wat werkgevers zich moeten realiseren, is dat ze verantwoordelijk zijn voor de omstandigheden waaronder hun werknemers werken. En die verantwoordelijkheid gaat verder dan goede wil. Daar moet je daadwerkelijk invulling aan geven, met de nodige maatregelen en zelfs het in de gaten houden of het wel goed gaat met je werknemers. In al je goedheid des harten kun je dingen fout doen, en dan ben je als werkgever verantwoordelijk. Het is in de wet een behoorlijk zware verantwoordelijkheid.'

Is het niet zo dat vaak pas jaren later bekend wordt dat bepaalde stoffen of werkwijzen schadelijk zijn, zoals bijvoorbeeld in het geval van asbest?
'Dat is wel zo, maar ook daar ligt voor werkgevers best een zware verantwoordelijkheid. Op het moment dat er kennis bestaat over een bepaalde gevaarlijke stof of een werkmethode die niet goed is, dan wordt de werkgever geacht dat te weten. Hij kan dus niet zeggen: Ik wist het niet. Die kennis moet natuurlijk wel op enigszins redelijke wijze beschikbaar zijn voor de werkgever.
'Neem nu asbest, die kennis was er al in de zestiger jaren. Het rare is dat asbest pas begin jaren negentig officieel is verboden. Maar in de tussenliggende periode was er kennis over het gevaar, en hadden werkgevers dus maatregelen moeten nemen. Die aansprakelijkheid is dus gebaseerd op het feit dat er kennis was.
'Maar het is wel zo dat het in de praktijk behoorlijk moeilijk is om te bewijzen dat iemand ziek is geworden door zijn werk. Een ongeval is makkelijk; iemand is van een steiger gevallen en er zat geen hekje voor, dat is helder. Maar bij een beroepsziekte is het zo dat mensen jarenlang zijn blootgesteld aan bepaalde stoffen, aan ergonomisch niet verantwoord computerwerk of aan fysiek zware belasting. Rsi heb je zomaar, dat kun je binnen een paar maanden oplopen.'

Lukt het inderdaad om van uw werk een preventieve werking te doen uitgaan?
'Dat kan ik alleen staven met individuele gevallen. Neem de grasmonster-affaire. (Medewerksters van de Keuringsdienst van Zaaizaad en Pootgoed kregen na twaalf jaar compensatie voor de chronische klachten die zij door hun werk opliepen, red.) Drie dames hebben een schadevergoeding gekregen, een aantal zaken loopt nog. Maar die drie vrouwen zijn teruggeweest op de werkvloer, en hun mond viel open toen zij zagen wat er allemaal is verbeterd en veranderd. En of dat nou komt door die claim… Dat kun je nooit een-op-een hardmaken. Maar het zit er wel dik in.
'Er zijn ook gevallen waar het absoluut niet gebeurt. Dan ga je naderhand kijken op de werkvloer en is er helemaal niets veranderd. En wat ook gebeurt, is dat er claims zijn geweest, en als je dan nog eens terugkomt om het bedrijf te onderzoeken, blijkt het personeelsbestand opeens "van kleur verschoten" te zijn. Of het bedrijf is naar het buitenland verplaatst. Dan heb je helemaal geen zicht meer op de arbeidsomstandigheden.
'Wat we altijd doen als we een aansprekende zaak hebben gewonnen, is dat breed uitdragen, zodat het ook een brede uitwerking heeft. Een voorbeeld: afgelopen najaar hebben we een burn-outzaak gewonnen bij het gerechtshof in Den Bosch. De rechter heeft toen gezegd dat het niet zo kan zijn dat een werkgever zich erop beroept dat hij niet wist dat de werknemer overbelast werd. Dat is onvoldoende verweer. Een werkgever moet actief in de gaten houden hoe het gaat met zijn werknemers en is verplicht een preventief beleid te voeren op psychosociale arbeidsbelasting. Nou, dat hebben we breed uitgevent, ook op televisie, en je merkt dat daar discussie door ontstaat.'

Wat zijn de grootste obstakels die u tegenkomt in uw relatie met werkgevers?
'Als Bureau Beroepsziekten hebben wij niet rechtstreeks te maken met werkgevers. Onze wederpartij zijn de verzekeraars. Wat ik kwalijk vind, is dat het een heel langdurig traject is. Er wordt heel lang heen en weer geruzied of de ziekte nou wel of niet met het werk te maken heeft. Dan worden er van de kant van de verzekeraars allerlei dingen ingebracht die soms reëel zijn, maar soms ook echt niet. En dat is dan voor een werknemer heel pijnlijk. Mensen hebben het gevoel dat ze niet geloofd worden. En bij sommige ziekten is dat toch al aan de orde. Heeft iemand de schildersziekte, dan zie je eigenlijk niets aan de buitenkant. Maar zo iemand heeft geheugenstoornissen, oriëntatieproblemen, problemen met de agressieregulatie. Zo iemand valt uit van zijn werk, heeft een WAO-uitkering, maar de buren zeggen: Nou, ik zie hem ook in de tuin werken. Niet wetende dat hij daarvoor boet met vier dagen uitrusten. Mensen maken dus al mee dat de omgeving niet meeleeft, en als dan ook de verzekeraar opmerkingen maakt, dan voelen ze zich persoonlijk miskend.'

Wat kan een werkgever doen om het proces te verbeteren, zodat hij na een claim ook nog verder kan gaan met de betreffende medewerker?
'Het gebeurt niet zo vaak dat werkgever en werknemer met elkaar verder moeten nadat er een claim is ingediend. Mensen dienen meestal pas een claim in als het ontslag al dreigt of de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de deur staat. Maar in de fase daarvoor, als een werknemer door ziekte uitvalt, kun je als werkgever wel veel doen. In veel opzichten is het heel simpel; gewoon attent en netjes met iemand omgaan. Dus stuur een bloemetje als iemand ziek is. Is hij of zij lange tijd afwezig, blijf dan het kerstpakket sturen. Laat wat van je horen, blijf in gesprek. Onderschat niet hoe belangrijk dat is. Want het gaat soms om mensen die jarenlang voor hun werkgever hebben gewerkt, die hun ziel en zaligheid in het werk hebben gelegd, en die als ze uitvallen opeens niets meer horen.
'Een ander element is de reïntegratie. Je moet natuurlijk alles doen wat de Wet verbetering poortwachter voorschrijft. Maar wat veel belangrijker is, is dat je de persoon serieus neemt. Blijf communiceren, luister naar wat diegene zegt. De Universiteit van Amsterdam heeft onderzocht waardoor mensen tot een claim komen, en dat ligt voor een groot deel in de communicatie. Mensen hebben wel degelijk aangegeven dat ze iets niet meer kunnen, of de bedrijfsarts heeft aangegeven dat deze persoon iets anders moet doen. Luister dus goed naar wat de werknemer of de bedrijfsarts zegt, en neem dat ook serieus.
'Kijk ook serieus of het werk zelf moet worden aangepast. Wat je vaak ziet, is dat een werknemer weer voor twee uur begint, dan vier uur en dan acht uur. Maar iemand die psychisch overbelast is, moet vaak rustiger werk doen. Niet alleen die paar uurtjes minder, maar gewoon ook een ander type werk. Bijvoorbeeld even een tijdje geen klantcontacten. Hetzelfde geldt voor lichamelijke overbelasting.'

Er lijkt een natuurlijke vijandschap te zijn tussen werkgevers en werknemers, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn.
'Zeker niet op dit terrein, daar zijn werkgevers en werknemers alleen maar bij gebaat. Wij als Bureau Beroepsziekten dienen een claim in op het moment dat het misgegaan is, als mensen ziek zijn geworden van hun werk. Toch blijft het achterliggende doel om daar een preventieve werking van te doen uitgaan. Wij zitten aan het einde van een proces, maar we willen eigenlijk niet dat dat punt wordt bereikt. Helaas gebeurt het wel, en op dat moment vindt de vakbeweging ook dat er financiële compensatie moet zijn voor de geleden schade. Het uiteindelijke doel is dat het effect van die claim is dat werkgevers denken: Ik kan beter voorkomen dan blussen.' ..

Curriculum vitae
Marian Schaapman (1959) heeft altijd wel iets gehad met mensen waarvan het leven niet helemaal verloopt zoals zij dat hadden gewenst. Voordat zij vorig jaar directeur werd van Bureau Beroepsziekten FNV, werkte zij als onderzoeker jarenlang voor het Hugo Sinzheimer Instituut voor Arbeidsvraagstukken en Recht van de Universiteit van Amsterdam. Hier deed zij onderzoek naar beroepsziekten en arbeidsomstandigheden, gelijke behandeling en gezondheidsrecht. Schaapman heeft recht en bestuurswetenschappen gestudeerd en volgde een opleiding voor ergotherapie. Als ergotherapeute werkte ze vijf jaar voor verschillende instellingen in de gezondheidszorg.

Reageer op dit artikel