nieuws

Levensloop en spaarloon maken plaats voor vitaliteitssparen

Personeelsmanagement

Het kabinet stelt voor om in 2013 een nieuwe spaarfaciliteit te introduceren, het vitaliteitssparen. In het Belastingplan 2012 wordt een uitleg gegeven over deze nieuwe spaarregeling. Vitaliteitssparen is een regeling in de inkomstenbelasting en is toegankelijk voor werknemers, ondernemers in de inkomstenbelasting (waaronder zzp‘ers) en zogenoemde resultaatgenieters.

Vitaliteitssparen stelt deelnemers in staat om fiscaal voordelig te sparen: de stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed. Daarnaast wordt het (forfaitaire) rendement over het opgebouwde tegoed niet belast in box 3.

Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal 20.000 euro (bruto). Naast deze grens geldt er een jaarlijkse aftrekbare maximuminleg van 5000 euro. Er gelden geen beperkingen met betrekking tot de reden waarom deelnemers het vitaliteitspaartegoed aanwenden.

Door de vormgeving van vitaliteitssparen in de inkomstenbelasting wordt ook tegemoetgekomen aan de toezegging tijdens de plenaire behandeling van de Wet uniformering loonbegrip dat er door vitaliteitssparen geen nieuwe discoördinatie zal ontstaan in de loonbelastingsfeer.

Afschaffing levensloopregeling
De levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. De levensloopregeling wordt vooral gebruikt om een tegoed op te bouwen om vervroegd voltijds uit te kunnen treden. Het kabinet eerbiedigt opgebouwde rechten in de levensloopregeling zoveel mogelijk.

De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan.

Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt.  Deze groep houdt de mogelijkheid om in te leggen en op te nemen onder de huidige voorwaarden van de levensloopregeling. In 2019 bereikt het jongste lid van deze groep de aow-gerechtigde leeftijd.

De regeling is dan ook voor deze groep gesloten (er zijn dan geen deelnemers meer). Deze deelnemers aan de levensloopregeling hebben ook de mogelijkheid om in het jaar 2013 hun levenslooptegoed geruisloos om te zetten in vitaliteitssparen. Daarmee vervalt echter de mogelijkheid aan levensloop deel te nemen. Het is niet toegestaan om naast de levensloopregeling ook deel te nemen aan vitaliteitssparen.

In één keer uitbetaald
De overige werknemers die spaartegoed hebben opgebouwd in de levensloopregeling krijgen bij de invoering van vitaliteitssparen het levenslooptegoed (na inhouding van belasting) in één keer uitbetaald. Hierbij worden ook de opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting verrekend.

Het wordt echter ook mogelijk gemaakt de tegoeden fiscaal geruisloos om te zetten in vitaliteitssparen, zodat op dat moment geen belastingheffing plaatsvindt over het opgebouwde levenslooptegoed. Het volledige tegoed mag worden doorgestort, ook als de waarde van de voorziening hoger is dan het maximum in vitaliteitssparen van 20.000 euro. Hiermee wordt beoogd de opgebouwde rechten te eerbiedigen. Voor nieuwe inleg in vitaliteitssparen is deze groep wel onderworpen aan de wettelijke grenzen voor opbouw van tegoed in vitaliteitssparen.

Voor de bovengenoemde situaties zal ook een regeling worden getroffen om te bereiken dat de opgebouwde rechten op levensloopverlofkorting bij de omzetting in één keer kunnen worden uitbetaald.

Afschaffing spaarloonregeling
Het kabinet schaft ook de spaarloonregeling per 2012 af.  Ook hier eerbiedigft het kabinet de opgebouwde rechten . Het opgebouwde vermogen kan in het jaar 2013 in beginsel zonder fiscale gevolgen worden opgenomen, maar de deelnemers die hun tegoed laten staan en zich aan de voorwaarden van de spaarloonregeling houden, kunnen op grond van de overgangsregeling gebruik blijven maken van de vrijstelling voor spaarloon in box 3.

In dat geval wordt het tegoed jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. Ook blijven de huidige deblokkeringsmogelijkheden bestaan. In 2016 (vier jaar na de invoering van deze overgangsregeling) zal de spaarloonregeling uitgewerkt zijn en zal de overgangsbepaling vervallen.

Geen eindheffing meer
Afschaffen van de spaarloonregeling betekent dat werkgevers geen eindheffing van 25 procent meer hoeven te betalen. Anderzijds betekent de afschaffing van de spaarloonregeling een hogere grondslag voor de premies werknemersverzekeringen. Per saldo levert dit een lastenverlichting op voor werkgevers.

Klik hier voor het Belastingplan 2012
(3.3.2 Vitaliteitssparen op pagina 84 pdf en volgende)

(Bron: kluwersalarisadministratie)

Reageer op dit artikel