nieuws

“Bemoeit u zich alstublieft wel/niet met mijn leefstijl!”

Personeelsmanagement

Over de opvatting dat werkgevers zich meer moeten bemoeien met de persoonlijke leefstijl van hun medewerkers zijn de meningen hevig verdeeld.

“Bemoeit u zich alstublieft wel/niet met mijn leefstijl!”

Zet twee HR-mensen bij elkaar in een kamer, vraag ze of hun werkgever zich moet bemoeien met de persoonlijke leefstijl van de werknemers, en de kans is groot dat u twee behoorlijk verschillende meningen krijgt. Over geen onderwerp rond duurzame inzetbaarheid lopen de meningen zo uiteen. Een uiterst kleine meerderheid (51%) heeft geen behoefte aan adviezen op dit gebied; 49 procent zou dergelijke adviezen wel op prijs stellen. Het is de opvallendste uitkomst van het vierde Nationaal Onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid. Er deden een record aantal mensen mee: 6300. Meer dan de helft is concreet met het onderwerp bezig.

Over de opvatting dat werkgevers zich meer moeten bemoeien met de persoonlijke leefstijl van hun medewerkers zijn de meningen hevig verdeeld. Een flinke minderheid wil er absoluut niet aan. Leefstijl is privé en je eigen verantwoordelijkheid. Daar heeft de werkgever zich niet mee te bemoeien. Ook al moet hij betalen voor ziekteverzuim dat er soms het gevolg van kan zijn. Want waar zou die bemoeienis dan ophouden? Zo meldt een deelnemer: “mijn manager schafte de cafeïne af in de koffie zonder wat te zeggen. Is gelukkig door OR hersteld.” En kleven er immers niet aan bijna elke leefstijl risico’s voor de inzetbaarheid? Laat de werkgever die hierover begint, eerst eens naar zijn eigen leefstijl kijken. “Sommige mensen ontspannen zich in een resort, anderen doen dat nu eenmaal beter abseilend langs de afgrond.”

“Meer aandacht is welkom”

Natuurlijk zijn er ook mensen die het wat pragmatischer bekijken. “Bemoeien is nooit prettig, maar meer aandacht zou welkom zijn. Nu zijn bijvoorbeeld de kroketjes in het personeelsrestaurant véél goedkoper dan de salade en wie melk in de koffie wil, zit aan moddervette creamer vast.” Andere respondenten zijn het om principiële reden volledig eens met de bemoeienis van de werkgever. “Een werknemer verwacht dat zijn werkgever het bedrijf gezond houdt door goed economisch beleid. Dan mag een werkgever ook van een werknemer verwachten dat hij/zij gezond blijft en duurzaam inzetbaar is.”

De persoonlijke leefstijl respecteren, maar respectvol inspelen op de gevolgen voor het werk, dat kan voor de meesten wel. In het algemeen lijkt de grens te worden getrokken bij de gezondheid: “Daar waar het gezondheidsrisico in beeld komt mag een discussie gestart worden. Pas als een medewerker ziek wordt door zijn leefstijl, kun je als werkgever de werknemer confronteren met de mogelijke consequenties.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

De opvatting dat duurzame inzetbaarheid vooral je eigen verantwoordelijkheid is, onderschrijft een krappe meerderheid van 57% van de deelnemers. In het onderzoek van vorig jaar klonk die mening prominenter door. Van de mensen die het een eigen verantwoordelijkheid vindt, wil tweederde (66%) dat besef vergroten door elk jaar minstens een ontwikkelgesprek te voeren met elke werknemer. Duurzame inzetbaarheid wordt nu vooral gezien als gedeelde verantwoordelijkheid. Van werkgever, werknemer en overheid, want die hebben er alle drie belang bij. “Het gaat erom dat zowel de werkgever als de werknemer in gesprek zijn over hoe er een fit is en kan blijven tussen de eisen van de organisatie en het aanbod van de werknemer. Hoe zorgen wij samen voor een win/win situatie.”

Demotie

Demotie was een heikel punt, en dat blijft het voorlopig ook. In 2013 was driekwart van de deelnemers het eens met de stelling dat het salaris niet per se moet meestijgen met je leeftijd. Maar minder presterende collega’s vragen om een stapje terug te doen is dit jaar voor driekwart van u een stap te ver. Sommigen wijzen op de rol van de vakbonden, anderen wijzen op de pensioenregelingen, en weer een ander geluid is dat het niet altijd hoeft. Oudere werknemers kunnen veel kennis en ervaring inbrengen. De meest gehoorde mening over demotie is: het kan, het is prima zelfs, maar alleen als de werknemer er zelf om vraagt.

Waar het echt om gaat …

Over wat duurzame inzetbaarheid precies is en hoe u het moet invullen, daarover lopen de meningen nog flink uiteen. Zo zoeken sommigen het in goede begeleiding van verzuim, anderen denken meer aan gezondheid en opleiding bevorderen, persoonlijke ontwikkelgesprekken, thuiswerk faciliteren en talenten opkweken. Maar waar het echt om gaat bij duurzame inzet, daar zijn de meesten van u het wel over eens: plezier in je werk. “Zonder plezier in je werk kun je van alles bedenken om mensen duurzaam inzetbaar te maken, het zal uiteindelijk niet helpen.” Plezier is niet leve de lol, maar “doorlopend blijven bieden van uitdagingen die passen bij ervaring en leeftijd.” En dat speelt niet alleen in de latere levensfases, duurzaam inzetbaar is belangrijk voor alle leeftijden.

Download whitepaper “Plezier houden in je werk is de sleutel voor duurzame inzet”

TIPL Op 17 juni 2014 vindt het derde landelijk Congres Over Duurzame Inzetbaarheid plaats, georganiseerd door het platform.
Meer informatie hierover op: www.overduurzameinzetbaarheid.nl of congres.overdi.nl.

Over het onderzoek

Het onafhankelijk Platform Duurzame Inzetbaarheid heeft in 2014 voor de vierde maal het Nationaal Onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid gehouden. Tussen 20 januari en 10 februari maart hebben ruim 6200 deelnemers, vooral HRM’ers uit grote organisaties in de zakelijke diensten, overheid en gezondheidszorg hun opvattingen over het onderwerp kenbaar gemaakt. Het zijn vooral de HR-functionarissen en kennisspecialisten die zich dagelijks met het onderwerp bezighouden (73%). Hierna volgt de directie (36%) en het lijnmanagement, waarvan een kwart zich met duurzame inzetbaarheid bezighoudt. De meerderheid van de respondenten is 45 jaar of ouder. Het onderzoeksrapport met alle uitkomsten is in de eerste week van maart verschenen op de website www.overduurzameinzetbaarheid.nl.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels