nieuws

Re-integratie valt in de praktijk tegen

Personeelsmanagement

Hoe pakt de nieuwe wetgeving in de praktijk uit bij de re-integratie van een langdurig zieke werknemer? Dat valt nogal tegen.

Re-integratie valt in de praktijk tegen

Hoe pakt de nieuwe wetgeving in de praktijk uit bij de re-integratie van een langdurig zieke werknemer? Dit is de centrale vraag in het proefschrift van Betsy van Oortmarssen die negen maanden lang kwalitatief onderzoek deed naar de interactie tussen de leidinggevende, de bedrijfsarts en de zieke werknemer zelf.

Volgens dr. Leni Beukema, lector Duurzaam HRM aan de Hanzehogeschool Groningen, is het een belangrijk onderwerp, omdat in de wetgeving sinds de jaren negentig een grote verschuiving in verantwoordelijkheden heeft plaatsgehad: van het collectieve domein naar de individuele werkgever en werknemer. Beukema vat voor PW De Gids het proefschrift ‘Re-integratie bij langer durend ziekteverzuim. Een longitudinaal onderzoek naar (inter)acties van werknemer, leidinggevende en bedrijfsarts’ samen en noemt de plus- en minpunten.

Beukema: “Van Oortmarssen stelt de vraag hoe deze wetgeving in de praktijk uitpakt. Zijn de bedoelingen die de wetgever op macro-niveau heeft geformuleerd ook in de meso- en micro-praktijk in organisaties terug te vinden? In een kwalitatief onderzoek, met twee series casussen in de zorgsector, heeft de promovenda in drie metingen over een periode van negen maanden gevolgd hoe de (langdurig) zieke werknemer, de leidinggevende en de bedrijfsarts omgaan met re-integratie. Zij gebruikt daarbij de neo-institutionele benadering. Deze  benadering onderscheidt drie pijlers waarop (handelen in) instituties worden gevormd: de regulatieve pijler (wetten, regels en voorschriften), de normatieve pijler (waarden en normen, roldefinities en –verwachtingen) en de cognitieve pijler (betekenissystemen, interpretatieschema’s). De keuze voor de neo-institutionele benadering wordt ingegeven door de nadruk op handelingskeuzes van actoren binnen de institutionele kaders en de invloed die dat handelen op die kaders zelf hebben.

Terugkeer in arbeidsproces

De analyse van Van Oortmarssen leidt tot de conclusie dat met name normatieve roloriëntaties en cognitieve handelingsoriëntaties van belang zijn bij hoe leidinggevenden en medewerkers omgaan met re-integratie en dat de regulatieve pijler een relatief geringe rol speelt in de dagelijkse praktijk. Ze maakt in haar analyse onderscheid tussen verschillende typen gedrag. Een deel van de werknemers en leidinggevenden neemt gezamenlijk (met steun van de bedrijfsarts) en vroegtijdig initiatieven en richt zich op zo spoedige mogelijke, maar ook blijvende terugkeer in het arbeidsproces, overeenkomstig met wat de wetgever voor ogen staat. Anderen nemen een afwachtende houding aan, laten de regie aan de bedrijfsarts over en richten zich meer op de beëindiging van het ziekteverzuim dan op de inzetbaarheid op langere termijn.  Na negen maanden is weliswaar in de meeste van de onderzochte situaties terugkeer in de werksituatie gerealiseerd, maar dit is niet altijd gepaard gegaan met het beoogde actieve re-integratiegedrag. Bovendien blijken de situaties qua gezondheid en inzetbaarheid van de werknemers niet stabiel; na de herstelmelding doen zich opnieuw ziekmeldingen voor. 
Om het overheidsstreven van ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid voor werkgever en werknemer’, ‘werken naar vermogen’ en ‘werk boven inkomen’ op de werkvloer meer uit de verf te laten komen en duurzame terugkeer in het arbeidsproces te bewerkstelligen, is het van belang dat werknemers en leidinggevenden beter toegerust worden voor de actieve rol die van hen wordt verwacht, en dat de bedrijfsarts meer als onafhankelijke arbeidsgeneeskundige expert kan optreden, aldus Van Oortmarssen.

Interactie

Groot pluspunt van dit proefschrift is dat de black box van de alledaagse re-integratiepraktijk voor het eerst is geopend: wat gebeurt er nou werkelijk in organisaties op dit punt? Bovendien beperkt Van Oortmarssen zich niet tot een eenmalige meting, maar door haar longitudinale aanpak krijgen we niet alleen zicht op wat mensen zeggen, maar ook wat ze doen. Door de interactie tussen de drie betrokken partijen (werknemers, leidinggevenden en bedrijfsarts) in het proces van re-integratie centraal te stellen wordt de sociale dynamiek goed zichtbaar. Opvallend in haar conclusies vind ik de constatering dat wetten, regels en beleid maar beperkt van invloed zijn op reïntegratie, zoals dat in de dagelijkse praktijk vorm krijgt. Voor mensen die werkzaam zijn op HRM-afdelingen moet dit te denken geven: gedragsbeïnvloeding komt niet vanzelf als nieuw beleid is afgekondigd, zelfs niet als dat nieuwe beleid al een paar jaar oud is.

Duurzame oplossingen

Een aandachtspunt is de omgang met het begrip re-integratie, een begrip dat nogal beperkt wordt ingevuld. De auteur neemt impliciet de beleidsdefinitie als uitgangspunt: ‘mensen gaan weer aan het werk’. Reïntegratie blijkt in de onderzochte praktijk vooral te zijn: ‘mensen gaan weer terug naar hun oude functie’. Door de longitudinale opzet van de studie wordt het mogelijk om in een groot deel van de casussen te kijken wat er gebeurt als mensen weer in die functie aan het werk zijn. De constatering is daarbij dat wanneer ziekteverzuim opgevat wordt als incident er nauwelijks gewerkt wordt aan duurzame oplossingen, terwijl wanneer de inzetbaarheid van mensen als uitgangspunt genomen wordt, duurzame oplossingen meer aandacht krijgen. Daarmee wordt zichtbaar dat re-integratie zowel een breder als een normatief begrip is: niet alleen herstel, maar ook vernieuwing en zorgen dat er goed geïntegreerd word,t zijn van belang. Het is jammer dat de kans om het debat over re-integratie te verbreden niet benut is; verbinding met het discours over duurzame inzetbaarheid zou een scala aan nieuwe inzichten op kunnen leveren. Op naar een vervolgstudie dus.”

Lenie Beukema, lector Duurzaam HRM aan het Kenniscentrum Arbeid van de Hanzehogeschool Groningen, besprak voor PW de Gids het proefschrift van Betsy van Oortmarssen:  ‘Re-integratie bij langer durend ziekteverzuim. Een longitudinaal onderzoek naar (inter)acties van werknemer, leidinggevende en bedrijfsarts’.

Tip: Meer weten over het voorkomen van ziekteverzuim? Bestel dan het boek ‘Werken, iedereen wordt er beter van’ in de shop van PW De Gids.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels