nieuws

Wanneer investeert u wél in flex?

Personeelsmanagement

Flexkrachten lopen achter wat betreft scholing. Maar als de baanmatch goed is, krijgen zij dezelfde kansen als vast personeel.

Wanneer investeert u wél in flex?

In de scholing van tijdelijke medewerkers wordt minder geïnvesteerd dan van medewerkers in vaste dienst. Maar wanneer er bij tijdelijke medewerkers sprake is van een goede baanmatch, dan kunnen zij op dezelfde trainingskansen rekenen als hun vaste collega’s. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoekers van de School of Economics in Utrecht, dat deze week verscheen in het rapport Dynamiek op de arbeidsmarkt: Focus op flexibilisering, een gezamenlijke uitgave van TNO en het CBS.

TIP: Lees meer over de Wet gelijke behandeling tijdelijke werknemers op PW De Gids Vakbase. 

Investeren in productieve matches

In Nederland heeft 1 op de 5 medewerkers een flexibele arbeidsrelatie. Of u als werkgever dus investeert in uw tijdelijke medewerkers, hangt in grote mate af van de kwaliteit van de baanmatch. Dat laatste is volgens de onderzoekers onder andere gebaseerd op baantevredenheid, maar ook op verwachte duur van de aanstelling. Werkgevers willen deze productieve matches – medewerkers – namelijk graag behouden voor de organisatie, onafhankelijk van het soort contract dat de medewerker heeft. Daarom investeren werkgevers dus evenveel in de training van tijdelijke medewerkers waar ze tevreden mee zijn, als in hun vaste medewerkers. Met die gedachte zijn de trainingsmogelijkheden dus een opstapje naar een vast contract.
Voor tijdelijke medewerkers waar de baanmatch tussen werkgever en werkgever minder goed is, gelden die gelijke kansen op training echter niet. Naarmate de baanmatch minder goed wordt, investeren werkgevers zienderogen minder in deze flexkrachten, laat het onderzoek zien.
Niet investeren in tijdelijk personeel kan de Nederlandse kenniseconomie op lange termijn ernstige schade toebrengen, verklaarde hoogleraar Henk Volberda vorige week in het Financieele Dagblad. Het gebrek aan scholing zorgt bij deze groep op termijn voor een kwetsbare economische positie.

Invloed WWZ op trainingskansen

De onderzoekers noemen in hun bevindingen ook de invloed van de Wet werk en zekerheid (WWZ) op de trainingskansen van tijdelijke werknemer. Dat kan zowel de goede, als de foute kant op gaan. Aan de ene kant zal de nieuwe wet de positie van flexwerkers verslechteren omdat zij minder snel doorstromen naar een vast contract en de aanstellingsduur met de ketenregeling relatief korter wordt. Tijdelijke medewerkers met een slechte baanmatch zullen daardoor vermoedelijk nog minder trainingsmogelijkheden worden aangeboden omdat het de werkgever nog minder rendement oplevert.
Aan de andere kant kan de WWZ ook een positief effect op de trainingskansen van flexwerkers, omdat door de kortere contractduur de dynamiek onder flexwerkers toeneemt. Als iemand met een tijdelijk contract op dat moment niet goed op zijn plek zit, zal hij eerder op zoek gaan naar een baan waar hij wel tot zijn recht komt en beide partijen tevreden zijn over de baanmatch. Volgens de onderzoekers zou dit op de langere termijn kunnen zorgen voor betere matches tussen werkgevers en werknemers en zou dat de trainingskansen dus kunnen vergroten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels