nieuws

‘Schaf collectieve regelingen duurzame inzetbaarheid af’

Personeelsmanagement

Werkgevers steken duurzame inzetbaarheid te weinig in op de individuele werknemer. Maatwerk is gewenst. 

‘Schaf collectieve regelingen duurzame inzetbaarheid af’

Duurzame inzetbaarheid is geen eenheidsworst. Iedereen heeft andere noden en behoeften als het gaat om langer gezond doorwerken. Belangen van werkgevers, werknemers en het thuisfront kunnen zelfs tegenstrijdig zijn. Zeker als het gaat om gezondheid. Maar: er zijn ook factoren die voor groepen werknemers in vergelijkbare omstandigheden gelden.
In het advies ‘Doorwerken en Gezondheid’ toont de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) zich een warm voorstander van maatwerk in de reguliere en bedrijfsgezondheidszorg. Want dat brengt de werk­nemer vitaal richting pensioen. Voorzitter Pauline Meurs wil vooral meer aandacht voor psychische klachten, mantelzorgsters en lager opgeleiden.

Geen panacee

Een panacee voor langer en gezonder doorwerken is er niet, zo concludeert Meurs. En er spelen verschillende belangen. “Zo kunnen werkgevers en werknemers andere belangen hebben als het gaat om langer doorwerken en ziekte. Expliciteer dat. Dan kun je veel effectiever en van geval tot geval afspraken maken.” Schaf die collectieve regelingen dan ook af, is haar credo.

Lager opgeleide ‘krijgt’ minder duurzame inzetbaarheid

Duurzame inzetbaarheid lager opgeleidenZo’n individuele benadering past prima in de tijdsgeest, stelt Meurs. Er zijn steeds meer zzp’ers, arbeidscontracten worden flexibeler. Daarmee zou individuele verantwoordelijkheid voor preventie van uitval steeds normaler moeten worden. Niet alleen de werkgever, ook de werknemer moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Meurs waakt daarbij voor ongelijkheid. “Uit onderzoek blijkt dat hoger opgeleiden betere arbozorg hebben dan lager opgeleiden. Daarom zou ik graag zien dat we alle maatregelen die we kunnen treffen om langer en gezonder door te werken, vooral ook toetsen op effectiviteit bij lager opgeleiden.”

Context bepaalt inzetbaarheid

Meurs omarmt de wens van de bonden dat werknemers meer regie krijgen over hun bedrijfsgezondheidszorg. “Werknemers zouden zich via bijvoorbeeld de ondernemingsraad meer moeten bemoeien met de inrichting van de bedrijfsgezondheidszorg. Verder zouden we graag zien dat bedrijfsartsen meer oog hebben voor de context van werknemers. En dat huisartsen en medisch specialisten meer oog krijgen voor het werk. Vroeger bleef je maar beter thuis als je ziek was, nu zien we in dat werken ook herstellend kan werken. De bedrijfsarts houdt al wat meer rekening met de thuissituatie. Maar het moet en kan beter.”

Kennis over inzetbaarheid weinig gebruikt

Het zorgaanbod is nog niet genoeg ingesteld op langer doorwerken. En we doen te weinig aan preventie. Die blik op langer doorwerken moet ook onderdeel gaan uitmaken van de verzuimbegeleiding. Nog te weinig maken we gebruik van kennis over duurzame inzetbaarheid. Ook vindt Meurs experimenteren noodzakelijk, met een variatie aan lokale interventies en goede praktijken van werkgevers, werknemers en bedrijfsartsen. “Je kunt zo kijken wat individueel of sectorgericht werkt en wat collectief een goede zaak is. Als de bonden inderdaad meer regie willen, zouden ze daarin een voortrekkersrol kunnen spelen.”

Mantelzorgsters

De vrouw in het arbeidsproces verdient volgens Meurs speciale aandacht. “Ik wil in het algemeen meer aandacht voor de werk-privébalans en tussen draagkracht en draaglast. Maar in het bijzonder voor vrouwen. In de arbeidsparticipatie van vrouwen hebben we spectaculaire stappen gemaakt. Maar helaas is het zo dat vooral vrouwen dat moeten combineren met zorgtaken thuis en als mantelzorger meer langdurig ziekteverzuim kennen. Het kabinet heeft het over het goede werk van de mantelzorgers. Maar het zijn bijna uitsluitend mantelzorgsters. Die extra zorg naast je werk houd je niet lang vol.”

Lees het hele interview met Pauline Meurs in het magazine Arbo # 7/8.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels