nieuws

De nieuwe Arbowet: een zaak van HR?

Personeelsmanagement

Een bedrijfsarts die vrij mag rondlopen op de werkvloer. En een ondernemingsraad die mag meebeslissen over de persoon van de preventiemedewerker. Op 1 juli van dit jaar krijgen bedrijven te maken met een gewijzigde Arbowet en die geeft veel partijen nieuwe rechten en plichten. Maar heeft de wetswijziging ook gevolgen voor HR?

De nieuwe Arbowet: een zaak van HR?

Hoe Tom Morssink, HR-manager bij IT-bedrijf Trimm, zijn functie na 1 juli ziet veranderen? Simpel: hij zal meer tijd doorbrengen bij het koffiezetapparaat. “De overheid wil met de wijziging van de Arbowet bereiken dat bedrijven meer aandacht besteden aan preventie. Daarom ligt er een duidelijke taak voor HRM. Die moet nog sneller anticiperen op signalen van de werkvloer: wat er leeft, hoe mensen in hun vel zitten. En waar hoor je die signalen? Juist, bij het koffiezetapparaat.”

De rode draad in de Arbowet

Druk uitoefenen op bedrijven om meer aandacht te besteden aan preventie. Dat lijkt inderdaad de rode draad in de vernieuwde Arbowet. Om dit doel te bereiken, krijgen de diverse partijen die aan die preventie kunnen bijdragen, nieuwe rechten en plichten.

  • Neem de bedrijfsarts. Die kan voortaan rondlopen op de werkvloer. Bovendien wordt hij ook makkelijker toegankelijk voor de medewerkers. Die kunnen hem bijvoorbeeld raadplegen op zijn vaste spreekuur.
  •  Daar staat een nieuwe plicht tegenover: die bedrijfsarts moet beroepsziekten melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
  • Werkgever en bedrijfsarts (of breder: de arbodienstverlener) moeten bovendien een basiscontract opstellen (zie kader). Daarin leggen ze vast hoe die ondersteuning er precies uitziet.
  • Daarnaast regelt de wet een sterkere positie van de ondernemingsraad. Die krijgt instemmingsrecht op de persoon en de positionering van de preventiemedewerker. Bovendien wordt de arbodienstverlener verplicht om nauwer met die ondernemingsraad samen te werken.

De opvallende afwezige in dit rijtje: HR. En dus blijft de vraag: is de wijziging van de Arbowet echt een HR-zaak? Zit de HRM’er niet meer in de curatieve hoek, moet hij zich niet beperken tot ziekteverzuim en de Wet verbetering poortwachter?

Zorg voor een multidisciplinaire aanpak

Een misverstand, zegt Morssink. “HR moet zich wel degelijk bezighouden met preventie. Wat als je een bezoek krijgt van de Inspectie SZW en die vraagt naar het basiscontract met de arbodienstverlener? Dan kun je dat maar beter op orde hebben. En wat als de bedrijfsarts bij jou een beroepsziekte constateert en die meldt bij het Centrum voor Beroepsziekten? Dan moet je daar als HR op reageren. Ik zie mezelf als aanjager van het proces. Ik wil samen optrekken met de OR, de preventiemedewerker, de directie en de bedrijfsarts. Ik wil zorgen voor een integrale, multidisciplinaire aanpak.”

Volgens Morssink speelt HR in de nieuwe Arbowet dus wel degelijk een rol. Aan de andere kant, hij gelooft niet dat een bedrijf met een goede HR-afdeling na 1 juli veel zal hoeven te veranderen. “HR zal ervoor moeten zorgen dat de bedrijfsarts kan rondlopen op de werkvloer. Maar in heel veel gevallen zal deze die mogelijkheid nu al hebben. En ik vraag me af in hoeverre die bedrijfsartsen daar ook gebruik van willen maken – maar dat terzijde.”

Ook op een ander punt sluiten de verplichtingen uit de gewijzigde wet aan bij de huidige praktijk. “In de nieuwe wet staat bijvoorbeeld dat de bedrijfsarts een verzoek om een second opinion zal moeten honoreren”, zegt Morssink. “Bijvoorbeeld als de medewerker een diagnose ter discussie stelt. Maar een goede HR-afdeling deed dat altijd al. Als een medewerker het niet eens is met een bedrijfsarts, moet je als HR gebruikmaken van een second opinion en een deskundigenoordeel. Anders krijg je je dossier niet op orde – en dan heb je een probleem.”

Steeds nadenken over preventie

Niet veel veranderingen dus. En toch brengt Morssink in de aanloop tot 1 juli meer tijd door bij het koffiezetapparaat – om signalen op te pikken. Volgens hem heeft dat al geleid tot een verbetering. “In ons bedrijf werken veel IT-professionals, dus die lopen risico op RSI. Dan kun je als werkgever natuurlijk kiezen voor een algemene oplossing: bijvoorbeeld 100 nieuwe bureaus. Maar ieder lichaam is anders, dus hebben we gekozen voor maatwerk. Ik ben een man op het spoor gekomen die fysiotherapeut is, maar ook ergonoom en werkbouwkundige. Die ziet in één oogopslag hoe jij verkeerd zit, maar hij kan er vervolgens ook wat aan doen. Bijvoorbeeld een plankje timmeren onder je toetsenbord, of een nieuwe bredere leuning maken voor je bureaustoel. Natuurlijk, dat maatwerk kost allemaal wat extra geld. Maar het is wel in de geest van de nieuwe wet: HR moet voortdurend nadenken over preventie.”

arbowetBasiscontract

De overheid is niet tevreden over de bestaande contracten tussen werkgever en arbodienstverleners. Want die contracten zijn vaak onvolledig of bevatten maar weinig voorzieningen. Vandaar de introductie van het zogenoemde basiscontract. Daarin staat wat werkgever en arbodienstverlener minimaal met elkaar moeten afspreken. Met andere woorden: ze bevatten de rechten en plichten voor de werkgever, werknemer en de bedrijfsarts.

Sommige van die rechten en plichten gelden al vóór 1 juli. Zo zijn werkgevers al geruime tijd verplicht om een kerndeskundige in te schakelen voor het uitvoeren van de volgende taken:deskundige begeleiding bij ziekte,
toetsen van en adviseren over de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E),
periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO),
aanstellingskeuringen.

Daarnaast staat in het basiscontract ook hoe werkgever en arbodienstverlener de nieuwe verplichtingen invullen. Het gaat in op punten als:

  • hoe de werknemer toegang krijgt tot de bedrijfsarts
  • dat de bedrijfsarts iedere werkplek moet kunnen bezoeken
  • hoe de bedrijfsarts overleg voert met de preventiemedewerker en de ondernemingsraad
  • dat de werknemer de mogelijkheid moet hebben om een second opinion bij een andere bedrijfsarts aan te vragen als hij twijfelt aan een advies,
  • hoe de bedrijfsarts of arbodienst invulling geeft aan de klachtenprocedure,
  • dat de bedrijfsarts tijd moet kunnen besteden aan het opsporen, onderkennen, diagnosticeren en melden van beroepsziekten,
  • dat de bedrijfsarts de werkgever moet kunnen adviseren over preventie.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Centraal Beheer.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels