nieuws

P&O is een prachtig toeval

Persoonlijke ontwikkeling

P&O is een prachtig toeval

Uit Brits onderzoek blijkt dat bijna de helft van de HR-professionals het vak eigenlijk toevallig inrolt, en ruim tachtig procent begon zijn carrière niet in HR. En zo blijkt toeval toch heel mooi te zijn, want het vak wordt alsmaar boeiender.

Precies 1546 aanstormende talenten laten niets aan het toeval over, want dat is hoeveel studenten volgens de laatste cijfers van de HBO-raad onlangs hun P&A-diploma haalden. Ruim 1500 jonge honden die staan te trappelen om voor bedrijven en organisaties het beste uit de menselijke bronnen te halen. En daarin hebben ze groot gelijk, vindt Rob van den Hurk, directeur van brancheorganisatie NVP. ‘Je kunt wel stellen dat het vak de laatste jaren boeiender is geworden. Als P&O’er kun je enorm je tanden ergens in zetten. Als je kijkt naar de dynamiek van bedrijven, dan zie je dat er in dit vak veel te doen en te leren is.’

Veranderen van gedrag
Dat HR een softe tak van sport is in het bedrijfsleven, is volgens Van den Hurk allang een achterhaalde notie. ‘Dat heb ik altijd bestreden. De ontwikkeling van mensen is niet soft. Het veranderen van het gedrag van mensen is een van de moeilijkste dingen die je kunt doen.’

En zelfs als het vak ooit soft was, dan verandert dat in een rap tempo, signaleert Van den Hurk. ‘De rol van P&O verandert, en organisaties kijken ook beter naar de inhoud van de functie. Onder druk van de economie moeten veel bedrijven de broekriem aanhalen. Als een bedrijf moet herstructureren of afdelingen moet afstoten, maar ook als het groeit, dan wordt er van P&O’ers verwacht dat ze het belang van de werknemer kunnen inpassen in het belang van de onderneming. Het draait bij P&O niet meer alleen om het welzijn van de werknemer.’
Vooral P&O’ers die wat meer ‘bèta in hun bloed hebben’ zijn volgens Van den Hurk in staat deze bijdrage te leveren. En dat is ook iets dat hij terugziet in de top van de beroepsgroep. ‘Vooral op het niveau van HR-management worden mensen meer dan in het verleden afgerekend op het resultaat. Mensen moeten aantonen wat HR betekent voor de organisatie, en dat is vaak nog een hele kunst. Je hebt het over de mens in de context van de organisatie en dat is niet altijd even grijpbaar en makkelijk te vertalen in cijfers.’

Salaris

P&O’ers houden niet alleen voor hun werkgever de cijfers in de gaten, maar ook voor zichzelf, zo blijkt uit het Arbeidsmarkt Gedragsonderzoek (AGO) van Intelligence Group. Gevraagd naar de belangrijkste reden om voor een werkgever te kiezen, antwoordt 58 procent van de respondenten dat het salaris op nummer één staat. Vooral vrouwen blijken hierin materialistisch te zijn: 60 procent van de vrouwen laat geld prevaleren, tegenover 55 procent van de mannen. En dat is opmerkelijk, want in 2010 liet nog 62 procent van de mannen zich in de eerste plaats door een mooi loonstrookje verleiden.
De inhoud van het werk speelt voor de ondervraagde HRM’ers de tweede viool: 51 procent van de vrouwen noemt dit de belangrijkste factor om voor een werkgever te kiezen, net als 56 procent van de mannen.

Wie kiest voor het geld, maakt geen beste tijden door, zo valt op te maken uit het beloningsonderzoek van Eprom. Vergeleken met de salarissen die in het eerste halfjaar van 2010 werden betaald, stagneerden de lonen in dezelfde periode van dit jaar, of gingen zelfs iets naar beneden. Een medewerker van de personeelsadministratie zag zijn jaarloon met enige honderden euro’s naar beneden gaan. Wie vijf jaar ervaring had, kon in 2010 rekenen op een gemiddeld salaris van 30.800 euro. In de eerste helft van 2011 was dat gedaald naar 30.000 euro. Net als vorig jaar doen de toppers uit het vak niet mee met deze trend. Een hoofd P&O met twee jaar ervaring kreeg in 2010 gemiddeld 68.200 euro. In de eerste helft van dit jaar mocht hij of zij rekenen op 70.700 euro.

Salariskloof
P&O is duidelijk geen dictatuur van de meerderheid. Want alhoewel de beroepsgroep nog altijd overwegend feminien is – 57,7 procent is vrouw volgens het AGO – verdienen mannen meer. Dat concludeert Hans Delissen in HR Trends 2010 – 2011, een publicatie gebaseerd op onderzoek door Berenschot. En, zo voegt Delissen eraan toe: ‘Geen enkel onderzocht verband, zoals leeftijd, gemiddelde werkervaring of organisatiegrootte verklaart volledig dat er verschillen zijn. Ook zijn er verschillen op het gebied van de secundaire arbeidsvoorwaarden. Zo maakt 37,7 procent van de mannen aanspraak op een bonus, tegen 27,4 procent van de vrouwen. Van de mannelijke respondenten beschikt 42,2 procent over een auto van de zaak, tegen 17,0 procent van de vrouwelijke respondenten.’
Desondanks blijken er bijna net zo veel mannen (35 procent) te denken dat ze onder de markt worden beloond, als vrouwen (38,8 procent).

Arbeidsmarkt
Terwijl de lonen dalen, stijgt de werkgelegenheid voor HR-professionals. Jan Wilkens, competence director HR en Marketing & Communicatie van Yacht, telde eind maart al dertig procent meer vacatures dan een jaar geleden. In zijn online-post waarschuwt hij echter voor een te optimistische blik op de arbeidsmarkt. ‘Dit is op zich natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar kan zand in de ogen van bedrijven en kandidaten strooien. Bedrijven verwachten wellicht dat de groeiende vraag het vertrouwen in de arbeidsmarkt herstelt en dat hierdoor de mobiliteit onder de HR-professionals toeneemt. Organisaties zoeken definitief naar de HR-businesspartner en vissen daardoor in een veel kleinere arbeidsmarkt dan ze denken.’

Het hele artikel is te lezen in IntermediairPW

Reageer op dit artikel