artikel

Normalisering ambtenarenrecht: vergeet de or niet

Arbeidsrecht

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) treedt op 1 januari 2020 in werking. Ambtenaren krijgen dan (bijna) dezelfde rechtspositie als ‘gewone’ werknemers in de private sector. De normalisering vraagt een gedegen voorbereiding; niet alleen van HR, maar ook van de ondernemingsraad.

Normalisering ambtenarenrecht: vergeet de or niet

De ondernemingsraad heeft immers de taak om toe te zien op een juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden op grond van artikel 28 WOR. Van belang is dat de implementatie van de Wnra tijdig wordt afgestemd met de or.

Een zo groot mogelijke gelijkheid

Doel van de wet is een zo groot mogelijke gelijkheid te creëren in de rechtspositie van ambtenaren en werknemers in de private sector. De verschillende rollen die de overheid heeft, van wetgever en werkgever, worden zo duidelijker van elkaar gescheiden.

De aanstelling van de ambtenaar wordt met de komst van de Wnra een arbeidsovereenkomst en de rechtspositie wordt geregeld in cao’s.

De belangrijkste veranderingen door de Wnra:

  1. Het private arbeidsrecht wordt van toepassing op de arbeidsrelatie tussen ambtenaar en overheidswerkgever;
  2. de bestuursrechtelijke regels rond bezwaar en beroep in ambtenarenzaken komen te vervallen;
  3. de speciale regels voor het arbeidsvoorwaardenoverleg en de doorwerking van gemaakte afspraken, worden vervangen door het reguliere cao-recht;
  4. de huidige Ambtenarenwet uit 1929 wordt vervangen door de Ambtenarenwet 2017.

Na de invoering van de Wnra in 2020 blijven nog wel speciale regels gelden voor ambtenaren, vooral op het gebied van integriteit en grondrechten. Het gaat bijvoorbeeld om de geheimhoudingsplicht en de plicht om nevenfuncties te melden. Deze regels worden vanaf 1 januari 2020 in de Ambtenarenwet geregeld, waardoor de wetgever over de betrokken regels en verplichtingen gaat.

Wie valt onder de Ambtenarenwet 2017?

Organisaties die zich afvragen of ze straks onder de Ambtenarenwet 2017 vallen, kunnen aan de hand van de Wnra-checker bepalen welke opties van toepassing zijn.

In de Ambtenarenwet 2017 wordt het begrip ambtenaar anders omschreven, namelijk: ‘degene die krachtens arbeidsovereenkomst met een overheidswerkgever werkzaam is.’

Dat houdt een uitbreiding in van het begrip ambtenaar. Mensen die al werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst bij een bestuursorgaan, zoals medewerkers van het UWV, zullen als ambtenaar worden beschouwd. Toch vallen niet alle bestaande ambtenaren onder de nieuwe Ambtenarenwet.

Deze groepen worden uitgezonderd:

  • Politieke functionarissen, zoals ministers, staatssecretarissen, commissarissen van de koning, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders
  • De rechterlijke macht
  • Leden van adviescolleges en zelfstandige bestuursorganen
  • Militaire ambtenaren en burgerpersoneel
  • Dienstplichtigen
  • Notarissen en gerechtsdeurwaarders
  • Politieambtenaren

Op het moment dat de wet van kracht is, zijn ambtenaren werknemer met een arbeidsovereenkomst en is het arbeidsrecht op hen van toepassing, zoals de regels over het ontslagrecht. Procedures zullen niet meer aan de ambtenarenrechter, de bestuursrechter, worden voorgelegd maar aan de kantonrechter of het UWV.

Overgang naar een arbeidsovereenkomst

De ambtenaar zal naar het zich laat aanzien zeer waarschijnlijk op 1 januari 2020 automatisch overgaan naar de positie van werknemer met een arbeidsovereenkomst. Van die arbeidsovereenkomst maken deel uit de op het tijdstip van overgang bestaande beslissingen, afspraken en toezeggingen over arbeidsvoorwaarden, waaronder in ieder geval: duur van het dienstverband, bezoldiging, werktijden, rooster, verlof en faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten.

De invoering van de Wnra heeft vergaande gevolgen voor overheidswerkgevers, HR en de ambtenaren. Bestaande wetten moeten worden aangepast. Overal waar het begrip ambtenaar in een andere wet staat, moet worden nagegaan of dat nog goed aansluit bij de nieuwe definitie van ambtenaar.

Wijziging van de WOR

Ook de Wet op de ondernemingsraden zal moeten worden gewijzigd. De bepaling over het primaat van de politiek kent in de WOR twee varianten: voor werknemers in art. 23 WOR en voor ambtenaren in art. 46d WOR. Waarschijnlijk wordt art. 46d aangepast om ervoor te zorgen dat die bepaling hetzelfde bereik houdt als deze nu heeft.

Sociale partners bij de overheid

Veel wordt verwacht van sociale partners bij de overheid. Zij zullen in cao’s de bestaande of mogelijk  nieuwe regels moeten vastleggen die betrekking hebben op de rechtspositie van de in de sector werkzame ambtenaren. De bedoeling is dat deze cao’s worden afgesloten vóór de ingangsdatum van de wet.

In de wet zijn overgangsregels opgenomen voor het geval dat de cao-partijen niet erin slagen om dit tijdig te regelen. Voor zover en zolang de overheidswerkgever geen partij bij een (nieuwe) cao is, zullen de (oude) algemeen verbindende voorschriften van kracht blijven als ware het een cao, voor zover niet in strijd met deze wet of dwingendrechtelijke bepalingen.

Ook op lokaal niveau moet gekeken worden naar de rechtspositieregeling. Hoeveel ruimte biedt de sector-cao voor afwijkingen op lokaal niveau?  Of kunnen wijzigingen door het lokale niveau worden geregeld?

Daarbij zal ook aan de orde komen of er lokale afspraken gemaakt gaan worden met de vakbonden in het huidig georganiseerd overleg (GO). Dan zal er sprake zijn van ondernemingscao’s op lokaal niveau, overeen te komen met de vakbonden.

Wnra en de rol van de ondernemingsraad

Het kan zijn dat lokaal maatwerk met de ondernemingsraad moet worden afgesproken, doordat de cao dit voorschrijft of omdat dit uit de WOR voortvloeit, indien de cao daar niets over regelt.

De binding van de werknemers aan de inhoud van die regelingen die met de ondernemingsraad tot stand zijn gebracht, is dan een bijzonder punt van aandacht, omdat dergelijke regelingen niet dezelfde rechtskracht hebben als een cao.

In beginsel is er geen rol weggelegd voor de ondernemingsraad bij de implementatie van de wet en de gevolgen daarvan, nu de onderhandelingen over de collectieve arbeidsvoorwaarden het domein zijn van de vakorganisaties. Wel kan ervoor worden gekozen de ondernemingsraad daarbij een rol toe te kennen. Bijvoorbeeld bij het vastleggen van lokale regelingen in een personeelsreglement en het opstellen van (standaard) arbeidsovereenkomsten.

Juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden

Verder kan de implementatie van de wet op grond van art. 23 en 24 WOR in algemene zin worden besproken. Ook heeft de ondernemingsraad een taak op grond van art. 28 WOR om toe te zien op een juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden.

Daarnaast kan afstemming met de ondernemingsraad, zeker als het gaat om het inventariseren en vastleggen van de huidige arbeidsvoorwaarden (vgl. art 14 lid 2), van belang zijn om het proces binnen de organisatie zorgvuldig te doorlopen.

Voor de invoeringsdatum is er nog ruim de tijd om voorbereidingen te treffen. Het is dus ook goed dat ondernemingsraden zich hierop gaan voorbereiden. Waarop moet gelet worden bij de overgang? Wat zijn de gevolgen van de overgang naar het civiele arbeidsrecht? Het verkrijgen van antwoorden op die vragen kan van belang zijn om bijvoorbeeld goed te kunnen adviseren over voorgenomen reorganisatieplannen.

Bronnen:  Loe Sprengers en Jasper de Waard (Sprengers Advocaten), Vereniging Nederlandse Gemeenten, Rijksoverheid, ORnet.nl.

 

 

 

Reageer op dit artikel