nieuws

Werkgeversverklaring leidt niet automatisch naar vast dienstverband

Arbeidsrecht

Werkgeversverklaringen brengen niet zonder meer met zich mee, dat de werknemer erop mag vertrouwen dat hij ook daadwerkelijk een vast dienstverband krijgt.

De werknemer is voor een jaar als chauffeur bij de werkgever in dienst getreden. Nadien heeft de werknemer geen schriftelijke arbeidsovereenkomst meer ontvangen. Hij heeft wel twee jaar later gevraagd naar werkgeversverklaringen voor een hypotheek, waarin staat dat hij voor onbepaalde tijd in dienst is getreden van de werkgever. De werkgever heeft hem daarop laten weten, dat zijn eerste arbeidsovereenkomst steeds stilzwijgend is verlengd, zodat zijn laatste overeenkomst van rechtswege zal eindigen.

Toezegging vast dienstverband

De werknemer geeft aan dat hem voor het einde van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd de toezegging is gedaan, dat zijn arbeidsovereenkomst zou worden omgezet naar een dienstverband voor onbepaalde tijd. In de jaren daarna is er niet meer over gesproken. Vandaar dat hij steeds werkgeversverklaringen heeft aangevraagd om zwart-op-wit te krijgen, dat hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft. Dit heeft de werknemer echter bij zijn aanvraag niet vermeld.

Vier werkgeversverklaringen

De kantonrechter is van oordeel, dat de vier werkgeversverklaringen niet zonder meer met zich meebrengen dat de werknemer erop mocht vertrouwen, dat hij ook daadwerkelijk een vast dienstverband had gekregen. Gebleken is overigens dat deze verklaringen ingevuld werden door een administratief medewerker zonder dat overleg met de directie plaatsvond. Op de verklaringen werd standaard ingevuld, dat de betreffende werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft.

Geen vast dienstverband door werkgeversverklaring

Dat deze administratief medewerker werkgever zou kunnen binden als partij bij de arbeidsovereenkomst is niet gebleken. Uit de werkgeversverklaringen kan derhalve niet afgeleid worden, dat de werknemer een vast dienstverband heeft gekregen.

Kantonrechter ‘s-Hertogenbosch 5 februari 2007, JAR 2007/190

Reageer op dit artikel