nieuws

Het rechtsvermoeden weerlegd [rechtspraak]

Arbeidsrecht

De werkgever die bij onduidelijkheid over de omvang van een overeenkomst geconfronteerd wordt met een beroep op ‘het rechtsvermoeden’, kan tegenbewijs leveren. Tip: stem altijd goed af dat extra werkzaamheden van tijdelijke aard zijn.

Het rechtsvermoeden weerlegd [rechtspraak]

Een werkneemster is per 1 januari 2017 als zorgverlener in dienst getreden van de werkgever. Ten aanzien van de arbeidsduur is afgesproken dat de zij (minimaal) vier uur per week werkt. Als het aantal te verzorgen cliënten in verhouding tot het aantal beschikbare medewerkers dat vereiste, kon de werkneemster meer uren per week werken. Aldus de werkgever.

Rechtsvermoeden

In de praktijk werkte de werkneemster ook meer dan vier uur per week. In mei heeft de werkneemster haar arbeidsovereenkomst per 1 juli opgezegd. Zij beriep zich op ‘het rechtsvermoeden’, een regeling in de wet bij onduidelijkheid over de omvang de arbeidsovereenkomst. Die stelt dat wanneer de overeenkomst in ieder geval drie maanden heeft geduurd, wordt vermoed dat de arbeidsomvang gelijk is aan het aantal uren dat de werknemer in die periode gemiddeld heeft gewerkt. De regeling wordt in de praktijk vooral ingeroepen door mensen met een oproepcontract, een nul-urencontract of bijvoorbeeld een min-max contract. De werkgever kan dit vermoeden echter weerleggen.

In dit geval eiste de werkneemster van haar werkgever dat deze haar alsnog vanaf 1 januari tot 1 juli loon betaalt over twintig uren per week. Dat was in de maanden februari, maart en april namelijk het gemiddeld aantal gewerkte uren per week. Haar werkgever was het hier niet mee eens, omdat de werkzaamheden incidenteel waren en mede verband hielden met de vakanties en ziekte van collega’s.

De beslissing

De kantonrechter te Amersfoort heeft overwogen dat het rechtsvermoeden beoogt houvast te bieden in situaties, waarin de omvang van de arbeid niet eenduidig is overeengekomen. Of in situaties waarin de werknemer structureel meer uren werkt dan overeengekomen. Partijen hebben echter de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren. In deze kwestie heeft de arbeidsovereenkomst in totaal zes maanden geduurd. Vast staat dat de werkneemster iedere week meer dan de overeengekomen vier uren per week werkte.

De drie maanden die de werkneemster echter heeft gekozen voor het vaststellen van haar arbeidsomvang vindt de kantonrechter niet representatief. Dat waren namelijk precies de maanden waarin een paar piekweken vielen, waarin zij meer dan 25 uur per week werkte. Als naar een periode van een half jaar wordt gekeken, dan komt de gemiddelde arbeidsomvang neer op zo’n vijftien uur per week. Omdat de arbeidsovereenkomst ook precies een half jaar heeft geduurd en alle gewerkte uren reeds waren uitbetaald door de werkgever, is de vordering van de werkneemster afgewezen.

Commentaar:

De werkgever die geconfronteerd wordt met een beroep op het rechtsvermoeden, kan tegenbewijs leveren om dit vermoeden te weerleggen. Het is daarom aan te bevelen om met een werknemer die gedurende een zekere periode meer werkt dan overeengekomen, af te stemmen dat de extra werkzaamheden van tijdelijke aard zijn. Bijvoorbeeld vanwege de ziekte van een collega of een piek in het werk. Bevestig dit ook schriftelijk aan de werknemer.

Verder kun je als werkgever in een dergelijke kwestie nog betogen dat de door de werknemer genoemde periode niet representatief is. En dat bijvoorbeeld naar een langere periode moet worden gekeken om de omvang van de arbeidsovereenkomst vast te stellen. Zo kun je als werkgever zorgen dat het rechtsvermoeden wordt weerlegd.

Auteur: Patricia Weijmans van WVO Advocaten in Loenen
Bron: Rechtbank Midden-Nederland | ECLI:NL:RBMNE:2018:2780

 

Reageer op dit artikel