nieuws

Minister Koolmees stuurt WAB naar Tweede Kamer

Arbeidsrecht

De Tweede Kamer buigt zich over de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel op 7 november 2018 naar de Tweede Kamer gestuurd. Vanuit zowel werkgevers als werknemersorganisaties klonk direct kritiek op het voorstel.

Minister Koolmees stuurt WAB naar Tweede Kamer
Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Foto: Rijksoverheid

De arbeidsmarkt krijgt de komende jaren te maken met fundamentele veranderingen, zoals robotisering en platformisering, stelt de bewindsman. Daarnaast hebben mensen andere wensen over de vormgeving dan hun werk dan vroeger. Met de Wet arbeidsmarkt in balans denkt hij de arbeidsmarkt klaar te maken voor de toekomst.

Lees ook: WAB: Niemand is blij met nieuwe arbeidswet (11 april 2018)

Wat houdt de WAB in?

De belangrijkste maatregelen van de Wet arbeidsmarkt in balans zijn:

  • Ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. Nu moet de werkgever aan een van de acht ontslaggronden volledig voldoen. Deze nieuwe negende grond geeft de rechter de mogelijkheid omstandigheden te combineren. De werknemer kan maximaal een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag.
  • Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding, ook tijdens de proeftijd. Nu geldt dit pas vanaf een dienstverband vanaf twee jaar.
  • De opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden. Dit wordt voor iedereen een derde maandsalaris per gewerkt jaar.
  • De WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.
  • Er komt een regeling voor kleine werkgevers om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte.
  • Verlenging van de proeftijd voor werkenden die meteen een vaste contract krijgen, van twee maanden naar vijf maanden.
  • De opeenvolging van tijdelijke contracten, de zogenaamde ketenbepaling, wordt verruimd. Nu is het mogelijk om aansluitend drie tijdelijke contracten in twee jaar te aan te gaan. Dit wordt drie jaar.
  • Ook wordt het mogelijk om de pauze tussen een keten tijdelijke contracten per cao te verkorten van zes naar drie maanden als er sprake is van terugkerend tijdelijk werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan.
  • Daarnaast komt er een uitzondering op de ketenregeling voor invalkrachten in het primair onderwijs die invallen wegens ziekte.
  • Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Ook krijgen ze recht op een adequaat pensioen. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd.
  • Er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk minder dan vier dagen van tevoren wordt afgezegd. De termijn van vier dagen kan bij cao worden verkort tot één dag.

Arbeidsmarkt uit balans

Vakbond FNV heeft de wet omgedoopt tot Wet arbeidsmarkt uit balans. Zakaria Boufangacha van het FNV-bestuur zegt: “Het moet echt ambitieuzer. Hoe leidt de WAB tot meer vaste banen als er ook een verlengde proeftijd in zit, makkelijker ontslag en een jaar langer in de flexmolen? Dat helpt jongeren niet en brengt de arbeidsmarkt juist verder uit balans. Zij zijn de eerste generatie die het minder heeft dan hun ouders en ze willen graag waardering in de vorm van een vaste baan. De FNV wil meer vaste banen en Nederland wil dat in overgrote meerderheid ook.”

Petitie tegen de WAB

Het CNV is een petitie begonnen tegen de Wet arbeidsmarkt in balans. Ook het CNV is van mening dat het wetsvoorstel de arbeidsmarkt juist verder in disbalans brengt. “Door het kabinetsvoorstel wordt de doorgeschoten flexibilisering op de arbeidsmarkt niet aangepakt maar juist aangejaagd. De oneerlijke kostenconcurrentie tussen vast en flexibel werk wordt niet opgelost. Het vaste contract wordt onzekerder en flexwerkers worden niet beter beschermd. Dat leidt tot meer onzekerheid voor werkend Nederland.”

Reactie werkgevers

VNO-NCW liet eerder dit  weten ontevreden te zijn over de voorstellen. Inmiddels heeft de werkgeversorganisatie haar mening enigszins bijgesteld en zegt ze nu matig tevreden te zijn over de kabinetsplannen. Samen met MKB-Nederland noemt VNO-NCW de plannen een stap vooruit, maar waarschuwt zij dat de maatregelen nog niet de balans brengen die ondernemers graag zouden zien. Voor VNO-NCW en MKB-Nederland is het nieuwe ontslagrecht positief. Daarbij kunnen werkgevers ook bij een optelsom van kleine redenen mensen worden ontslagen. Ook zijn ze te spreken over de verlenging van de periode waarbij werknemers een tijdelijk contract kunnen krijgen en de langere proeftijd.

De hogere WW-premie voor seizoensarbeid valt de werkgeversorganisaties juist zwaar. Ook landbouworganisatie LTO-Nederland waarschuwt dat arbeid tot wel 7,5 procent duurder wordt. De brancheorganisatie voor uitzendbureaus ABU is juist te spreken over de hogere WW-premies waarmee ‘een gelijk speelveld voor verschillende vormen van flexibel werk’ moet ontstaan. De uitzenders denken echter dat de balans tussen vast en flex doorslaat naar dat laatste.

Werkenden met een slechte uitgangspositie blijven het risico lopen dat zij genoegen moeten nemen met de arbeidsrelatie die voor de werkgever het goedkoopst is

Kritiek Raad van State

De Raad van State is kritisch over het wetsvoorstel. Vooral voor mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt bieden de voorgestelde maatregelen volgens het belangrijke adviesorgaan nog steeds onvoldoende bescherming. De Raad van State wijst er met name op dat in de nieuwe plannen de mate van bescherming afhankelijk blijft van het soort arbeidsrelatie. Hoewel vast en flexibel volgens het kabinet dichter bij elkaar komen te liggen, blijven daarmee voor zowel werkgevers als werknemers forse verschillen bestaan, aldus de Raad van State.

Werkenden met een slechte uitgangspositie blijven volgens de Raad van State het risico lopen dat zij genoegen moeten nemen met de arbeidsrelatie die voor de werkgever het goedkoopst is. Ook het voorstel om de mogelijkheden voor opeenvolgende tijdelijke contracten te verruimen, stuit op kritiek. Volgens Koolmees gaat die maatregel zorgen voor meer vaste banen, maar de Raad van State mist een overtuigende analyse waaruit dat blijkt.

Over het voorstel om payrollers hetzelfde loon te geven als werknemers is het adviesorgaan eveneens erg kritisch, net als over de voorgestelde verlenging van de maximale proeftijd. De Raad van State acht het onwaarschijnlijk dat die maatregelen effectief zullen zijn en raadt het kabinet aan ze niet in de huidige vorm in het wetsvoorstel op te nemen.

Bronnen: ministerie SZW/FNV/CNV/ANP

Reageer op dit artikel