nieuws

Disfunctioneren onvoldoende onderbouwd [rechtspraak]

Arbeidsrecht

Regelmatig moet de kantonrechter zich buigen over ontslagzaken waarbij de werkgever vindt dat de werknemer zijn werk niet goed doet. Maar wie een beroep doet op ontslaggrond-d (disfunctioneren), moet dat goed onderbouwen, zoals blijkt uit de zaak van een filiaalleidster die zou disfunctioneren.

Disfunctioneren onvoldoende onderbouwd [rechtspraak]

De werknemer werkt al sinds 2002 voor haar werkgever, een groot winkelbedrijf. Sinds 2008 is zij filiaalleidster. Aanvankelijk gaat dat goed, maar vanaf 2013 klinkt er kritiek op haar functioneren. Het gaat vooral om haar leiderschap, ze zou moeite hebben met het delegeren, controleren, corrigeren en motiveren van de medewerkers. De filiaalleider moet de lat voor haar medewerkers een stuk hoger leggen. Als ze dit niet doet, zal ze volgens een officiële beoordeling steeds meer problemen ervaren met het uitoefenen van haar rol als filiaalleider.

Verbeterplan

Werk aan de winkel dus, voor de filiaalleider. Er wordt een verbeterplan ingezet en na twee jaar lijkt dat vrucht af te werpen, getuige haar beoordeling over het jaar 2015: ‘Al met al bent u een zeer correcte filiaalleidster die van uw werk houdt. U zet zich voor de volle 100% in en zult altijd uw best doen om het goed voor elkaar te hebben. Het komende jaar moet u zich verder ontwikkelen in winkelbeeld en oog voor detail. U bent prettig in de omgang en een zeer fijne filiaalleidster om mee samen te werken.’

Een jaar later wordt de filiaalleider overgeplaatst naar een andere vestiging waar het kort gezegd een puinhoop is. Het personeel is weinig gemotiveerd, het magazijn is een puinhoop, het voorraadbeheer laat te wensen over. Koppel hieraan het feit dat de reistijd ook langer is, en het zal geen verrassing zijn dat de vrouw na twee maanden aan de bel trekt omdat het niet echt lekker loopt. Diezelfde maand krijgt ze een vernietigende beoordeling. Als haar functioneren niet verbetert, zal dat consequenties voor haar baan hebben.

Kijk hier naar een video over ontslaggrond-d. Tekst gaat verder onder de video.

 

Leiderschap

In maart 2018 krijgt de filiaalleider opnieuw de opdracht haar functioneren te verbeteren. Opnieuw draait de kritiek mede om haar leidinggevende capaciteiten: ‘Uw leiderschap zal moeten gaan gelden. Dus niet alleen maar kritisch zijn op uw mensen in wat niet goed gaat, maar duidelijk maken waar u naartoe wilt, hoe u dat wilt en wat u van eenieder daarin verwacht. Een goede sfeer creëren, is hierbij essentieel.’

In mei is de werkgever nog altijd niet tevreden over het functioneren van de filiaalleider. Het bedrijf legt haar een vaststellingsovereenkomst voor. De filiaalleider weigert deze te tekenen. De werkgever vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met de filiaalleider te ontbinden op grond van  artikel 7:669 lid 1 en 3 sub d BW, kort gezegd de d-grond.

Disfunctioneren

Volgens de werkgever is er al enige jaren sprake van disfunctioneren van de filiaalleider en is haar functioneren, ondanks de ingezette verbetertrajecten, nog steeds niet op niveau. Zij heeft door haar wijze van leidinggeven geen draagvlak meer bij haar team, de klanten vinden haar onvriendelijk en er is structureel teveel winkeldiefstal in haar filiaal, hetgeen slechte resultaten oplevert.

De filiaalleider vindt dat de situatie op haar huidige werkplek niet representatief is voor haar functioneren. Dit filiaal is veel groter dan andere vestigingen en er speelden al voor haar komst vele problemen, zowel organisatorisch als financieel als qua personeel.

HR Actualiteitendag

HR Actualiteitendag

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat het vaststaat dat de filiaalleider er niet in is geslaagd de problemen in haar filiaal op te lossen. Maar, zo stelt de kantonrechter, dat is geenszins verbazingwekkend, gelet op de reeds langere tijd bestaande problematiek en de korte tijd die de werknemer in het filiaal werkzaam is geweest. De kantonrechter ziet geen bewijs van structureel disfunctioneren. De vrouw werkt al sinds 2008 als filiaalleidster en uit niets blijkt dat zij in de periode van 2008 tot 2013 haar werk niet goed zou hebben gedaan. Vanaf 2013 wordt haar functioneren onder gemiddeld beoordeeld, maar de werknemer zegt dat dit kwam door problemen in haar privésituatie waar zij op dat moment mee te maken had. In 2016 lijkt het functioneren van de filiaalleidster dan ook weer op het gewenste niveau te zitten, zodat er van structureel disfunctioneren geen sprake is.

De werkgever kan ook niet aangeven waarom het niet mogelijk zou zijn om de vrouw elders in het bedrijf te herplaatsen in een passende functie. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen, de werkgever moet de proceskosten betalen.

Rechtbank Midden-Nederland | ECLI:NL:RBMNE:2018:5959

Vond u dit artikel interessant? Mis niets en maak nu een gratis PW. profiel aan! De voordelen:

  • Het laatste nieuws, actualiteiten en achtergronden
  • Need to know juridische informatie
  • Door gerenommeerde auteurs geschreven
  • Voor HR-professionals die meer willen weten

Profiel aanmaken > 

Reageer op dit artikel