nieuws

Opvolgend werkgeverschap: was het werk hetzelfde?

Arbeidsrecht

Een werkgever wil het tijdelijke contract van een arbeidsongeschikte werknemer niet verlengen. De werknemer stelt dat ze al een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, omdat ze exact hetzelfde werk eerder deed als payroller in dienst van een andere werkgever. Is hier sprake van opvolgend werkgeverschap?

Opvolgend werkgeverschap: was het werk hetzelfde?

De werkgever is een stichting die vluchtelingen in Nederland bijstaat. Wanneer blijkt dat mensen hier mogen blijven, biedt de stichting hen een inburgeringscursus met taallessen aan. Voor die taallessen heeft de stichting een bedrijf ingehuurd dat het werk laat uitvoeren door zzp’ers en payrollmedewerkers. Wanneer het bedrijf aangeeft het werk niet langer te willen uitvoeren, besluit de stichting het werk voortaan in eigen hand te houden en biedt zij de payrollmedewerkers en zzp’ers een tijdelijk contract aan. De werknemer in deze zaak is een van deze payrollmedewerkers die Nederlands als tweede taal (NT2) geeft.

Arbeidsongeschikt

Hoewel de docente niet over de vereiste papieren beschikt, is de stichting toch zo tevreden over haar dat zij het werk mag uitvoeren terwijl zij ondertussen haar certificaat haalt. Voordat zij hierin slaagt, raakt de werknemer volledig arbeidsongeschikt. Haar werkgever laat een maand later per brief weten dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 15 juli 2018 van rechtswege eindigt en niet wordt voortgezet.

Opvolgend werkgeverschap

De docente legt zich hier niet bij neer. Bij het bedrijf dat aanvankelijk de taallessen voor de stichting verzorgde heeft zij twee tijdelijke arbeidsovereenkomsten gekregen. De stichting zelf heeft haar inmiddels ook twee tijdelijke contracten gegeven. Door de opvolging van werkgeverschap zit zij nu dus in haar vierde tijdelijke contract op rij. En daarmee heeft zij volgens de wet een vaste aanstelling.

Voor de kantonrechter betwist de werkgever de claim van de werknemer. Het werk dat zij voor de stichting deed, zou aanmerkelijk anders zijn dan het werk dat zij daarvoor als payrollwerkneemster uitvoerde. Er is volgens de stichting dus geen sprake van opvolgend werkgeverschap.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter stelt dat de werknemer in de nieuwe functie als NT2-docent les is blijven geven aan dezelfde leerlingen, gedurende hetzelfde aantal uren, met hetzelfde lesmateriaal en (op een enkele uitzondering na) in dezelfde leslokalen. Tot zover dus geen aanmerkelijke wijzigingen. Hoe zit het dan met de inhoud van het werk? Toen de werknemers in dienst kwamen van de stichting, schreef deze: “Voor degenen die zich afvragen of er veel zal veranderen (naast de arbeidsverhouding) is de boodschap dat we zeker in de overgang zo weinig mogelijk veranderingen in de huidige werkwijze en taakverdeling binnen de uitvoeringsstructuur willen. In de loop van 2017 zullen we natuurlijk, mede op basis van jullie input, de uitvoeringsafspraken verder optimaliseren.”

Functieprofiel

Uit niets blijkt dus dat het werk anders of zwaarder zou worden, noch dat dit op korte termijn te verwachten was. Volgens de werkgever is het werk dat de werkneemster voor de stichting doet wel degelijk veel zwaarder. Dat zou blijken uit het feit dat de werknemer een certificaat moest halen om te voldoen aan het functieprofiel. Het feit dat ze dit certificaat nog niet heeft gehaald – en niet haar arbeidsongeschiktheid – zou de voornaamste reden zijn om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen.

Daarbij heeft de werkneemster een eendaagse cursus gevolgd om te leren wat de beoordelingscriteria zijn voor een intaketoets. Ook krijgt de docente bij haar nieuwe werkgever tweehonderd euro per maand meer betaald voor haar werk. Allemaal indicaties dat het werk voor de stichting zwaarder en dus anders is dan bij de vorige werkgever.

Functioneringsgesprek

De kantonrechter verwerpt deze argumenten. Het verslag van een functioneringsgesprek op 25 augustus 2017  bevat geen aanwijzing dat de werkgever van mening was dat de docente onvoldoende voortvarend optrad bij het behalen van het certificaat. De salarisverhoging was nodig om de beloning in lijn te brengen met de cao-salarissen. En de eendaagse cursus zegt niets over de capaciteiten van de werknemer.

HR Actualiteitendag

HR Actualiteitendag

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de stichting redelijkerwijs als opvolgend werkgever is aan te merken. Hierdoor tellen de arbeidsovereenkomsten die de docente heeft gesloten met de eerdere werkgever mee in de reeks van tijdelijke arbeidsovereenkomsten. De arbeidsovereenkomst die is aangegaan met ingang van 1 november 2017 is daarom de vierde arbeidsovereenkomst in die reeks. Op grond van artikel 7:668a lid 2 jo. lid 1 sub b BW is dit daarom een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De werkgever had de arbeidsovereenkomst daarom niet mogen beëindigen. Als goed werkgever moet  de stichting de docente haar baan teruggeven en ervoor zorgen dat zij, zodra zij is hersteld van haar arbeidsongeschiktheid, haar werk weer kan uitvoeren.

Rechtbank Midden-Nederland | ECLI:NL:RBMNE:2018:5958

Reageer op dit artikel