nieuws

Werknemer trekt opzegging in: ziek melden is ‘slimmer’ [rechtspraak]

Arbeidsrecht

Een werknemer maakt na haar zwangerschapsverlof volstrekt duidelijk dat ze wil stoppen met werken. Wanneer haar collega’s haar erop wijzen dat een ziekmelding financieel gunstiger is, wil zij haar opzegging intrekken. Daar gaat haar werkgever niet mee akkoord.

Werknemer trekt opzegging in: ziek melden is ‘slimmer’ [rechtspraak]

Op 1 november 2018 keert de werknemer terug van haar zwangerschapsverlof en een aansluitende vakantie. Het is haar duidelijk dat er dingen moeten veranderen in haar leven. Ze heeft twee jonge kinderen, haar pasgeboren baby slaapt slecht en zij dus ook, haar vader is ziek en ze heeft twijfels of haar baan als advocaat wel bij haar past. Door maandenlang slaapgebrek en spanningen loopt ze op haar tandvlees. Ze besluit haar baan op te zeggen, een paar maanden niets te doen en dan te bekijken wat de toekomst haar brengt.

Opzegging van dienstverband

Ze deelt haar voornemen eerst met haar secretaresse en enkele dagen later met haar directe collega’s. Verschillende mensen, waaronder de coördinator van haar praktijkgroep, vragen haar of ze zeker weet dat ze deze stap wil nemen. Ze zou er ook voor kunnen kiezen om wat langer rust te nemen alvorens weer aan de slag te gaan. De medewerker is echter vastbesloten. Ze geeft aan het financieel te kunnen redden als zij ontslag neemt, omdat haar man een succesvol bedrijf heeft.

Er worden daarom afspraken gemaakt over het overdragen van haar praktijk en het informeren van cliënten over haar vertrek.

Intrekking van de opzegging

Op 14 november meldt de werknemer zich ziek. Een week later heeft ze een gesprek met de P&O-manager van het advocatenkantoor. Ze vertelt dat enkele collega’s haar gezegd hebben dat het slimmer zou zijn geweest als ze zich vanaf het begin ziek had gemeld. Ze wil daarom haar eerdere opzegging van het dienstverband in trekken. Dit zou als prettige bijkomstigheid hebben dat haar inkomen in het nieuwe jaar nog enige tijd zou doorlopen. Uit niets blijkt dat ze van plan is om, als ze weer hersteld is, weer aan het werk te gaan voor haar werkgever of zelfs maar in de advocatuur.

Twee dagen later constateert de bedrijfsarts dat de werknemer overspannen is. Het zal enkele maanden duren voor zij weer hersteld is.

De standpunten

Leestip!

Leestip!

De werkgever accepteert de intrekking van de opzegging niet en laat schriftelijk weten dat het dienstverband eindigt op 31 december 2018. In een mailwisseling tussen de werknemer en de P&O-manager van haar werkgever blijven beide partijen op hun standpunt staan.

De medewerker vindt dat haar werkgever haar meer tijd en gelegenheid had moeten geven om goed na te denken over haar voornemen tot opzegging. Dan zou duidelijk zijn geworden dat ze overspannen was en dat ze haar besluit om op te zeggen niet weloverwogen heeft genomen.

De werkgever benadrukt dat de werknemer tijdens haar opzegging heeft gezegd dat ze zich meer wilde richten op haar familie en eraan twijfelde of de advocatuur wel iets voor haar is. Ze heeft zich pas ziek gemeld nadat ze heeft opgezegd. Ziekmelding en opzegging staan wat betreft de werkgever dan ook los van elkaar.

Naar de rechter

De werknemer vraagt de rechter het ontslag te vernietigen en de werkgever te verplichten haar salaris vanaf 1 januari 2019 te voldoen. Door haar aan haar opzegging te houden, heeft de werkgever haar feitelijk ontslagen. Omdat zij zich inmiddels had ziek gemeld, was er sprake van  een opzegverbod wegens ziekte, zo betoogt de werknemer.

Duidelijk en ondubbelzinnig

Wanneer een werknemer zijn arbeidsovereenkomst opzegt, is een werkgever verplicht te onderzoeken of de werknemer de gevolgen hiervan wel overziet. Een opzegging moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn.

De werknemer vindt dat haar werkgever in dit geval te kort is geschoten. Zij verwijst daarbij naar artikel 3:34 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelt dat een rechtshandeling nietig is wanneer de geestvermogens van de betreffende persoon blijvend of tijdelijk verstoord zijn. Omdat zij overspannen was, kon zij naar eigen zeggen de reikwijdte van haar opzegging niet overzien.

Verweer werkgever

De werkgever betwist dat de opzegging het gevolg was van een tijdelijke geestesstoornis. Weliswaar zijn er spanningsklachten geweest, maar dat betekent niet dat de werknemer niet in staat zou zijn geweest om beslissingen te nemen over beëindiging van het dienstverband. De werkgever verwijst naar de rapportage van de bedrijfs- en verzekeringsarts. Hierin staat dat bij overspanning  geen verlies van controle over eigen wil en denken optreedt. De werknemer was intellectueel goed in staat om de gevolgen van haar handelen en keuzes te overzien.

De werkgever gelooft niet dat de werknemer werkelijk terug wilde komen van haar wens om de dienstbetrekking te beëindigen. Het lijkt er volgens de werkgever meer op dat het haar er om te doen is nog enkele maanden loon tijdens ziekte te ontvangen en vervolgens alsnog afscheid te nemen.

Tip! Lees alles over het beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de themapagina Einde arbeidsovereenkomst

Oordeel kantonrechter

Uit verklaringen van collega’s van de werknemer en uit haar eigen mails blijkt volgens de kantonrechter duidelijk dat de werknemer haar dienstverband heeft opgezegd. Uit niets blijkt dat dit niet meer dan een voornemen zou zijn geweest. De werkgever heeft voldoende geverifieerd dat zij daadwerkelijk wilde opzeggen. Ook het feit dat ze pas na drie weken besluit om haar opzegging in te trekken, sterkt de kantonrechter in het oordeel dat de opzegging niet in een opwelling is gedaan.

Het staat volgens de kantonrechter vast dat er begin november sprake was van overspannenheid bij de werknemer. Maar volgens de kantonrechter is het niet zo dat de werknemer haar opzegging onder invloed van die (beginnende) overspannenheid heeft gedaan. Het lijkt er veel meer op dat zij al enige tijd klaar was met het haar baan van advocaat bij een commercieel kantoor, een baan die ontegenzeggelijk impact heeft op een privéleven.

De werknemer heeft op geen enkel moment expliciet aangegeven terug te willen keren bij haar werkgever. Waar het uiteindelijk om ging, was haar wens om gedurende haar ziekte nog loon te ontvangen om vervolgens per 1 mei 2019 uit dienst te gaan. Dat die koerswijziging bij de werkgever niet goed viel, is volgens de kantonrechter niet onbegrijpelijk.

De opzegging die de werknemer op 5 november heeft gedaan, is daarom rechtsgeldig.

Rechtbank Overijssel | ECLI:NL:RBOVE:2019:1604

 

Reageer op dit artikel