nieuws

Rechter: indexatie pensioen wijzigen mag niet

Arbeidsrecht

Een werkgever wil een pensioenovereenkomst met een onvoorwaardelijke indexatie wijzigen in een voorwaardelijke. Een gepensioneerde werknemer stapt naar de rechter en die stelt hem in het gelijk. De les voor de verzekeraar en werkgever; bescherming van de aanspraken van de werknemer telt het zwaarst.

Rechter: indexatie pensioen wijzigen mag niet

Wat is er aan de hand? Een werkgever had een pensioenovereenkomst met onvoorwaardelijke (CPI-)indexatie ondergebracht bij een verzekeraar. Maar de verzekeraar geeft aan die onvoorwaardelijke indexatie niet meer uit te gaan voeren vanaf 1 januari 2019. De reden daarvoor is een praktische; een onvoorwaardelijke indexatie moet namelijk vooraf afgefinancierd worden. Dat betekent dat die indexatie ook over de toekomstige periode moet worden betaald, door bijvoorbeeld te rekenen met een onvoorwaardelijke indexatie van 2%. De verzekeraar stelt echter dat dat niet mogelijk is omdat de hoogte van het prijsindexcijfer in de toekomst niet bekend is. Daarom werd de indexatie jaarlijks toegekend en gefinancierd (betaald). Dit is voor de verzekeraar aanleiding om de pensioenregeling (en daarmee de pensioenovereenkomst) te wijzigen. De onvoorwaardelijke indexatie werd vervangen door een voorwaardelijke indexatie zodat jaarlijkse financiering kon blijven. (De verzekeraar stort daarnaast geld in een indexatiepot dat gebruikt kan worden voor toekomstige indexaties.)

Praktijkgids Pensioenen

Praktijkgids Pensioenen

Opgebouwde pensioen niet aantasten

Maar de gepensioneerde werknemer gaat daar niet mee akkoord en stapt naar de kantonrechter. De pensionado wil zijn bestaande pensioenovereenkomst, met onvoorwaardelijke indexatie, behouden. De kantonrechter stelt hem in het gelijk. De motivatie: artikel 20 van de Pensioenwet verbiedt wijziging van de onvoorwaardelijke naar een voorwaardelijke indexatie. En de rechter wijst erop dat het hier om dwingend recht. Het beroep van de verzekeraar en werkgever (op artikel 6:248 BW lid 2) om de indexactieregeling toch te kunnen wijzigen wordt afgewezen. De pensioenovereenkomst moet ongewijzigd blijven, dus met onvoorwaardelijke indexering.

Bescherming aanspraken

Dat in de praktijk al jaren de onvoorwaardelijke indexatie wordt voortgezet met jaarlijkse financiering, kan de verzekeraar een boete opleveren, maar dit lijkt niet waarschijnlijk. Het belang van de uitspraak zit dan ook vooral in de jurisprudentie. De les die hieruit te trekken valt is dat opgebouwde pensioenen mogen niet worden aangetast. Bescherming van de aanspraken van de werknemer weegt het zwaarst. Daar mogen pensioenverzekeraars en werkgevers niet aan tornen.

Lees ook: Pensioenakkoord: hoe nu verder?

Korten pensioen mag wel

Artikel 20 van de Pensioenwet bepaalt dus dat opgebouwde pensioenen niet mogen worden aangetast. Daar is een uitzondering op die veel in het nieuws is, namelijk het korten van pensioenen. Pensioenfondsen mogen bij een dekkingstekort opgebouwde pensioenen wel korten. In dit geval kunnen werkgevers en verzekeraars zich wel beroepen op artikel 6:248 BW lid 2. Dit kan alleen als vasthouden aan de geldende regels naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

 

Rechtbank Noord-Holland ECLI:NL:RBNHO:2019:6929

Bron: Robbert van Woerden, Praktijkgids voor pensioenen

 

Reageer op dit artikel