nieuws

Loon tijdens op non-actiefstelling

Geen categorie

De nieuwe baan van een werknemer is geen reden voor de kantonrechter om het loon tijdens een lange periode van op non-actiefstelling te matigen.

De werkneemster is op 1 september 2001 als algemeen directeur bij de werkgever in dienst getreden tegen een salaris van 5.045,43 euro bruto, exclusief emolumenten. Naar aanleiding van een extern onderzoeksrapport heeft de werkgever de werkneemster met ingang van november 2002 op non-actief gesteld. Per 1 februari 2003 is de werkneemster elders in dienst getreden. De werkgever heeft vervolgens geen salaris meer uitbetaald en ontbinding verzocht van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is ontbonden met ingang van 1 juni 2003, onder toekenning van een vergoeding aan werkneemster van 93.000 euro bruto. De werkneemster vordert doorbetaling van salaris over de periode van 1 februari tot 1 juni 2003. _x000D_
De kantonrechter Amsterdam heeft de vordering afgewezen.

_x000D_
De werkneemster gaat in hoger beroep.
_x000D_
Het Hof moet eerst beoordelen of de werkneemster beschikbaar was om de bedongen arbeid te verrichten. Het op non-actief stellen van de werkneemster ligt in de risicosfeer van de werkgever en de werkgever is in beginsel verplicht het salaris door te betalen. Het is in het algemeen wel vereist dat de werknemer bereid moet zijn de werkzaamheden te hervatten, tenzij ondanks het ontbreken van die bereidheid toch aanspraak op loon bestaat. Dit is het geval als ondanks het ontbreken van die bereidheid moet worden aangenomen dat de arbeid niet is verricht door een noodzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever moet komen. Omdat van meet af aan duidelijk was dat de werkgever na de op non-actief stelling geen gebruik meer wenste te maken van de diensten van de werkneemster, moet worden geconcludeerd dat gedurende de hele periode sprake is geweest van een situatie waarin de arbeid niet is verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever moet komen. Dan moet de vraag te worden beantwoord of het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de werkneemster aanspraak maakt op doorbetaling van haar salaris. Het feit dat de werkneemster een functie elders heeft aanvaard, is op zich daarvoor onvoldoende, evenals het feit dat zij al vanaf november 2002 salaris ontvangt zonder daarvoor te werken. Tenslotte geldt dat niet meer met voldoende mate van zekerheid uit de ontbindingsbeschikking valt af te leiden dat de kantonrechter bij toekenning van de vergoeding is uitgegaan van staking van het loon door de werkgever. De vorderingen worden toegewezen.

_x000D_
Uitspraak: Gerechtshof Amsterdam, 18 mei 2006, JAR 2006/237_x000D_

Reageer op dit artikel