nieuws

Grens tussen werk en pensioen steeds vager

Instroom

Grens tussen werk en pensioen steeds vager

Pensionering is niet meer een resolute grens tussen werk en privéleven. Werknemers zullen zich steeds vaker geleidelijk van de arbeidsmarkt terugtrekken. De grens tussen werk en pensioen wordt vager. Dat stelt hoogleraar Pensioensociologie Kène Henkens vrijdag 10 december in zijn inaugurele rede aan de Universiteit van Tilburg.

In de periode 2002 tot 2007 groeide het aandeel vroeggepensioneerden dat weer actief werd op de arbeidsmarkt toe van 16 tot 23%. Dit varieert van oproepkracht bij de oude werkgever als kleine zelfstandige of gewoon in loondienst. Het percentage dat wel de ambitie heeft te werken, maar er niet in slaagt werk te vinden nam ook toe: van 6 tot 10%.

Werkgevers zijn nog  erg terughoudend om hun oudere werknemers aan te moedigen om na hun   65ste door te werken. Driekwart van de Nederlandse werkgevers associeert veroudering van hun personeelsbestand met toenemende arbeidskosten. Vier op de tien werkgevers verwacht bovendien een dalende productiviteit van een vergrijzend werknemersbestand. Met je 55ste of nog eerder ‘met pensioen gaan' wordt weliswaar als te vroeg gezien, maar gemiddeld wordt binnen de Nederlandse bevolking iemand van 66 als te oud gevonden om nog 20 uur per week te werken.
Henkens stelt dat belangen van werkgevers en werknemers op elkaar inwerken en onbedoelde negatieve gevolgen kunnen hebben. Ook de belangen en gedragingen van de werknemer en zijn of haar partner beïnvloeden elkaar: veel pensioneringsbeslissingen worden genomen aan de keukentafel.

Reageer op dit artikel