artikel

Loopbaancounseling onder de loep

Personeelsmanagement

Loopbaancounseling onder de loep

Loopbaancounseling is één van de instrumenten die ingezet kunnen worden bij loopbaanontwikkeling. De achterliggende gedachte hiervan is dat veel mensen behoefte hebben aan een klankbord bij vraagstukken rondom hun loopbaanontwikkeling.

Intern kunnen lijnmanagers en de HRM-afdeling aan zo’n vraag naar loopbaancounseling voldoen. Sommige organisaties kennen speciaal daarvoor aangestelde loopbaancounselors die al dan niet verbonden zijn aan een intern loopbaancentrum. Buiten de organisatie ligt er ook een veelheid aan mogelijkheden.

Over loopbaancounseling bestaan verschillende opvattingen, die in de loop der jaren ook zijn veranderd. De recente opvatting is dat loopbaancounseling er niet alleen op is gericht de loopbaanontwikkeling te bevorderen, maar ook de persoonlijke groei, en om die reden nauwe verwantschap heeft met psychotherapie. De idee is dat het onderscheid tussen loopbaancounseling en persoonlijke counseling niet gemaakt zou moeten worden. Om loopbaancounseling succesvol te laten zijn is het namelijk ook nodig aan allerlei emotionele en cognitieve remmingen aandacht te besteden en ook aan het zelfbeeld en de zelfachting te werken.

Interpersoonlijke competenties

Om counseling succesvol te laten zijn, moet je aandacht besteden aan emotionele en cognitieve remmingen

Om loopbaangesprekken effectief te laten zijn moet daarin onder andere aandacht worden besteed aan de interpersoonlijke competenties van de kandidaat. Het is daarom goed om bij loopbaancounseling te werken aan het vertrouwen in het eigen kunnen om goede relaties te leggen en de aandacht te richten op opvattingen over de eigen vaardigheid in het leggen van goede sociale betrekkingen.

Het proces van loopbaancounseling

In het proces van loopbaancounseling kunnen vijf fasen onderscheiden worden.

  1. Een goede kennismaking, het vestigen van een samenwerkingsrelatie en het maken van afspraken over de werkwijze en procedure (tijd, verantwoordelijkheid, vertrouwelijkheid).
  2. De diagnosefase waarbij loopbaancounselor gebruik kan maken van een reeks van instrumenten (tests en zelftests) om de interesses, capaciteiten, besluitvormingsstijl, waarden of persoonlijkheid van de kandidaat helder te krijgen. Belangrijke informatiebronnen zijn ook de waarnemingen van de counselor zelf.
  3. Het formuleren van doelen met en door de cliënt en het bepalen van geëigende interventies. Deze kunnen, afhankelijk van de diagnose, liggen in het verzorgen van meer informatie over loopbaanmogelijkheden, het vergroten van inzicht in de vaardigheden die de persoon kan meenemen naar andere functies of het helder krijgen van eisen die gesteld worden in bepaalde posities.
  4. Interventie
  5. Evaluatie

Drie paradigma’s voor loopbaancounseling

Er zijn voor wat betreft loopbaancounseling drie paradigma’s te onderscheiden. Het eerste paradigma is dat van vocational guidance (loopbaankeuzebegeleiding). Dit neemt een objectief standpunt in, kijkt naar persoonlijke karakteristieken en scores op tests en beschouwt de cliënt als een actor die geholpen wil worden bij de keuze voor een loopbaan.

Het tweede paradigma, career education (loopbaanontwikkeling), neemt een meer subjectief perspectief in op de (loopbaan)ontwikkeling en ziet de cliënt als een agent met een bepaalde mate van bereidheid om de ontwikkeltaak in die loopbaan- en levensfase op te pakken. De counseling bestaat hier uit het helpen ontwikkelen van een andere houding, of andere opvattingen of is gericht op de groei van bepaalde competenties.

Het derde paradigma, life design, beschouwt cliënten als auteurs van een autobiografisch verhaal die geholpen willen worden bij het reflecteren op relevante levensthema’s om daarmee hun toekomst verder vorm te kunnen geven. Afhankelijk van de behoeften van de cliënt en de sociale context op dat moment kunnen counselors in principe interveniëren vanuit alle drie de paradigma’s, het eerste om de beste fit te vinden wat werk betreft, het tweede om flexibiliteit en aanpassing te helpen ontwikkelen en het derde om het eigen ‘loopbaanverhaal’ te construeren.

Loopbanen op een flexibele arbeidsmarkt

Succes in de loopbaan is nu vooral een kwestie van de eigen waarden, doelen en interesses

Vaste banen maken tegenwoordig steeds meer plaats voor tijdelijke aanstellingen en projecten voor bepaalde tijd. Er wordt nu tijdens de loopbaan veel vaker van baan gewisseld dan vroeger. Mensen komen dus ook steeds vaker voor loopbaanbeslissingen te staan. De loopbaan speelt zich ook niet meer in een organisatie af, maar behoort aan de persoon zelf toe. Succes in de loopbaan is nu vooral een kwestie van de eigen waarden, doelen en interesses. Loopbaancounseling in de 21ste eeuw in dan ook veel meer counselen met het oog op het ontwerpen van het eigen leven geworden (het derde paradigma).

Career story interview

Het career story interview is een gestructureerd interviewschema dat ervoor ontworpen is om een cliënt te helpen reflecteren op zijn loopbaan, hieraan betekenis te geven, zijn identiteit helder te krijgen en hem op die manier te helpen bij het verder vormgeven van zijn loopbaan en leven. Het career story interview bestaat uit vijf basisvragen. Elk van de vragen heeft een specifiek doel.

  1. Wie zijn jouw rolmodellen en wie bewonder je?
    Het antwoord op deze vraag zegt iets over het zelfbeeld, over hoe de persoon naar zichzelf kijkt, zijn belangrijkste doelen in het leven en zijn oplossingen voor belangrijke levensvragen.
  2. Wat zijn je favoriete tijdschriften, tv-programma’s en websites?
    Deze vraag geeft informatie over de omgevingen die de persoon prefereert qua opleiding en beroepsgroep.
  3. Wat is je favoriete verhaal, boek of film?
    Deze vraag ontlokt een levensscript over hoe de cliënt in kwestie zijn doelen wil bereiken of problemen wil oplossen.
  4. Wat zijn je favoriete uitspraken en motto’s?
    Deze vraag dient het tegenovergestelde doel en geeft de persoon de gelegenheid zichzelf advies te geven.
  5. Wat zijn je favoriete spellen en vrijetijdsbesteding?
    Het verhaal hierover zegt iets over hoe de persoon in kwestie vaardigheden en aanpakken ontwikkelt voor de omgang met levensproblemen.

Behalve deze vijf zijn er twee additionele vragen. Een zesde vraag richt zich op de vakken op school. Het antwoord hierop zegt iets over aanleg, capaciteiten en prestaties en ook in hoeverre de persoon succesvol is geweest (cijfers) en tevreden is. De vraag naar de vroegste herinneringen maken centrale levensproblemen helder en ook de kernproblemen die men nu ervaart.

Leestip

Leestip

Bij loopbaancounseling gaat het niet meer zozeer om mensen helpen te kiezen maar om helpen te construeren, waarbij de uitdagingen van loopbaanmanagement en levensmanagement nauw met elkaar zijn verbonden.

De tekst voor dit artikel is afkomstig uit het boek Loopbaanmanagement van dr. M.J.A. Paffen

 

Reageer op dit artikel