artikel

‘Werkgeluk is hip maar de overgang blijft taboe’

Personeelsmanagement

Nog nooit zaten zo veel werkende vrouwen in de fase van de overgang: bijna twee miljoen. Dat dit een enorme impact heeft op het arbeidsproces en dus op organisaties, staat voor directeur Marja Beumer van Projob vast. “We moeten het bespreekbaar maken.”

‘Werkgeluk is hip maar de overgang blijft taboe’
Marja Beumer, oprichter en directeur arbeidsmarktspecialist Projob

Een kleine twee miljoen werkende vrouwen is tussen de veertig en zestig jaar en verkeert dus in de levensfase van overgang. Vrij vertaald zijn dat zes van de tien basisschooljuffen en een kwart de van verpleegkundigen.

Het is een historisch aantal, zegt Marja Beumer – oprichter en directeur van arbeidsmarktspecialist Projob. Ze wil het expliciet niet over de overgang an sich hebben, maar wel over de levensfase van vrouwen waarin de overgang een grote rol speelt, juist ook op hun werk. “Vanuit de 45 jaar ervaring als arbeidsintermediair en vanuit mijn studie arbeidsmarktpolitiek en personeelsbeleid benader ik het juist breder, vanuit zowel een economisch, maatschappelijk als sociaal perspectief. Het is echt vanuit deze perspectieven dat ik merk dat er iets aan de hand is”, aldus Beumer.

Complex geheel

Duurzame inzetbaarheid is een thema dat we allemaal al een paar jaar heel hoog in het vaandel hebben. Als ik bedrijven vraag hoe dat er dan uit ziet, komt er een beleid uit dat voor iedereen in het bedrijf geldt. Als ik ze dan vraag of ze ook onderscheid maken in groepen, is het antwoord nee.”

Maar als 64-jarige vrouw heeft Beumer inmiddels zelf aan den lijve ondervonden hoe het is om in de overgang te zitten – ook praat ze met vrouwen in die situatie. “Veel vrouwen vertellen dat ze zich niet goed voelen, dat ze niet goed slapen en dat er zowel privé als op het werk veel druk op hen rust. Dat ze dan weer een nieuwe leidinggevende hebben en dan weer in een nieuwe kantoortuin moeten zitten. En dat ze al die veranderingen niet trekken.”

Vier miljoen werkende vrouwen

In Nederland werken bijna vier miljoen vrouwen werken volgens het CBS. Van hen zijn 1,8 miljoen tussen de veertig en zestig jaar. Omstreeks hun veertigste kunnen de eerste verschijnselen van de overgang zich openbaren. Dat loopt door tot ongeveer zestig jaar. Een groot deel van vrouwen gaat moeiteloos door de overgang en/of ervaart weinig klachten, stelt het onderzoek van Patricia Wijntuin. “Maar een ander deel worstelt met matig tot ernstige verschijnselen. Met invloed op zowel het persoonlijk leven als het werk.” Verschijnselen die vrouwen ervaren variëren van opvliegers, haaruitval, gewrichtspijnen tot oververmoeidheid, neerslachtigheid, slapeloosheid en concentratieproblemen.

Het zijn de typische overgangsklachten. Maar de bottleneck zit niet in die overgang zelf, maar in die levensfase waar de overgang plaatsvindt: tussen de veertig en zestig jaar. “Wanneer het begint en eindigt is voor elke vrouw uniek, maar het is in de periode dat kinderen uit huis gaan of gaan studeren. Dat ze mantelzorger worden voor hun eigen ouders en dat hun partner misschien van baan verandert of zijn of haar werk kwijtraakt.”

Een complex geheel dat die vrouw allemaal op haar bord krijgt, zegt Beumer. En dat zou niet zo erg zijn als ze zich krachtig zou voelen. “Maar laat dat nou juist door die overgangsklachten als slapeloosheid en onzekerheid – veroorzaakt door hormonale veranderingen – niet het geval zijn.”

Je moet 24 uur per dag pieken

Compenseren

Onderzoeker Patricia Wijntuin van de Hogeschool van Utrecht (HU) herkent dit beeld. Wijntuin presenteerde dit voorjaar haar onderzoek naar de ervaringen van werkende vrouwen in de overgang bij haar werkgever de HU. Wat haar opviel is dat de 40 vrouwen die ze interviewde veel moeite doen om verschijnselen van de overgang niet te laten zien. “Ze willen graag goede werknemers zijn en proberen op alle mogelijke manieren te compenseren. Omdat ze het belangrijk vinden hun werk goed te doen.”

Ook heerst volgens Wijntuin angst om afgeschreven te worden. “Ze zijn bang dat collega’s twijfelen aan hun functioneren, omdat ze soms minder scherp en moe zijn. In de samenleving van tegenwoordig moet alles jong en flexibel zijn. Je moet 24 uur per dag pieken. De vraag of je dat tempo kunt bijhouden geldt natuurlijk ook voor andere groepen, zoals jongeren. Denk aan al die studenten met een burn-out.”

Tips voor HR-beleid

De aanbevelingen die onderzoeker Patricia Wijntuin doet, richten zich op het HR-beleid van de HU maar zijn universeel.

  1. Maak HR-regelingen niet alleen de verantwoordelijkheid van (vrouwelijke) medewerkers, maar ook van de organisatie. In de praktijk betekent dit dat je een overgangsconsult aanstelt, gespecialiseerd in werken tijdens de overgang. Zij kan zowel vrouwen als de organisatie adviseren.
  2. Misschien nog wel belangrijker dan regelingen is het aanbieden van kennis over de overgang aan direct leidinggevenden. Dat maakt het voor vrouwelijke medewerkers met overgangsklachten makkelijker om het gesprek aan te gaan een mogelijke aanpassingen in de werkomgeving te bespreken.
  3. Reik leidinggevenden tools aan om het gesprek over de overgang te kunnen starten. Zoals trainingen in gespreksvoering en kennisaanbod over de overgang in context van het werk.
  4. De inrichting van de fysieke ruimte blijkt deels van invloed op klachten die vrouwen ervaren. Maak een kritische analyse van de impact van bijvoorbeeld flexwerken en kantoortuinen.

Fysieke werkomstandigheden, werksituaties, taken en werkstress kunnen klachten van de overgang verergeren, maar ook verbeteren. Daar zien de onderzoekers een rol voor werkgevers. Wijntuin heeft bij de resultaten van haar onderzoek dan ook een aanbevelingen voor HR-beleid gepresenteerd, zie kader. Ook Marja Beumer van Projob maakt zich als een ware missionaris hard om het onderwerp op de agenda te krijgen. “Het belangrijkste is dat het aandacht en erkenning krijgt. Het is hip om het over duurzame inzetbaarheid en werkgeluk te hebben, maar de overgang is taboe.”

Lees ook: 8 Factoren die werkgeluk belemmeren 

Het is een ‘schaamte-onderwerp’, constateert Beumer. Ze vertelt over het gesprek met een HR-directeur, die zich had aangemeld voor een van Beumers bijeenkomsten over dit onderwerp. “Ze had zich wel aangemeld, maar zei dat ze het onderwerp van de bijeenkomst niet in haar agenda kon benoemen. Uit schaamte naar haar collega’s.”

Eenvoudige aanpassingen

“We moeten het onderwerp bespreekbaar maken”, zegt Beumer dan ook. “We zouden er gewoon over moeten kunnen praten, net zoals je praat over dat je zwanger bent.” Beumer organiseert trainingen voor vrouwen en voor leidinggevenden en biedt organisaties interactieve presentaties. Samen met onderzoeker Patricia Wijntuin kijkt ze naar mogelijkheden om een training te ontwikkelen voor leidinggevenden van de HU. “Die is vooral gericht op kennis delen: hoe herken je dingen en hoe ga je het gesprek met je mensen aan.”

De oplossing zit volgens Beumer vaak in kleine dingen. Specifieke aandacht en eenvoudige aanpassingen zoals een afgesloten werkplek of een uurtje later mogen beginnen en langer doorwerken, kunnen al helpen. “Als je slecht slaapt kan dat soms al de oplossing zijn.”

Lees ook: Werkgeluk meten met apps

Uit onderzoek blijkt volgens Beumer dat vrouwen die last hebben van de overgang baat hebben bij regelmaat en rust. “Dat betekent niet dat je achterover moet leunen. Maar wel dat je niet constant van links naar rechts wordt geslingerd en even de tijd krijgt om dingen af te maken. Als je weet hoeveel opvliegers ik op een dag heb gehad. Dan zit je bij een klant en is je blouse opeens donker- in plaats van lichtblauw. Maar je moet wel gewoon opstaan.” Een vorm van stress is nodig om te presteren, denkt Beumer. “Maar deze vrouwen voelen zich al opgejaagd, een gevolg van de hormonen, dus dan wordt het een elkaar versterkend negatief verhaal.”

Ik zie dat sommigen van deze groep vrouwen minder goed functioneren

Economische impact

Leidinggevenden die zeggen dat dat toch iets van die vrouw zelf is en dat zij daar niets in te doen hebben, wijst Beumer op de economische impact. “Ik zie dat sommigen van deze groep vrouwen minder goed functioneren. Onlangs sprak ik een dame met een HR- functie, die verschillende reorganisaties had doorgevoerd. De laatste ronde was haar niet gelukt, omdat ze zich zo slecht voelde. Toen is haar gezegd dat ze niet stevig genoeg was en lag ze eruit.” De vraag is in hoeverre leidinggevenden bereid zijn om te kijken welke impact de overgang heeft op een werkende vrouw en of ze de know how hebben om hier om te gaan. “En wat ze daar in het kader van goed werkgeverschap aan kunnen doen”, zegt Beumer. “Want het zou fijn zijn als je als werkende vrouw iets meer tijd en begrip op de werkvloer krijgt om met die fase van de overgang te dealen.”

Reageer op dit artikel