nieuws

Het Nieuwe Werken: veel angst voor lange dagen

Personeelsmanagement

Het Nieuwe Werken: veel angst voor lange dagen

Hoewel slechts 5 procent van de werknemers slechte ervaringen heeft met Het Nieuwe Werken, zijn velen bang. Wat zijn de grootste angsten en belemmeringen voor Het Nieuwe Werken?

Te laat stoppen met werken, altijd bereikbaar moeten zijn en meer individualisme op de werkvloer. Dat zijn de grootste zorgen van werknemers bij Het Nieuwe Werken. Weinig verstand van ICT vormt echter geen belemmering om flexibel te werken. Dit blijkt uit onderzoek van Qidos, HR advies- en trainingsbureau, onder ruim 18.000 werknemers bij ruim 40 organisaties.

De onderzoeksresultaten laten zien dat 26 procent van de werknemers graag wil overstappen op HNW. Slechts 5 procent heeft slechte ervaringen met HNW. Deelnemers aan het onderzoek vonden de belangrijkste voordelen: werk en privé beter combineren (62 procent), hogere productiviteit (38 procent) en besparing van reistijd en files vermijden (26 procent).

Zorgen over Het Nieuwe Werken
Wel zijn er zorgen en drempels over Het Nieuwe Werken bij werknemers. Ze maken zich het meest zorgen over langer doorwerken op een dag. Verder zijn ze bang voor negatieve reacties als ze later beginnen en vormt de structuur van een thuiswerkdag een uitdaging.
Qua samenwerking maken ze zich zorgen over de aandacht voor elkaar, afstemming binnen het team en minder ondersteuning van collega’s. Het gebrek aan ICT-kennis als obstakel staat onderaan. ”Uit deze cijfers blijkt opnieuw hoe belangrijk het is aandacht te besteden aan de menskant van Het Nieuwe Werken. De kritische succesfactor voor het slagen van Het Nieuwe Werken”, zegt Qidos directeur Martijn de Wildt.

Onderzoeksresultaten tonen verder aan dat het bedrijfsleven voorop loopt met Het Nieuwe Werken. 25 procent van het bedrijfsleven voerde HNW al in tegenover 15 procent van de non-profit organisaties. Werknemers bij gemeentes, overheid en in de zorgsector hebben minder flexibele werktijden en leidinggevenden sturen minder op resultaten dan in het bedrijfsleven. 75 procent van de respondenten uit het bedrijfsleven en 60 procent van de respondenten uit de non profit-sector maken resultaatafspraken. Werknemers in het bedrijfsleven zien meer kansen en mogelijkheden van HNW dan werknemers in de non-profit sector.

Jongere werknemer moeite met vrijheid
Opvallende uitkomst uit het onderzoek is dat jongere werknemers meer structuur vragen en vaker last hebben van uitstelgedrag. Ze hebben meer behoefte aan een training dan oudere werknemers. 50-plussers maken zich hier het minst druk over en werken zelfstandiger. Daarentegen vinden zij een vaste werkplek belangrijker dan jongeren. ”Er komt een nieuwe generatie werknemers aan die gewend is continu met elkaar in contact te staan en veel waarde hecht aan vrijheid. Dat deze groep aan het begin van hun carrière behoefte heeft aan structuur en sturing is logisch. Ook binnen Het Nieuwe Werken kan dat goed georganiseerd worden“, aldus de Wildt.

Werknemers zonder vaste werkplek en -werktijden, werken het meest resultaatgericht. Zij vinden de afspraken over resultaten uitdagend en realistisch. Werknemers uit de non-profit en werknemers in roosters staan het meest sceptisch tegenover resultaatafspraken. Een jaargesprek is vrijwel standaard, maar 43 procent van de werknemers praat niet regelmatig met zijn leidinggevende over zijn ontwikkeling. De Wildt: ”Hier is nog winst te behalen. Een nieuwe manier van werken vereist ook een nieuwe manier van denken. Dat bereik je niet van de één op de andere dag. Het is de kunst om mensen zo te enthousiasmeren dat ze niet ‘moeten veranderen’ maar zelf graag de ‘verandering’ willen zijn.”

Volg de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van Het Nieuwe Werken op het platform Overhetnieuwewerken.nl

Reageer op dit artikel