Vordering niet genoten vakantiedagen

Een werknemer is zeven jaar in dienst geweest bij een werkgever. De arbeidsovereenkomst is geëindigd als gevolg van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. De werknemer vordert betaling van niet genoten vakantiedagen over 2003, 2004 en 2005. De kantonrechter acht toewijzing van de vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De werknemer heeft namelijk het laatste jaar van zijn dienstverband feitelijk niet meer gewerkt, terwijl zijn loon door de werkgever is gesuppleerd tot 100%. Daarnaast heeft de werknemer twee maanden voor een andere werkgever gewerkt, zonder dat de werkgever daarvan wist.