artikel

Tussentijdse opzegging

Arbeidsrecht

Tussentijdse opzegging

Een tussentijdse opzegging betekent dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voortijdig eindigt. Normaal gesproken eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op het afgesproken eindtijdstip, en dan automatisch (van rechtswege), dus zonder ontslagvergunning, opzegging en opzegtermijn. Dat is alleen anders bij de uitzonderingen van beëindiging tijdens de proeftijd of een ontslag op staande voet.

Het uitgangspunt bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst is echter dat zij geldt voor de afgesproken duur, en er niet een eenzijdige tussentijdse opzegging door één van partijen kan worden bewerkstelligd. Er kunnen echter ook andere omstandigheden zijn waardoor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd toch voortijdig moet worden beëindigd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ernstig disfunctioneren of een reorganisatie. Zonder een tussentijdse opzegclausule kan een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd alleen via ontbinding door de kantonrechter tussentijds eindigen. De datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst is dan echter op zijn vroegst met ingang van de datum van de ontbindingsbeschikking.

Opnemen van een bepaling over tussentijdse opzegging

In de wet wordt expliciet bepaald dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd slechts tussentijds kan worden opgezegd als dat recht voor ieder der partijen schriftelijk is overeengekomen. De wet geeft niet aan dat een dergelijk beding uitsluitend bij de aanvang van de arbeidsrelatie kan worden overeengekomen. Daaruit kan worden afgeleid dat een dergelijk beding ook later kan worden afgesproken.

OntslagrechtAls een cao, een eigen collectieve regeling en/of de schriftelijke arbeidsovereenkomst geen bepaling bevat die tussentijdse opzegging mogelijk maakt, blijft voortijdige beëindiging slechts via een ontbindingsverzoek aan de kantonrechter mogelijk. Daarbij geldt dat de kantonrechter bevoegd is een vergoeding toe te kennen ten bedrage van het aantal maandsalarissen dat resteert tot de overeengekomen einddatum.

Let op
Het opnemen van het woord ‘tussentijds’ in een opzegbepaling in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is cruciaal. Als alleen maar in het algemeen over opzegging wordt gesproken dan bestaat het risico dat dat wordt gezien als een overeengekomen verplichting om ook de tijdelijke arbeidsovereenkomst via de normale opzegregels te beëindigen (redelijke grond, ontslagvergunning of instemming, opzegverbod, opzegtermijn etc.), in plaats van dat deze ‘van rechtswege’ eindigt op de overeengekomen einddatum. Als in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bijvoorbeeld alleen staat opgenomen dat voor beide partijen een opzegtermijn van een maand geldt, zou dat kunnen worden uitgelegd als een overeengekomen voorafgaande opzegbepaling, waardoor het contract niet langer van rechtswege eindigt.

Wanneer tussentijdse opzegging is bedongen en de werkgever wil tussentijds opzeggen, moet hij wel eerst een ontslagvergunning aanvragen (en vervolgens ook de geldende opzegtermijn in acht nemen) of de kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Let op
Is de mogelijkheid van tussentijdse opzegging opgenomen in de arbeidsovereenkomst, dan moet u er rekening mee houden dat het UWV kritisch kijkt naar een ontslagaanvraag. Er is immers niet voor niets een overeenkomst voor bepaalde tijd afgesloten. Wanneer er niet een hele goede reden bestaat om de overeenkomst eerder te beëindigen, zal het UWV toestemming weigeren.

Tussentijdse beëindiging met wederzijds goedvinden

Behalve via tussentijdse opzegging is het ook mogelijk de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voortijdig in onderling overleg met de werknemer te beëindigen. Dan is er echter geen sprake van een eenzijdige rechtshandeling, maar van het sluiten van een beëindigingsovereenkomst tussen twee partijen, waarbij de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd.

Let op
Als gevolg van een wijziging in de werkloosheidswet per 1 januari 2016 is het bij het ontbreken van een tussentijds opzegbeding niet meer mogelijk om bij een beëindiging met wederzijds goedvinden een WW-uitkering te krijgen vóór de oorspronkelijke einddatum van de arbeidsovereenkomst. Artikel 19 lid 4 van de WW staat hier aan in de weg: Geen recht op uitkering heeft de werknemer totdat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou zijn verstreken, indien deze tussentijds met wederzijds goedvinden is geëindigd, zonder dat in die arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen dat deze tussentijds kan worden opgezegd als bedoeld in artikel 667, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Met andere woorden: een WW-uitkering is in dit soort situaties pas mogelijk op de oorspronkelijk overeengekomen einddatum.

Reageer op dit artikel