artikel

Vakantiewerk door scholieren en studenten

Arbeidsrecht

Vakantiewerk door scholieren en studenten

Met vakantiewerkers worden bedoeld scholieren, studenten en andere studerenden die in de vakantieperioden van hun onderwijsinstelling of in de periode tussen twee opleidingen in tijdelijk werk verrichten.

Op de jongeren zijn bij vakantiewerk de gewone regels van het arbeidsrecht van toepassing. Dat wil onder meer zeggen dat het minimum(jeugd)loon voor zover dat voor een bepaalde leeftijdsgroep is vastgesteld, moet worden betaald, dat alle premies moeten worden ingehouden, en dat de werknemer vakantiedagen opbouwt.

Leeftijd van de vakantiewerker

De vakantiewerker moet minimaal dertien jaar oud zijn. Volgens het arbeidsovereenkomstenrecht in het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een minderjarige van zestien jaar en ouder zelfstandig, zonder toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger, een arbeidsovereenkomst aangaan. Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, heeft in beginsel wel de toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger nodig, maar als de minderjarige vier weken zonder die toestemming heeft gewerkt, wordt die toestemming geacht te zijn gegeven. Het BW noemt daarbij geen minimumleeftijd van dertien jaar. De leeftijd van dertien jaar volgt dan ook niet uit het BW maar uit de Arbeidstijdenwet.

Arbeidstijdenwet en vakantiewerk

Voor de vakantiewerkers die jonger zijn dan achttien jaar geldt de bescherming van jeugdigen uit de Arbeidstijdenwet. Deze wet verbiedt in eerste instantie kinderarbeid. Onder kind (jongere) wordt verstaan een persoon jonger dan zestien jaar. De wet staat echter enkele uitzonderingen op dit verbod toe, maar stelt daarbij speciale regels, die gelden voor de aard van de te verrichten arbeid en de arbeids- en rusttijden. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen werken op schooldagen (dus niet vallend onder de definitie van vakantiewerk) en werken op dagen, dat zij niet naar school gaan en in vakantieperioden. Hoofdregel is dat de school altijd voorgaat.

Lichte niet industriële arbeid

In de eerste plaats moet het bij deze categorie jonge werknemers gaan om lichte, niet-industriële arbeid. Daarbij kan gedacht worden aan werk in winkels, kantoren, horeca, landbouw, maneges of campings. Daarnaast mag de arbeid de zogeheten ‘klusjes rond het huis en in de buurt’ betreffen, zoals auto’s wassen en oppassen.

Vakantiewerkers mogen dus niet zomaar voor alle soorten werk worden ingezet, en het werk mag lichamelijk zeker niet te zwaar zijn. Wat betreft de arbeids- en rusttijden en de aard van het werk gelden globaal genomen de volgende regels voor het werken tijdens vakantieweken:

Werktijden jongeren van dertien of veertien jaar

Jongeren van dertien of veertien jaar mogen op niet meer dan vijf dagen achter elkaar arbeid verrichten. Zij mogen niet op zondag werken. Er geldt een maximum van zeven uur per dag en 35 uur per week. Na 4,5 uur geldt een rustpauze van een half uur. De werktijden moeten zijn tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Tussen twee werkdagen is een rusttijd van minstens veertien uur verplicht. Een jongere van dertien of veertien jaar mag gedurende een jaar ten hoogste vier vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste drie vakantieweken aaneengesloten. Jongeren uit deze leeftijdscategorie moeten altijd onder toezicht werken, het werk mag niet te zwaar zijn bijvoorbeeld niet in een fabriek en niet met machines. Ook werken aan een kassa is verboden. Voorbeelden van toegestane arbeid zijn:

  • helpen in een pretpark
  • vakken vullen
  • folders verspreiden.

Werktijden jongeren van vijftien jaar

Voor vakantiewerk door jongeren van vijftien jaar geldt eveneens een maximum van vijf dagen achter elkaar. Zij mogen in beginsel niet op zondag werken. Dit is alleen toegestaan als het in het bedrijf voor iedereen gebruikelijk is, en bovendien moet er schriftelijke toestemming van de ouders zijn. Deze leeftijdsgroep mag niet meer dan elf zondagen in de zestien weken werken. Wanneer er op zondag wordt gewerkt, moet de zaterdag ervoor vrij zijn. Zij mogen niet langer werken dan veertig uur per week, waarvan ten hoogste acht uur per dag.Vakantiewerk

Na 4,5 uur bestaat recht op een rustpauze van een half uur, en tussen twee werkdagen is een rusttijd van ten minste twaalf uur voorgeschreven. Een jongere van vijftien jaar mag gedurende ten hoogste zes weken vakantiewerk verrichten, waarvan ten hoogste vier weken aaneengesloten. Voor wat betreft de aard van het werk, mag het gaan om zelfstandiger werk, zoals klanten helpen in een winkel en kranten bezorgen. Werken met of in de buurt van machines is voor deze leeftijdscategorie nog niet toegestaan. Voor ochtendkrantbezorgers is vereist dat hiervoor met de ouder of verzorger een speciale bezorgovereenkomst is afgesloten.

Voor vakantiewerk door jongeren van zestien en zeventien jaar geldt een maximum van honderdzestig uur per vier weken, maar nooit meer dan 45 uur per week, en niet meer dan negen uur per dag. Tussen twee werkdagen geldt een verplichte rusttijd van ten minste twaalf uur. Na zeven dagen werken achtereen bestaat recht op anderhalve dag vrij. Voor werk op zondag gelden de regels zoals die voor de meerderjarige werknemers gelden. Bijna alle soorten werk zijn voor deze leeftijdscategorie toegestaan, inclusief werk in fabrieken. Bij gevaarlijk werk, zoals werk in een silo, slachterij, of met gevaarlijke machines, is de aanwezigheid van een oudere werknemer verplicht.

Minimumjeugdloon

De jeugdige vakantiewerker heeft tenminste recht op een percentage van het minimumloon. In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is beschreven welk percentage bij welke leeftijd hoort. Dit varieert van tachtig procent van het minimumloon voor een 21-jarige tot dertig procent voor een vijftienjarige werknemer. Voor dertien- en veertienjarige werknemers geldt wettelijk geen minimumloon. Dit is in strijd met zowel het ‘Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten als met het ‘Europees Sociaal Handvest, zo oordeelde aanvankelijk de Rechtbank Den Haag, en ook in hoger beroep het Gerechtshof Den Haag, naar aanleiding van een eis van de FNV. De Hoge Raad besliste in hoogste instantie dat zij geen minimumloon kunnen claimen (Hoge Raad, 10 november 2006 – LJN AY921). De Hoge Raad overwoog daarbij onder meer dat het werk van deze jeugdigen alleen maar lichte klusjes mag bevatten, in beperkte uren.

Reageer op dit artikel