artikel

Welke vormen van verlof bestaan er?

Arbeidsrecht

Welke vormen van verlof bestaan er?

Naast vakantie opnemen voor elk willekeurig doel kunnen werknemers in verband met bepaalde omstandigheden verlof opnemen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen betaald verlof door de werkgever, betaald verlof via een uitkering en onbetaald verlof.

Vormen van betaald verlof door de werkgever zijn;

  • kortdurend zorgverlof;
  • calamiteiten- en ander kortverzuimverlof;
  • feestdagen;
  • kraamverlof.

Vormen van betaald verlof via een uitkering zijn:

  • zwangerschaps- en bevallingsverlof;
  • adoptieverlof.

Vormen van onbetaald verlof zijn (mits in een cao (anders) afgesproken):

  • ouderschapsverlof;
  • langdurend zorgverlof;
  • loopbaanonderbreking;
  • politiek verlof.

Kortdurend zorgverlof

Het kortdurende zorgverlof stelt werknemers in staat zelf gedurende korte tijd een ziek thuiswonend kind, zieke partner of ouder te verzorgen. Dit geldt ook voor de zorg van broers en zussen, grootouders en kleinkinderen, huisgenoten of anderen in de sociale omgeving. Om aanspraak te kunnen maken op kortdurend zorgverlof moet er sprake zijn van ‘noodzakelijke verzorging’, waarbij die zorg alleen door de werknemer kan worden verstrekt.

Het verlof gaat pas in op het tijdstip waarop de werknemer het opnemen ervan aan de werkgever meldt. Het verlof is in elke periode van twaalf achtereenvolgende maanden ten hoogste tweemaal de arbeidsduur per week. Voor een werknemer met een volledige werkweek komt dit neer op tien dagen per jaar. Voor deeltijders bestaat er recht op een evenredig deel van die tien dagen.

Calamiteiten- en ander kortverzuimverlof

Een werknemer mag in bijzondere gevallen kort verlof opnemen. De Wet arbeid en zorg noemt drie soorten omstandigheden waarbij recht op dit verlof bestaat:verlof

  • als de werknemer door een situatie van overmacht meteen vrij moet nemen;
  • als de werknemer een maatschappelijke verplichting alleen kan vervullen als hij vrij neemt;
  • als de werknemer door bijzondere persoonlijke omstandigheden vrij moet nemen, zoals bijvoorbeeld de bevalling van de partner. Het moet in principe wel gaan om omstandigheden waarvoor geen oplossing buiten werktijd te vinden is, omstandigheden dus die geen uitstel dulden. Bij calamiteiten valt te denken aan bijvoorbeeld een gesprongen waterleiding of de plotselinge ziekte van het kind.

In een individuele arbeidsovereenkomst en/of cao kunnen de omstandigheden die vallen onder deze vorm van betaald verlof worden uitgebreid.

Feestdagen

Het Burgerlijk Wetboek bevat geen omschrijving van het begrip feestdag. Wel kent de Algemene termijnenwet een opsomming van algemeen erkende feestdagen. Over het algemeen worden (ook in veel cao’s) de volgende dagen aangemerkt als feestdagen:verlof

Nieuwjaarsdag, de beide Paasdagen, Koningsdag, Hemelvaartsdag, de beide Pinksterdagen, de beide Kerstdagen en nationale feestdagen die door de overheid worden vastgesteld. De werknemer heeft (als de feestdagen vallen op werkdagen waarop hij normaal gesproken zou hebben gewerkt) recht op salaris over deze dagen.

Kraamverlof

De werknemer heeft recht op verlof met behoud van loon voor in totaal vijf werkdagen gedurende vier weken na de bevalling van:

  • de echtgenote;
  • de geregistreerde partner;
  • de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont; of
  • degene van wie hij het kind erkent.

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Zwangerschaps- en bevallingsverlof is een vorm van verlof waarbij de loondoorbetaling (anders dan bij ziekte) niet een werkgeversaangelegenheid is. Er bestaat dus geen aanspraak op loondoorbetaling gedurende deze verlofperiode, maar wel op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg. Het recht op zwangerschapsverlof bestaat vanaf zes weken voor de dag van de uitgerekende datum van bevalling tot en met de dag van de bevalling. Die uitgerekende datum van bevalling wordt vastgesteld aan de hand van een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige. Tot op zekere hoogte kan de werkneemster zelf bepalen wanneer zij stopt met werken en haar zwangerschapsverlof wil laten ingaan. Volgens de wet mag het zwangerschapsverlof namelijk later ingaan, echter uiterlijk vier weken voor de dag van de uitgerekende datum van bevalling.

Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en is tien aaneengesloten weken of zoveel meer als het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof minder dan zes weken heeft bedragen. De periode waarin voor de bevalling langer is doorgewerkt, wordt bij het bevallingsverlof geteld. Als de uitgerekende bevallingsdatum samenvalt met de werkelijke datum van bevalling, is het totale zwangerschaps- en bevallingsverlof zestien weken. Het is mogelijk om vanaf de zesde week na de bevalling het bevallingsverlof in deeltijd op te nemen. Dit kan over een periode van maximaal dertig weken. De werkneemster is verplicht uiterlijk drie weken voor de dag dat zij haar zwangerschapsverlof opneemt de ingangsdatum aan de werkgever te melden. Daarnaast moet zij haar bevalling doorgeven. Die melding moet zij doen uiterlijk op de tweede dag volgend op die van de bevalling.

verlof

Recht op uitkering

De werkneemster heeft tijdens het zwangerschaps- of bevallingsverlof recht op een uitkering. Het recht op een uitkering in verband met zwangerschap of bevalling is gekoppeld aan het recht op het verlof zelf. Regels over de uitkering zijn, evenals de regels van het verlof, opgenomen in de Wet arbeid en zorg.

Meerlingenverlof

Per 1 april 2016 is het zogenoemde meerlingenverlof in werking getreden. Dit verlof houdt in dat wanneer een werkneemster zwanger is van een meerling het zwangerschapsverlof tien tot uiterlijk acht weken voor de uitgerekende bevallingsdatum ingaat. Per 1 april 2018 is het bevallingsverlof bij een zwangerschap van een meerling verlengd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof korter heeft geduurd dan tien weken. De aanstaande moeder heeft van week 30 tot week 37, zeven weken zwangerschapsverlof. Omdat dit zwangerschapsverlof langer dan zes weken heeft geduurd, zijn er geen resterende dagen meer die aan het bevallingsverlof worden toegevoegd. Dat blijft staan op tien weken. De totale verlofperiode is dan 7+10 = 17 weken.

Adoptieverlof

De werknemer die een kind adopteert of pleegkind ter verzorging opneemt, heeft recht op ten hoogste vier weken adoptieverlof. Het recht kan in overleg met de werkgever ineens of gespreid worden opgenomen in een periode van 26 weken. Die periode begint vanaf twee weken vóór de eerste dag dat het kind feitelijk ter adoptie of ter pleegzorg wordt opgenomen.

Uitkering

De werknemer heeft gedurende de periode dat hij verlof neemt in verband met adoptie of de opname van een pleegkind recht op een uitkering volgens de Wet arbeid en zorg. Hij moet de aanvraag voor de uitkering via de werkgever indienen bij het UWV. Dit moet uiterlijk twee weken voor de ingangsdatum van het verlof. De uitkering in verband met adoptie of pleegzorg is evenals het zwangerschaps- en bevallingsverlof honderd procent van het dagloon, gemaximeerd tot het maximumdagloon voor WW- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Ouderschapsverlof

Een werknemer die in Nederland werkt, heeft recht op ouderschapsverlof als hij een kind jonger dan 8 jaar heeft. Het kan daarbij gaan om een eigen kind, erkend kind, adoptiekind of een kind dat volgens de Gemeentelijke Basisadministratie bij de werknemer woont en dat door hem duurzaam wordt verzorgd en opgevoed (bijvoorbeeld een kind van een nieuwe partner met wie de werknemer samenleeft). Het aantal uren ouderschapsverlof waarop de werknemer ten hoogste recht heeft, is 26x de arbeidsduur per week. Sinds 1 januari 2015 mag de werknemer zelf bepalen hoe hij zijn verlof opneemt. De verlenging van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe verlofaanvragen, na 2009. Het ouderschapsverlof is in principe onbetaald. Wel kan op grond van een individueel arbeidscontract of de cao recht bestaan op (gedeeltelijke) doorbetaling van het loon.

Wijze van aanvragen en van opnemen

De werknemer moet het ouderschapsverlof twee maanden van tevoren schriftelijk bij de werkgever melden. Daarbij moet hij dan ook aangeven wat de (vermoedelijke) datum van ingang is en hoe hij het verlof wil opnemen. De werknemer mag daarbij de tijdstippen van ingang en einde van het verlof afhankelijk stellen van de datum van bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging. Deze meldingsverplichting geldt voor elk tijdvak van ouderschapsverlof.

Langdurend zorgverlof

Langdurend zorgverlof is er om voor langere tijd voor een ernstig zieke partner, kind of ouder te zorgen. De werkgever hoeft geen salaris tijdens het verlof door te betalen aan de werknemer. Wel bouwt een werknemer tijdens zijn verlofperiode vakantiedagen op. Verder kan een werknemer ook langdurend zorgverlof opnemen voor de zorg voor grootouders, kleinkinderen, broers en zussen, andere huisgenoten dan kinderen of partner en kan de werknemer dit verlof opnemen als er sprake is van noodzakelijke zorg voor mensen waarbij de werknemer een sociale relatie heeft. Deze moeten dan wel afhankelijk zijn van de hulp van de werknemer.

Een werknemer kan in een periode van twaalf maanden (niet per kalenderjaar) zes keer het aantal uren dat de werknemer per week werkt, opnemen. De werknemer dient de schriftelijke aanvraag voor langdurend zorgverlof bij de werkgever in. De aanvraag moet minimaal twee weken voordat het verlof ingaat, worden neergelegd bij de werkgever. Alleen als er zwaarwegende redenen zijn, kan het verlof worden geweigerd.

Loopbaanonderbreking

Als een werknemer zijn loopbaan wil onderbreken (bijvoorbeeld voor een sabbatical of studieverlof), heeft hij daarvoor toestemming nodig. De werknemer moet in overleg met de werkgever bepalen wanneer hij het verlof opneemt. Dit verlof is onbetaald, tenzij de werkgever anders overeenkomt.

Een dergelijk verlofbeleid kan ook op cao-niveau worden vastgesteld.

Let op
Een werkgever kan afspraken maken over de betaling van de pensioenpremie. Als een werknemer onbetaald verlof neemt, heeft dit gevolgen voor de opbouw van zijn pensioen. Ook kan de werknemer worden geïnformeerd over de betaling van de (collectieve) zorgpremie. Dat laatste blijft echter wel de verantwoordelijkheid van de werknemer zelf.

Politiek verlof

Het politiek verlof geeft een werknemer het recht op onbetaald verlof voor het bijwonen van vergaderingen van:

  • de Eerste Kamer, het algemeen bestuur van een waterschap, veenschap of veenpolder;
  • vertegenwoordigende organen die bij rechtstreekse verkiezingen worden samengesteld met uitzondering van de Tweede Kamer (wel gemeenteraden en Provinciale Staten);
  • colleges van wethouders, gedeputeerden en van het dagelijks bestuur van een waterschap, veenschap of polderschap van wie de functie niet volledig wordt bezoldigd (en dus meer een nevenfunctie is, zoals de wethouder van een gemeente met minder dan 30.000 inwoners).

Het gaat hier om een vorm van buitengewoon verlof waarbij geen recht op doorbetaling van het loon bestaat tenzij anders in de arbeidsovereenkomst of cao is geregeld.

Reageer op dit artikel