artikel

Vakantie-aanspraken tijdens zwangerschapsverlof: Hoe zit dat?

Arbeidsrecht

Vakantie-aanspraken tijdens zwangerschapsverlof: Hoe zit dat?

Zwangerschaps- en bevallingsverlof is een vorm van onbetaald verlof. Er bestonden echter geen vakantie-aanspraken op loondoorbetaling gedurende de periode dat dit verlof werd genoten, maar wel op een uitkering.

Omdat de opbouw van vakantie-aanspraken gekoppeld is aan de loonaanspraak zou dit betekenen dat er geen vakantieopbouw plaatsvindt tijdens de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit gevolg werd door de wetgever echter niet wenselijk geacht, en er is bij de invoering van de Wet arbeid en zorg tevens een wijziging aangebracht in de wettelijke vakantiebepalingen. Daarin is uitdrukkelijk geregeld dat de werkneemster die wegens haar zwangerschap en bevalling een uitkering heeft op grond van de Wet arbeid en zorg tijdens die periode vakantie-aanspraken opbouwt.

Tevens is wettelijk vastgelegd dat dagen of delen daarvan waarop een werkneemster niet werkt wegens zwangerschap en bevalling, niet aangemerkt kunnen worden als vakantie. Hoe het zit met een vastgestelde vakantie, is niet in de wet geregeld. Daarover bestaan echter wel uitspraken van de rechter.

Onderwijs en vakantie-aanspraken

In het onderwijs was het namelijk enige tijd onduidelijk hoe de samenloop van schoolvakanties met zwangerschaps- en bevallingsverlof beschouwd moest worden. Er zijn echter uitspraken van zowel de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter ten aanzien van het openbaar onderwijs als van de Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie ten aanzien van het bijzonder onderwijs.

Vakantie-aanspraken

Uit die uitspraken valt het volgende af te leiden. De beoordeelde regelingen (rechtspositiebesluiten, cao’s) bevatten geen toekenning van een bepaald aantal vakantiedagen. Zij bevatten slechts de regel dat in bepaalde periodes waarin geen onderwijs wordt gegeven, vakantieverlof wordt genoten. Nu de regelingen niets zeggen over de omvang van het vakantieverlof per jaar, geldt de minimumregeling uit het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:634 e.v.). Het wettelijk minimum verlofaanspraak bedraagt twintig vakantiedagen bij een voltijdsdienstbetrekking.

In het algemeen zal een lerares, gelet op de spreiding en de duur van de schoolvakanties, naast haar periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof voldoende vrije dagen overhouden, in overeenstemming met de wettelijke minimum verlofaanspraak.

Reageer op dit artikel