artikel

Wanneer is er recht op kraamverlof?

Arbeidsrecht

Wanneer is er recht op kraamverlof?

Op 1 december 2001 is een wettelijk kraamverlof ingevoerd voor partners. Sinds 1 januari 2019 bedraagt het verlof eenmaal de wekelijkse arbeidsduur, met een maximum van vijf dagen.

Tijdens dit kraamverlof behoudt de werknemer recht op doorbetaling van het loon. De werknemer heeft gedurende vier weken na de bevalling van:

  • de echtgenote,
  • de geregistreerde partner,
  • de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont of
  • degene van wie hij het kind erkent,

recht op verlof met behoud van loon.

Vanaf juli 2020 heeft een werknemer bij een geboorte recht op onbetaald verlof ter grootte van vijf maal de wekelijkse arbeidsduur. Dit verlof kan opgenomen worden tot (uiterlijk) zes maanden na de geboorte van het kind. Tijdens dit aanvullende verlof heeft de werknemer recht op een uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen van zeventig procent van het loon (tot een maximum van zeventig procent van het maximumdagloon).

Het recht bestaat vanaf de eerste dag dat het kind verblijft bij de moeder. Oorspronkelijk was bepaald dat het recht bestaat vanaf de eerste dag dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de werknemer woont, maar dit was strijdig met de bedoeling om juist ook de niet-samenwonende vader die het kind heeft erkend, een kraamverlof toe te kennen. Daarom is de wettekst nadien gewijzigd.

Meldingsplicht en informatieverplichting

De werknemer die gebruik wenst te maken van het kraamverlof, moet dit vooraf melden aan de werkgever. De werknemer moet daarbij ook de reden vermelden. Hoe die melding behoort plaats te vinden, is niet wettelijk voorgeschreven. Een werknemer kan dus zelf kiezen of hij de werkgever hierover persoonlijk benadert, belt, schrijft, faxt, e-mailt, appt of anderszins.

Kraamverlof

Alleen als het niet mogelijk is om die melding vooraf te doen, kan dit achteraf maar wel zo spoedig mogelijk. De werkgever mag het verlof niet weigeren. Alleen ten aanzien van de militaire ambtenaar geldt een uitzondering; het verlof voor hem vangt niet aan of eindigt als er sprake is van een zodanig zwaarwegend dienstbelang, dat het belang van de ambtenaar daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Betaald kraamverlof en vakantieaanspraken

Bij kraamverlof gaat het om betaald verlof. Dat wil zeggen dat de werknemer aanspraak heeft op volledige doorbetaling van zijn loon. Wanneer echter op grond van een wettelijk voorgeschreven verzekering, of op grond van een verzekering of fonds welke voortvloeit uit de dienstbetrekking, een uitkering wordt genoten, wordt die uitkering in mindering gebracht op de loonaanspraak. Bovendien mag de werkgever van het loon een bedrag aan onkosten, welke de werkgever normaal gesproken vergoedt aan de werknemer maar welke kosten door het niet werken worden uitgespaard, afhouden.

Let op
Het kraamverlof is een verlofvorm waarbij de werknemer zijn volledige loonaanspraak jegens de werkgever behoudt. Dit is ook van belang voor de opbouw van vakantieaanspraken.

De werknemer bouwt tijdens het kraamverlof dus gewoon vakantierechten op. Bovendien mogen de dagen waarop de werknemer kraamverlof geniet, niet worden aangemerkt als vakantie.

Driekwartdwingend recht

Het voorstaande bevat de wettelijke regeling (Wet arbeid en zorg). Bij cao of bij regeling kan door of namens een bestuursorgaan van deze wettelijke regelgeving worden afgeweken. Ook is dit mogelijk indien de werkgever hierover schriftelijke overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, in het geval er geen cao of regeling is dan wel wanneer die geen bepaling hieromtrent bevat. Hoewel de term ‘driekwartdwingend’ veelal een andere mate van gebondenheid aangeeft, gebruikt de wetgever hier zelf deze benaming.

 

Reageer op dit artikel