artikel

Vakantiedagenregeling: wettelijke en bovenwettelijke dagen

Arbeidsrecht

Vakantiedagenregeling: wettelijke en bovenwettelijke dagen

Per 1 januari 2012 is de huidige vakantiedagenregeling in werking getreden. Er geldt voor de vanaf die datum opgebouwde wettelijke vakantiedagen een vervaltermijn van zes maanden.

Deze vakantiedagen komen van rechtswege te vervallen, indien deze niet uiterlijk zes maanden na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, zijn genoten. Ten aanzien van de opgebouwde bovenwettelijke vakantiedagen geldt in de vakantiedagenregeling een normale verjaringstermijn van vijf jaar. Deze verjaringstermijn van vijf jaar begint aan het einde van het jaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd.

Voorbeeld

Een werknemer heeft in kalenderjaar 2018 in totaal twintig wettelijke en vijf bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd. Per 1 juli 2019 heeft hij van deze dagen vijftien wettelijke vakantiedagen opgenomen. Dit betekent voor deze werknemer dat de resterende vijf wettelijke vakantiedagen van rechtswege zijn komen te vervallen. Ten aanzien van de vijf bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar en deze kunnen dan ook nog tot 1 januari 2023 worden opgenomen.

In de rechtspraak is bepaald dat de oudste vakantiedagen als eerste moesten worden afgeboekt (Hoge Raad, 10 juni 1988, NJ 1988, 965). Dit was omdat volgens de Hoge Raad in een doorlopend systeem van opbouw van vakantiedagen het opnemen van vakantiedagen in beginsel aan de eerst verworven, nog niet opgenomen, vakantiedagen moest worden toegerekend. Door deze werkwijze werd zoveel mogelijk voorkomen dat de werknemer zijn aanspraak op vakantiedagen zou zien verjaren. Met de introductie van de vervaltermijn is dit uitgangspunt niet verdwenen. Er geldt echter dat eerst de wettelijke vakantiedagen worden opgenomen en daarna de bovenwettelijke, tenzij de werknemer specifiek een andere volgorde aanwijst.Vakantiedagenregeling

Vakantiedagenregeling arbeidsongeschikte werknemers

Ook bouwen (langdurig) arbeidsongeschikte werknemers sinds 1 januari 2012 net zoveel vakantiedagen op als hun gezonde collega´s en geldt ook voor de opname van deze dagen dezelfde vervaltermijn voor wettelijke vakantiedagen en dezelfde verjaringstermijn voor bovenwettelijke vakantiedagen. Dit is alleen anders als zij redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht vakantiedagen op te nemen. In dat geval behouden zij aanspraak op de opgebouwde vakantiedagen. Vóór 2012 bouwde een arbeidsongeschikte werknemer alleen vakantiedagen op over de laatste zes maanden van arbeidsongeschiktheid.

Reageer op dit artikel