nieuws

Ontslag op staande voet verdient een uitleg

Arbeidsrecht

Ontslag op staande voet verdient een uitleg

Een ontslag op staande voet is een dermate zwaar middel, dat werkgevers uiterste zorgvuldigheid moeten betrachten. Het minste waar de werknemer recht op heeft is dat hem wordt verteld wat de dringende reden voor het ontslag is.

Of de werknemer écht niet weet waar hij zijn ontslag aan te danken heeft, weet hij alleen zelf. Zijn werkgever, een transportbedrijf, vindt dat er een dringende reden is. Het bedrijf heeft een boos telefoontje van een klant gekregen: deze chauffeur hoeft niet meer langs te komen. De man zou zich meerdere keren onacceptabel grof hebben uitgelaten tegen een vrouwelijke medewerker van een bedrijf waar de klant zaken mee doet. Een vertegenwoordiger van het transportbedrijf belt met de chauffeur om het incident te bespreken. Een dag later ontvangt de chauffeur een uiterst korte Duitstalige mail waarin hem te verstaan wordt gegeven dat zijn arbeidsovereenkomst wordt opgezegd.

Dringende reden

De chauffeur vraagt de kantonrechter het ontslag ongeldig te verklaren omdat zijn voormalig werkgever geen dringende reden heeft gegeven zoals bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW. In dit artikel staat dat zowel de werkgever als de werknemer een arbeidsovereenkomst mogen opzeggen wanneer daarvoor een dringende reden is. Die dringende reden moet onverwijld worden medegedeeld.

Volgens de werknemer is dat hier niet gebeurd. Zijn baan wil hij niet terug, maar de chauffeur wil wel vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Hij wil dat zijn salaris wordt doorbetaald tot en met 18 mei 2018 – het moment waarop de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou eindigen – en dat daarbij rekening wordt gehouden met de verhoging van het cao-loon per 1 januari 2018.

Ontslaggrond moet duidelijk zijn

Een ontslaggrond moet zo worden geformuleerd dat het de werknemer onmiddellijk duidelijk is waarom hij wordt ontslagen. Alleen zo kan hij zijn positie naar aanleiding van dat ontslag bepalen. De mededeling hoeft volgens de kantonrechter niet steeds met zoveel woorden te worden gedaan, maar kan ook in een of meer gedragingen besloten liggen. Hoe dan ook, de werknemer moet op het moment van ontvangst van de ontslagbrief weten waartegen hij zich moet verweren. Het is aan de werkgever om zo nodig te bewijzen dat de meegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en is aan te merken als dringende reden (zie in dit verband HR 7 november 2014 ECLI:NL:HR:2014:3126).

In de ontslagbrief die de werkgever naar de chauffeur heeft gemaild staat wel dat de klant niet meer wil werken met deze chauffeur, maar dat is op zichzelf geen dringende reden voor ontslag. Het transportbedrijf heeft immers vele klanten waarvoor de chauffeur zou kunnen rijden. Ook in het telefoongesprek dat het bedrijf met de chauffeur voerde, is niet gezegd dat zijn grove opmerkingen jegens een vrouwelijke werkneemster van een klant de reden van het ontslag waren.

Tip: Alle ontslaggronden vindt u op de themapagina Einde arbeidsovereenkomst

Ontslag op staande voet

Maar zelfs wanneer deze reden wel duidelijk zou zijn gemaakt, zou de kantonrechter dit niet als voldoende beoordelen voor een ontslag op staande voet. Uit niets blijkt dat de werknemer eerder is aangesproken op zijn gedrag en dat hem is verteld wat hiervan de consequentie zou kunnen zijn. De werkgever heeft bovendien weken na het ontslag op staande voet nog bekeken of de chauffeur voor een andere klus zou kunnen worden ingezet. Blijkbaar werd aan zijn gedrag dus ook weer niet zo heel zwaar getild.

Gefixeerde schadevergoeding

Het transportbedrijf zat dus helemaal fout met het ontslag op staande voet en krijgt daarvoor nu de rekening gepresenteerd. Het bedrijf is de voormalig werknemer een schadevergoeding verschuldigd ter hoogte van het bedrag dat hij anders zou hebben verdiend door zijn contract uit te dienen. De werkgever vraagt de kantonrechter het verschuldigde bedrag te matigen, omdat de periode waarover de gefixeerde schadevergoeding is verschuldigd langer is dan de feitelijk gewerkte periode. Dat heeft de werkgever echter aan zichzelf te danken en de kantonrechter kent de werknemer de volledige schadevergoeding toe, inclusief de gevraagde loonsverhoging met ingang van 1 januari 2018.

Billijke vergoeding

De werknemer heeft bovendien recht op een billijke vergoeding. Door het ten onrechte gegeven ontslag op staande voet, was de werknemer zich van de ene op de andere dag zijn werk, inkomen en recht op een WW-uitkering kwijt. De werkgever heeft bovendien geen hoor en wederhoor toegepast voordat hij tot ontslag op staande voet overging. Ook ziet de rechter geen reden waarom de werkgever niet gewoon kon wachten tot de duur van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was verstreken. De kantonrechter kent de werknemer daarom een billijke vergoeding van 3,500 euro toe, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De werkgever moet de proceskosten betalen.

Rechtbank Limburg | ECLI:NL:RBLIM:2018:5934

hr-actualiteitendag
Tip! Zorg dat u op de hoogte bent van alle relevante wet- en regelgeving voor HR. Tijdens de HR Actualiteitendag wordt u in één dag helemaal bijgepraat

 

 

Reageer op dit artikel