nieuws

Reistijd is geen werktijd [rechtspraak]

Arbeidsrecht

Twee hondengeleiders van de politie zijn het er niet mee eens dat zij hun hond voortaan met hun eigen auto moeten vervoeren. Ze eisen voor de rechter dat ze hiervoor hun dienstauto mogen blijven gebruiken.

Reistijd is geen werktijd [rechtspraak]

Het verbod op het gebruik van de dienstauto komt niet uit de lucht vallen. De ‘Regeling voorzieningen hondengeleiders politie’ kent aan hondengeleiders een aantal tegemoetkomingen en voorzieningen toe. Hieronder vallen een transportkooi of een aanhangwagen waarmee de hond veilig kan worden vervoerd. Ook krijgen hondengeleiders een hogere reiskostenvergoeding. Sinds 19 juli 2010 was bekend dat per 1 januari 2016 deze regeling van toepassing zou zijn op de hondengeleiders van de eenheid Midden-Nederland. Vanaf 1 september wordt de regeling strenger toegepast. De hondengeleiders mogen geen gebruik meer maken van de dienstauto om met hun hond tussen huis en werk te reizen. Volgens de korpsleiding kan uit de beschikbare voorzieningen worden afgeleid dat het niet de bedoeling is dat voor het woon-werkverkeer een dienstauto wordt gebruikt.

Redenen voor verbod

Het verbod op het gebruik van de dienstauto voor woon-werkverkeer is vooral praktisch ingegeven. Als een dienstauto ter beschikking zou worden gesteld aan de hondengeleiders, staat de auto 130 uur per week stil. In de gekozen opzet kan de dienstauto bij terugkomst op de centrale opkomstlocatie meteen door een andere hondengeleider worden gebruikt.

Mensenrechten geschonden?

Twee hondengeleiders van het korps maken bezwaar tegen de maatregel. Volgens hen schrijft de regeling niet voor dat het vervoer per 1 januari 2016 met een privéauto moet gebeuren. Dat de korpsleiding dit toch van hen eist, zien zij als schending van van artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De verplichting om de diensthond met de privéauto te vervoeren, is volgens hen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en een ongerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht.

Arbeidsomstandighedenwet

Zij doen bovendien een beroep op de Arbeidsomstandighedenwet die sinds 1 juli 2018 van kracht is. Volgens artikel 1, derde lid, aanhef en onder g en h, valt de reis van de woning naar de werkplek onder de definitie van ‘arbeidsplaats’. De dienstauto is daarom een arbeidsmiddel. Dat de Arbeidsomstandighedenwet niet de verplichting kent om een dienstauto ter beschikking te stellen, doet volgens de hondengeleiders niet ter zake.

Dienstauto is werkplek

De hondengeleiders zijn zowel tijdens de dienst als in privétijd verantwoordelijk voor de hond. In artikel 24 van het Besluit bewapening en uitrusting politie staat dat hondengeleiders in combinatie met hun diensthond gecertificeerd moeten zijn omdat zij zo nodig met de hond geweld mogen toepassen. Het kan voorkomen dat de hondengeleiders met hun hond in actie moeten komen terwijl ze van huis naar hun werk rijden. Ook dat maakt dat de dienstauto volgens hen een werkplek is.

Oordeel rechtbank

Nadat de hondengeleiders eerst nul op het rekest krijgen bij een interne bezwaarprocedure, stappen zij naar de rechter. Maar ook hier vangen zij bot. De rechtbank oordeelt dat de korpschef in zijn recht stond om de hondengeleiders te verbieden de dienstauto mee naar huis te nemen.

De tijd van het vervoeren van een diensthond tussen de woning van de agent en de plaats van het werk wordt door de rechter niet aangemerkt als diensttijd. De hondengeleiders zijn dan weliswaar verantwoordelijk voor de zorg voor hun hond, maar ze zijn dan nog niet aan het werk. Het is weliswaar incidenteel mogelijk dat tijdens de reis politietaken moeten worden verricht, zoals na een oproep of als een hondengeleider in een situatie terecht komt waarin hij geacht wordt te handelen. Op dat specifieke moment vangt dan de dienst aan. Dat is niet anders dan wanneer een hondengeleider thuis is met de diensthond en hij op dat moment een spoedoproep krijgt.

Geen ontneming eigendom

De rechtbank oordeelt verder dat de geboden overgangsperiode ruim genoeg was. Ook de faciliteiten voor het vervoer van de hond, in de vorm van een kooi of een aanhanger, zijn volgens de rechter toereikend. In dit geval stond de korpschef in zijn recht om het gebruik van de dienstauto te reguleren. Er is dus geen sprake van het schenden van artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het privéleven wordt gerespecteerd en er is geen sprake van ontneming van eigendom.

Rechtbank Midden-Nederland | ECLI:NL:RBMNE:2018:4352

Reageer op dit artikel