nieuws

Voor de rechter: Hoe deskundig is het deskundigenoordeel?

Arbeidsrecht

Een werknemer is volgens een deskundigenoordeel niet in staat haar eigen werkzaamheden uit te voeren. Haar werkgever weigert desondanks haar loon te betalen, omdat de bedrijfsarts geen arbeidsgeschiktheid heeft geconstateerd. Het laatste woord is aan de kantonrechter.

Voor de rechter: Hoe deskundig is het deskundigenoordeel?

De werknemer is woedend wanneer er in een gesprek harde kritiek wordt geuit op haar functioneren en vooral op haar gedrag. Zij is in mei 2018 in dienst getreden om brood in te pakken en naar klanten te rijden, maar echt tevreden is haar werkgever niet. Op 14 juni 2018 wordt zij aangesproken op de wijze van ziek melden, de wijze van het brood inpakken, het werken tussen 06.30-10.30 uur en het eerder naar huis gaan en het inplannen van privé-afspraken tijdens werktijd. De werknemer laat weten dat zij zich ‘geïntimideerd en gekleineerd’ voelt en dat de opmerkingen wat haar betreft pesterij zijn.

Twee dagen later vindt er opnieuw een gesprek plaats. De directeur voelt zich zo geïntimideerd door de werknemer, dat hij het gesprek beëindigt.

Bedrijfsarts

Daarop meldt de werknemer zich ziek. Een oproep voor een gesprek met de bedrijfsarts legt zij naast zich neer, omdat ze al plannen heeft om die dag naar een festival te gaan. Vijf dagen later vindt er alsnog een gesprek plaats en de bedrijfsarts ziet geen ‘medische beperkingen, ziekte of gebrek’. Wel zijn er spanningsklachten en de bedrijfsarts adviseert mediation.

De werkgever schakelt een bureau in voor het mediationtraject, maar tot twee keer toe laat de werknemer op het allerlaatste moment weten dat zij wegens ziekte niet zal komen. De werknemer heeft zich ondertussen tot een andere bedrijfsarts gewend, maar ook deze constateert geen arbeidsongeschiktheid.

Deskundigenoordeel

De werknemer heeft een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. De eerste deskundige constateert in augustus – net zoals de bedrijfsartsen dat eerder deden – dat de werknemer op 18 juni, de datum van haar eerste ziekmelding, wel geschikt was voor haar eigen werk. De werknemer legt zich daar niet bij neer en vraagt in oktober opnieuw om een deskundigenoordeel. Dezelfde deskundige oordeelt dan dat de werknemer vanaf 29 juni 2018 niet in staat was om haar eigen werk te verrichten.

Op basis waarvan de deskundige tot dit oordeel komt is niet geheel duidelijk, aangezien hij meldt dat er geen contact is geweest met de werkgever, geen gesprek met de werkneemster, geen contact met de bedrijfsarts en het niet nodig is gebleken om medische informatie op te vragen. Wel verwijst de deskundige naar het feit dat de huisarts in juni tien stuks Oxazepam 10 mg heeft voorgeschreven. Dit zijn pillen waarbij voorzichtigheid bij autorijden is geboden.

Leestip!

Leestip!

Loonbetaling geschorst

Op basis van dit deskundigenoordeel ziet de werkgever geen reden om de loonbetaling te hervatten, tenzij de werknemer weer aan het werk gaat. De werknemer stapt daarom in november naar de rechter om een voorlopige voorziening te vragen. Zij heeft dan al sinds 28 juni geen loon meer ontvangen.

Volgens de werknemer is het onredelijk om van haar te verwachten dat ze aan het werk gaat. De medicijnen die zij slikt maken beroepsmatig autorijden onmogelijk. Ook het andere werk kan zij niet doen, omdat het bedrijf van haar werkgever alleen per auto of per ov te bereiken is. En dat gaat volgens haar niet.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever in zijn recht stond toen hij besloot de loonbetaling op te schorten. Zelfs wanneer de werknemer door medicijngebruik tijdelijk niet in staat was om een auto te besturen, betekent dat niet automatisch dat zij niet in staat was de overige werkzaamheden, zoals inpakken en schoonmaken, uit te voeren. Beide bedrijfsartsen waren duidelijk in hun diagnose: de medewerker was niet arbeidsongeschikt. De mediation heeft zij zelf laten mislukken door hier niet aan mee te werken. Dat zij niet in staat zou zijn om met het openbaar vervoer te reizen, heeft zij op geen enkele wijze onderbouwd.

De informatie waarop het tweede deskundigenoordeel is gebaseerd, is dermate onduidelijk dat de kantonrechter de conclusie niet kan overnemen.

Rechtbank Noord-Holland | ECLI:NL:RBNHO:2019:785

Reageer op dit artikel