nieuws

Zieke brandweerman staat zonder WNRA met lege handen [rechtspraak]

Arbeidsrecht

Als de nood aan de man is, wordt van brandweerlieden verwacht dat ze zich in het gevaar storten om anderen te redden. Maar als een brandweerman ziek wordt, blijkt er voor hem geen helpende hand te zijn. Kan hij een voorschot nemen op de Wet normalisering ambtenarenrecht?

Zieke brandweerman staat zonder WNRA met lege handen [rechtspraak]

De brandweerman begint zijn carrière in 2013 als  als vrijwilliger in de functie van Manschap A in de rang van Hoofdbrandwacht. Vanaf 2014 verricht hij diensten als chauffeur van het Snel InterventieVoertuig (SIV). Brandweerlieden krijgen hiervoor geen aanstelling, maar kunnen hier telkens voor perioden van twee maanden op intekenen.

Bij toekenning van een dienst moet de chauffeur van 8.00 uur tot 17.00 uur op de betreffende kazerne aanwezig zijn. Wanneer het de leiding niet lukt om diensten vol te krijgen, doen ze zelden tevergeefs een beroep op deze brandwacht. Hij kan, als kostwinner van een gezin met jonge kinderen, het geld goed gebruiken en hij voelt een morele verplichting om klaar te staan voor burgers in nood.

Arbeidsongeschikt

In 2018 wordt de brandweerman arbeidsongeschikt. Vanaf dat moment ontvang hij geen loon meer. Hij verzoekt de Veiligheidsregio zijn loon door te betalen, maar dit wordt afgewezen. Hij spant een kort geding aan, waarin hij doorbetaling van zijn loon eist en betaling vordert van achterstallig loon.

De brandweerman beroept zich daarbij op de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) en op artikel 7:629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Dit is het artikel dat stelt dat een werknemer bij arbeidsongeschiktheid gedurende 104 weken recht heeft op ten minste 70 procent van zijn loon.

De kantonrechter wijst de vordering af.

Hoger beroep

De brandweerman gaat in hoger beroep. Het water staat hem inmiddels aan de lippen. Hij kan zijn vaste lasten niet meer betalen en hij vreest een beroep te moeten doen op schuldhulpverlening.

Zowel het gerechtshof als de Veiligheidsregio erkennen dat de brandweerman in een penibele situatie zit. Dat wil echter nog niet zeggen dat ze ook vinden dat hij recht heeft op doorbetaling van loon.

Geen arbeidsovereenkomst

De CAR-UWO waar de brandweerman een beroep op doet, kent een aanspraak op betaling bij ziekte toe aan een arbeidscontractant-oproepkracht. Maar volgens het hof is dit niet van toepassing op de brandweerman. Volgens de CAR-UWO moet een arbeidsovereenkomst met een arbeidscontractant-oproepkracht ‘schriftelijk aangegaan, in tweevoud opgemaakt en door beide partijen ondertekend’ zijn. En dat is hier niet het geval.

Bovendien werd de brandweerman niet opgeroepen, maar deed hij zijn werk nadat hij uit eigen beweging op diensten had ingetekend.

Burgerlijk wetboek

Ook zijn beroep op het Burgerlijk Wetboek faalt. Want tegenover artikel 7:629 lid 1, plaatst het hof artikel 7:615 BW. En hierin staat dat de artikelen in het Burgerlijk Wetboek die betrekking hebben op arbeidsovereenkomsten niet gelden voor ambtenaren, tenzij nadrukkelijk anders overeengekomen.

WNRA

De brandweerman wijst er tevergeefs op dat in 2020 de Wet normalisering ambtenarenrecht wordt ingevoerd. Dat betekent dat artikel 7:615 BW komt te vervallen. Omdat de WNRA nog niet in werking is getreden, vormt artikel 7:615 BW voorlopig nog gewoon geldend recht. Bovendien heeft de minister al besloten de invoering van de WNRA voor medewerkers van de veiligheidsregio’s uit te stellen.

Oordeel van het hof

Ook het gerechtshof verwerpt de eis van de brandweerman. Wel compenseert het hof de gerechtskosten, wat betekent dat de brandweerman niet opdraait voor de kosten die de veiligheidsregio heeft gemaakt voor het hoger beroep.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | ECLI:NL:GHSHE:2019:2106

Reageer op dit artikel