artikel

ING stelt werkgeluk centraal in nieuwe cao

Instroom

Vakmanschap en werkgeluk staan centraal in de nieuwe cao van ING. Vandaag bereikten de bank en de vakorganisaties CNV Vakmensen, FNV Finance en De Unie overeenstemming over een nieuwe cao van twee jaar.

ING stelt werkgeluk centraal in nieuwe cao

Maarten van Beek, directeur Human Resources ING Benelux: “Vakmanschap en werkgeluk zijn de belangrijkste thema’s van onze nieuwe cao. Medewerkers hebben ons gedurende het cao-traject laten weten tijd en ontwikkeling de belangrijkste arbeidsvoorwaarden te vinden. We gaan daarom naar een cao met minder regels en meer principes, zodat medewerkers in goed overleg binnen hun team díe keuzes kunnen maken om elke dag het beste uit zichzelf te halen, hun vakmanschap te blijven ontwikkelen en zich vitaal te voelen.” ING start bijvoorbeeld met een pilot ‘ongelimiteerde vakantiedagen’, waardoor medewerkers nog meer eigenaar worden over hun tijd.

Werkgeluk

Met de focus op het creëren van een prettige werkomgeving wil ING een bijdrage leveren aan het welzijn van haar medewerkers. “Gelukkige medewerkers staan meer open voor vernieuwingen en presteren beter. Omdat dit voor iedere medewerker anders is, zijn autonomie en regelruimte essentieel. Daarom bieden de cao-afspraken meer keuzevrijheid en maatwerk, passend bij individuele omstandigheden”, stelt ING. Er komt budget voor medewerkers beschikbaar om meer voldoening uit hun werk te halen, zodat zij meer tijd vrij kunnen maken voor ontwikkeling of kunnen experimenteren met innovatieve ideeën op het gebied van tijd en werkdruk.

ING vindt het belangrijk dat haar medewerkers voor hun naasten kunnen zorgen wanneer dat nodig is. Daarom krijgen medewerkers in overleg met hun team en manager de vrijheid om meer betaalde zorgverlofdagen op te nemen.

Van Beek: “Deze cao is in co-creatie met vakorganisaties én medewerkers tot stand gekomen. Daar ben ik enorm trots op. De volgende stap is dat de cao, uitgaande van de agile principes, continu wordt vernieuwd op basis van wensen uit de organisatie.”

Reageer op dit artikel