artikel

Wat betekent Prinsjesdag voor het pensioendossier?

Instroom

Pensioenexpert Robbert van Woerden stelt dat Prinsjesdag ten aanzien van pensioen, AOW en lijfrente weinig nieuws oplevert. Het recente wetsvoorstel om pensioenverdeling bij echtscheidingen te wijzigen is volgens hem belangrijker.

Wat betekent Prinsjesdag voor het pensioendossier?

Door: Robbert van Woerden

In 2020 en 2021 zal de AOW-gerechtigde leeftijd net als in 2019 66 jaar en vier maanden bedragen. Daarna wordt de AOW-gerechtigde leeftijd verhoogd naar 66 jaar en zeven maanden in 2022. Dat wordt 66 jaar en tien maanden in 2023 en 67 jaar in 2024. In het pensioenakkoord is afgesproken dat de ontwikkeling van de AOW-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3 wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting.

Volledig op de hoogte

Volledig op de hoogte

Dit betekent dat wanneer de levensverwachting van een 65-jarige met één jaar stijgt de AOW-datum met 8 maanden stijgt. Naar aanleiding van het pensioenakkoord is bovenstaande reeds recent geregeld in de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd.

Lees ook: Vernieuwing pensioenstelsel: een overzicht

Uitwerking Pensioenakkoord

Op 5 juni 2019 heeft het kabinet met de sociale partners een principeakkoord gesloten over de vernieuwing van het pensioenstelsel, een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en over een pakket maatregelen dat het voor iedereen haalbaar maakt om het pensioen gezond werkend te bereiken; ook voor degenen met zwaar werk (Tweede Kamer, 2018–2019, 32 043, nr. 457). Dit principeakkoord is in de dagen na het sluiten bekrachtigd door de leden van de verschillende werkgevers- en werknemersorganisaties. In de begroting SZW is een planning opgenomen wanneer we de wetsvoorstellen kunnen verwachten.

Doorsneesystematiek

De belangrijkste afspraken over de vernieuwing van het pensioenstelsel (zoals afschaffing doorsneesystematiek) zijn voor uitwerking opgepakt door een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van sociale partners en het kabinet. De Tweede Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking van het pensioenakkoord, voor het eerst in het najaar van 2019.

Het kabinet ambieert begin 2021 de wet- en regelgeving die nodig is voor de vernieuwing van het pensioenstelsel bij de Tweede Kamer in te dienen, zodat het nieuwe wettelijke en fiscale kader per 2022 in werking kan treden.

Lees ook: Pensioenontslag: dit moet HR weten

Het pensioenakkoord introduceert een mogelijkheid tot afkoop van een gedeelte van het pensioen. Er kan maximaal 10 procent van de waarde van het pensioen (slechts) op pensioendatum worden afgekocht. Er wordt wel een voorwaarde gesteld aan de hoogte van het resterende pensioen. Het Wetsvoorstel bedrag ineens op pensioendatum wordt medio 2020 verwacht.

Pensioen bij scheiding

Deze week werd het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding ingediend bij de Tweede Kamer. Het ouderdomspensioen wordt straks automatisch verdeeld bij een scheiding, tenzij ex-partners andere afspraken hebben gemaakt. Daarnaast zal conversie de standaard verdeelmethode worden, waardoor beide ex-partners een eigen pensioenaanspraak op ouderdomspensioen krijgen en er geen levenslange afhankelijkheid meer is op pensioenterrein.

Hoogte partnerpensioen

Ten slotte wordt de hoogte van het bijzonder partnerpensioen vastgesteld enkel over de huwelijkse periode en ook nog door tweeën gedeeld. Die wordt vervolgens automatisch omgezet in een (buitengewoon laag) ouderdomspensioen. Met name op deze laatste maatregel was nagenoeg collectief kritiek bij de internetconsultatie begin 2019. Zeer opvallend dat dit in stand wordt gehouden.

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte

Het betekent feitelijk dat een ex-partner in de praktijk geen recht meer zal hebben op partnerpensioen als de deelnemer overlijdt. De ex-partner kan slechts een zeer klein partnerpensioen (namelijk de helft van de huwelijkse periode) afdwingen (maar moet dat binnen 6 maanden na echtscheiding melding van maken).

Aangezien bij overlijden ook bijvoorbeeld kind- en partneralimentatie komt te vervallen zullen achterblijvende partner en kinderen na overlijden van de deelnemer financieel in een gat vallen. Alleen een wezenpensioen blijft maar dit is in de regel fors lager dan de kinderalimentatie. Aangezien CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt en CU-Kamerlid Eppo Bruins eerder aandacht hebben gevraagd voor de lage partnerpensioenen (in een initiatiefnota in 2018), zal dit wetsvoorstel ook binnen de coalitie gevoelig moeten liggen.

Overig

In lijn met het pensioenakkoord wordt aangekondigd dat het voor een duur van vijf jaar gemakkelijker wordt voor werkgevers om te betalen voor vroegpensioneren. Hoewel niet verder uitgewerkt zal dit met name betekenen dat het extra belasting hiervoor (RVU-heffing) in de toekomst wordt aangepast.

Lijfrente en buitenlandse pensioenregelingen (Belastingplan 2020)

Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) is in de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Invoeringswet Wet IB 2001) overgangsrecht opgenomen voor de destijds bestaande lijfrenten. Voor lijfrenten waarvan de premies geheel of gedeeltelijk niet aftrekbaar waren (hierna: saldolijfrenten) eindigt dit overgangsrecht met ingang van 1 januari 2021 in combinatie met een daaraan voorafgaande afrekenverplichting. Voorgesteld wordt het overgangsrecht voor bepaalde saldolijfrenten alsmede voor bepaalde buitenlandse pensioenen, waarvoor dit overgangsrecht nooit bedoeld was, niet te beëindigen en de afrekenverplichting hiervoor af te schaffen. Dat betekent dat alleen het gedeelte waarover aftrek is genoten van deze lijfrenten en pensioenen belast is.

Pensioen in de Troonrede

“Het huidige pensioenstelsel maakt collectieve verwachtingen van mensen steeds minder waar. De stijgende levensverwachting, veranderingen op de arbeidsmarkt en de aanhoudend lage rente hebben kwetsbaarheden aan het licht gebracht. De regering wil samen met sociale partners werken aan een pensioenstelsel dat deze kwetsbaarheden niet kent en dat tegelijkertijd sterke elementen als de collectieve uitvoering en risicodeling handhaaft.”

Lees ook:
Reacties op Troonrede: ‘Kabinet moet meer doen voor werkenden’

Kortom: er zijn geen maatregelen te verwachten binnen het huidige stelsel om kortingen te voorkomen; er wordt alleen over de uitwerkingen van het pensioenakkoord gesproken zonder heel concreet te worden.

Robbert van Woerden is partner bij Themis Pensioen Professionals

Reageer op dit artikel