blog

Wat zat ik er naast…

Instroom

Ergens in de jaren negentig werd mijn broer bedrijfsleider bij de Duyvisfabriek in Koog aan de Zaan. Bij zijn aantreden bestond een derde deel van het personeel uit uitzendkrachten. Dat vond hij veel te veel en hij bracht dat terug tot een kwart.

Wat zat ik er naast…

Zijn belangrijkste argument was het gebrek aan betrokkenheid en motivatie van de flexkrachten. Al spoedig zag hij het resultaat van zijn beleidswijziging terug in de productiviteitscijfers.

Tien jaar geleden was ik als docent verbonden aan de Baak, waar ik colleges gaf in het kader van de leergang Personeelwetenschappen. Een van de thema’s was de arbeidsrelatie. Ik besprak daarin onder meer de groei van de flexibele arbeid. Flexwerk was in de jaren daarvoor constant gegroeid. In 2008 had 80 procent van de werknemers een vast contract en werkte 20 procent flexibel. Mijn voorspelling was dat de groei zou afvlakken, of zelfs zou stoppen. Dat er een kritische grens was bereikt, en dat het van belang was voor organisaties vanwege motivatie en betrokkenheid om medewerkers aan zich te binden, mede in het licht van de krappe arbeidsmarkt. Die gedachte was onder meer gebaseerd op het rapport van de Commissie Bakker, die als centraal thema had: hoe kunnen we voorzien in de grote personeelstekorten die ons te wachten staan? Weet u het nog?

Crisis

En toen kwam de crisis. Alles veranderde dramatisch. In de jaren die volgden stortte de werkgelegenheid in, tekorten op de arbeidsmarkt veranderden in overschotten. En het flexwerk nam (relatief) een verdere, grote vlucht. Dat was toen goed te verklaren. Als de economie aantrekt, zijn bedrijven huiverig om nieuw personeel aan te nemen. Je weet immers niet of de groei zal doorzetten.

Het heeft lang geduurd, maar intussen is de werkgelegenheid volledig hersteld en doen zich in verscheidene sectoren weer grote tekorten voor. Het meest opmerkelijke daarbij is echter dat de verhouding vast –-flexibel blijft verschuiven, ten koste van de vaste contracten. Nu heeft 27 procent van de werknemers een flexibel contract en is nog maar 73 procent in vaste dienst. Kennelijk is dat argument van binding en betrokkenheid toch niet zo van belang. Wat zat ik ernaast…

Flexbarometer

En dan nog dit. De groei van flexibele arbeid vormt zonder twijfel een van de belangrijkste ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. TNO heeft daarom het initiatief genomen om – samen met het CBS, de ABU (de bond van grote uitzendbureaus) en de FNV – iedere drie maanden een ‘Flexbarometer’ te publiceren. Een mooi initiatief, waardevol voor iedereen en iedere instantie voor wie het van belang is om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen. Neem eens een kijkje, hij ziet er mooi en overzichtelijk uit: www.flexbarometer.nl.

Auteur Willem de Lange schrijft maandelijks een column voor PW.

Reageer op dit artikel