nieuws

Pensioenakkoord: wat is de doorsneesystematiek en waarom wordt ze afgeschaft?

Instroom

Een van de hoofdpunten van het pensioenakkoord is de afschaffing van de doorsneesystematiek. Wat is dat eigenlijk en waarom moeten we er vanaf?

Pensioenakkoord: wat is de doorsneesystematiek en waarom wordt ze afgeschaft?

Na negen jaar onderhandelen was er op 4 juni 2019 witte rook: de sociale partners waren het eens geworden over een nieuw pensioenstelsel. In het akkoord worden verschillende pijnpunten aangepakt. Zo wordt de AOW-leeftijd tijdelijk bevroren en stijgt deze vanaf 2022 minder snel. Er worden maatregelen genomen waardoor het korten van pensioenen minder vaak nodig is. Eerder stoppen met werken wordt iets makkelijker voor iemand met een zwaar beroep. En de doorsneesystematiek wordt afgeschaft.

Lees ook: Pensioenakkoord: de hoofdpunten en de reacties

Pensioenpijlers

Hoe wordt het Nederlandse pensioen opgebouwd? Er zijn drie pijlers:

1) Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW vormt de eerste pijler van het pensioenstelsel. Het is het basisinkomen om te kunnen rondkomen. Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt automatisch AOW op. De hoogte van de AOW wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon.

2) Pensioenopbouw via de werkgever

De tweede pijler is pensioenopbouw via de werkgever. Zo’n 90 procent van de werkgevers heeft een aanvullende pensioenregeling. Hierdoor krijgen gepensioneerde werknemers een aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering.

Meestal betalen werkgevers ongeveer twee derde van de totale pensioenpremies en werknemers een derde deel. Pensioenfondsen beleggen de premies om later aanvullend pensioen uit te kunnen betalen.

3) Individuele aanvullende pensioenvoorzieningen

Individuele verzekeringen vormen de derde pijler. Bijvoorbeeld lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Daarmee spaart u fiscaal aantrekkelijk voor extra pensioen. Bijvoorbeeld om een pensioengat aan te vullen of eerder met pensioen te gaan. Ook zelfstandigen kunnen kiezen voor een individuele pensioenvoorziening.
Bron: Rijksoverheid

Vierde pijler?

Soms wordt er nog gesproken van een vierde pensioenpijler. Hierbij gaat het om vermogensopbouw zonder fiscaal voordeel. Denk hierbij aan spaargeld of investeringen in vastgoed, aandelen of belangen in derde partijen.

Doorsneesystematiek

De doorsneesystematiek of doorsneepremie stamt uit de jaren ’50 van de vorige eeuw en is nu nog een belangrijk onderdeel van de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Voor bedrijfstakpensioenfondsen is het hanteren van de doorsneesystematiek zelfs verplicht.

Onder de doorsneesystematiek betaalt elke deelnemer aan een pensioenregeling dezelfde premie en krijgt hiervoor dezelfde pensioenopbouw (in percentage van het pensioengevend loon).

Nadelen van doorsneepremie

Dat systeem wringt op een aantal punten. Ten eerste houdt het geen rekening met het feit dat de premie van een jongere werknemer de pot veel langer spekt dan de premie van een oudere werknemer. Met andere woorden, jongeren subsidiëren ouderen met hun inleg.

Dat is geen probleem, zo lang de generaties ongeveer dezelfde aanwas hebben. Wie nu jong is, kan er dan op rekenen dat alle nakomende generaties ook weer genoeg geld in de pot stoppen zodat iedereen kan genieten van onbezorgde oude dag.

Vergrijzing

Maar zo is het niet meer. Door de vergrijzing zijn er meer ouderen die geld uit de pot halen en minder jongeren die er geld in stoppen. Wie nu aan het begin van zijn werkende leven staat, moet dus maar afwachten of er over pak ‘m beet veertig jaar nog wat te halen valt. Dit zet de solidariteit waar het systeem op stoelt onder druk.

Zou je het vergelijken met investeringen op de kapitaalmarkt, dan zijn de pensioeninvesteringen in de eerste helft van het werkzame leven ongunstig en in de tweede helft juist gunstig.

Arbeidsmarkt verandert

Het huidige systeem levert de werknemer het meeste op wanneer hij zijn hele werkende leven pensioen opbouwt volgens de doorsneesystematiek. Maar waar in de jaren ’50 een baan voor het leven bijna meer regel dan uitzondering was, ziet de arbeidsmarkt er nu heel anders uit. Mensen werken een aantal jaren in loondienst en worden dan zzp’er of bewandelen juist de omgekeerde weg.

Netspar, de denktank voor pensioenkwesties, berekende al in 2014 wat dat betekent voor de pensioenopbouw. Een werkende die van zijn 25e tot 45e in loondienst werkt en
dan zzp’er wordt, heeft 35 procent te veel premie betaald.Iemand die van zijn 25e tot 45e zzP’er is en dan in loondienst gaat krijgt juist 20 procent meer pensioen dan waarvoor is betaald.

Leestip

Leestip

Doorsneepremie afgeschaft, wat nu?

Zou de doorsneesystematiek zo maar worden afgeschaft, dan is vooral de groep werkenden van rond de 45 jaar de sjaak. Zij hebben premie ingelegd toen dat volgens de doorsneesystematiek nog ongunstig was, en zien het systeem verdwijnen net nu het in het voordeel zou kunnen gaan werken.

Lees ook: Pensioenakkoord: hoe nu verder?

In de verkenning Doorsneesystematiek in pensioenen onder druk? berekende het Centraal Planbureau in 2014 dat afschaffing van de doorsneesystematiek zonder compenserende maatregelen zou betekenen dat deelnemers tussen de dertig en zestig jaar tot ongeveer 10 procent van het aanvullend pensioen mislopen. In totaal vertegenwoordigt dit een waarde van ongeveer honderd miljard euro.

Compenserende maatregelen

De sociale partners hebben bij het sluiten van het pensioenakkoord afgesproken dat werknemers tussen de veertig en de 55 jaar er niet op achteruit mogen gaan, schrijft werkgeversorganisatie VNO-NCW. “Door de lusten en lasten van de afschaffing van de doorsneepremie eerlijk te verdelen, is dit mogelijk zonder dat dit leidt tot premieverhoging, zo is doorgerekend. Voor werknemers ouder dan 55 geldt in veel gevallen dat de winst van het nieuwe contract al genoeg compensatie is. Bij sommige regelingen kan het zijn dat er tijdelijk nog herschikking nodig is om de compensatie evenwichtig te laten verlopen.”

Reageer op dit artikel