artikel

Leiderschap: wie zit er bovenop de apenrots?

Organisatie & Strategie

Leiderschap: wie zit er bovenop de apenrots?

Samenwerken betekent steeds vaker dat een groep experts op tijdelijke basis een project tot een goed einde brengt. Daarmee verandert ook de rol van managers. Hoe geef je leiding aan een team van zelfstandige professionals? Een gesprek met Eddy Terstall en Martin Koolhoven, twee van Nederlands meest succesvolle regisseurs.

Regisseurs willen altijd met de beste mensen werken. Acteurs, cameramensen, lichttechnici… iedereen wordt speciaal uitgekozen om de visie van de regisseur uit te voeren. In hun masterclasses voor het bedrijfsleven geven Koolhoven en Terstall hun visie op leiderschap.

Wat betekent leiderschap voor jullie?

Terstall: “Als regisseur zit je natuurlijk bovenop de apenrots. Alle beslissingen komen bij jou terecht. Het is geen democratie, maar je wilt wel het beste uit mensen halen

Koolhoven: “Het is inderdaad een hiërarchisch samenzijn, met afgebakende verantwoordelijkheden. Elke film is een nieuwe productie en steeds zoek je nieuwe mensen uit. Je weet dus dat je maar voor een beperkte periode met elkaar in die pressurecooker zit. En al die mensen hebben in hun vakgebied een hogere expertise dan jij.

Terstall: “Jij moet de generalist zijn met de visie die die mensen bij elkaar brengt.

Als regisseur zit je bovenop de apenrots. Alle beslissingen komen bij jou terecht

Koolhoven: “Het zijn niet alleen specialisten, het zijn ook mensen die meer ervaring hebben. Een goede regisseur maakt in Nederland een keer in de twee, drie jaar een film. Dan doe je het echt goed. Een goede cameraman heeft het hele jaar door werk.”

Hoe krijgen jullie vanaf die apenrots de professionals zo ver dat ze meewerken aan de visie die jullie voor ogen hebben?

Terstall: “Die mensen zijn maanden met een project bezig, dus het moet uitdagend voor ze zijn. Je moet ze laten weten dat ze aan iets bijzonders werken. Die cameraman die drie opties heeft, moet zien wat voor uitdaging het is, wat voor avontuur het gaat worden. Voor acteurs geldt hetzelfde. Je moet ze echt verlokken om mee te werken aan jouw project.”

Koolhoven: Als je zelfs bij topvoetballers ziet dat een hoog salaris niet genoeg is om geprikkeld te blijven, kun je voorstellen hoe dat in de filmwereld is. Daar draait het toch om artistieke uitdaging, zowel bij acteurs als bij wat wij de head of departments noemen. En je vraagt bij een Nederlandse film altijd een extra stapje. Al maak je een film van tien miljoen; dan zou ie eigenlijk dertig moeten kosten. Dus eigenlijk is iedere Nederlandse productie een lowbudgetfilm. Dat kan alleen wat worden als mensen zich uit de naad werken en om dat voor elkaar te krijgen, moet je ze voor je winnen.”

Terstall: “Het basisverhaal moet kloppen: wat wil je maken, hoe wil je het maken en waarom wil je het maken? En dat verhaal moet je communiceren. Je moet de juiste bijvoeglijke naamwoorden vinden om de kleur en de sfeer en het belang van het verhaal over te brengen.”

Hoe geef je leiding aan professionals die op hun eigen terrein de top zijn?

Het basisverhaal moet kloppen: wat wil je maken, hoe wil je het maken en waarom wil je het maken?

Terstall: “Ook dat is vergelijkbaar met voetbal. Als een vleugelspeler net niet genoeg uithoudingsvermogen blijkt te hebben, maar wel de creativiteit die je zoekt, dan los je dat op met de spelers om hem heen.

Koolhoven: “Het kan betekenen dat je bij een production designer, die artistiek geweldig is, maar logistiek niet zo handig, je een extra iemand zet die hem op dat vlak ontlast. Je moet mensen zo gebruiken dat ze doen waar ze goed in zijn.

Terstall: Daarom vraag je ze immers. Zij kunnen dingen die jij niet kunt. Dat is ook niet iets om bang voor te zijn. Je moet mensen om je heen durven zetten die meer weten dan jij.”

Koolhoven: “Sterker nog, je moet mensen uitzoeken die beter zijn dan jij.”

Terstall: “Ze moeten jou beter maken. Dat betekent niet dat jij niet hoeft te weten waar ze mee bezig zijn. Je moet wel met ze kunnen praten. Je moet inzicht hebben in het werk dat er wordt gedaan en wat er mogelijk is op hun terrein.”

Eddy Terstall is regisseur en scenarioschrijver. Hij maakte onder andere de films Alberta, Hufters en Hofdames en Vox Populi. Voor de film Simon won hij twee Gouden Kalveren: voor beste regie en de publieksprijs. Terstall studeerde politicologie en sociologie in Amsterdam. In 2018 was Terstall een van de grondleggers van de politieke beweging Vrij Links.

Filmmaker Martin Koolhoven studeerde eerst agogisch werk aan de MDGO en werkte korte tijd in een gevangenis. Na twee jaar op HBO Audio Visuele Productie in Sittard en een jaar filmacademie in Brussel, koos hij uiteindelijk toch voor de filmacademie in Amsterdam, waar hij in 1996 afstudeerde als scenarioschrijver en regisseur. Koolhoven maakte onder andere Het Schnitzelparadijs en Oorlogswinter. Hij won drie keer het Gouden Kalf, voor De Grot, Knetter en voor zijn Engelstalige western Brimstone.

Met hun bedrijf Koolhoven-Terstall verzorgen deze regisseurs masterclasses over storytelling en leiderschap.

Koolhoven: “Je ziet in bedrijven tegenwoordig ook dat ze meer projectmatig denken en dan kijken ze minder strikt naar functieomschrijvingen en meer naar de talenten van mensen. Zo kun je mensen – zoals dat tegenwoordig heet – in hun kracht zetten. En als de situatie er om vraagt, moet je achter ze gaan staan. De meeste cameralieden zijn best haantjes, maar bij Brimstone werkte ik met iemand voor wie dat eigenlijk helemaal niet geldt. Hij heeft dus helemaal niet veel noten op zijn zang, maar als het om zijn belichting gaat, weet ik dat hij bepaalde dingen heel belangrijk vindt. Als dan vanuit de productie wordt gezegd dat er voor iets, waarvan je weet dat het voor hem belangrijk is, geen geld is, moet je achter hem gaan staan. Je wil immers dat hij kan doen waarom je hem gevraagd hebt. En met de regisseur achter zich, hebben zijn eisen meer gewicht”

Wie zich omringt met mensen die meer weten dan jij, kan zich kwetsbaar voelen. Hoe moet een leider daarmee omgaan?

Terstall: “Er is niet zoveel mis met kwetsbaarheid, als je maar genoeg blijk hebt gegeven dat je een visie hebt en dat het allemaal goed komt. Soms mag je best onzeker zijn, zolang het maar niet de hele tijd gebeurt, natuurlijk”.

Koolhoven: “Als acteurs ergens een hekel aan hebben, dan is het een onzekere regisseur. Dan gaan ze muiten en dat kan heel lelijk worden. Maar als ze voelen dat je sterk in je schoenen staat en weet waar je het over hebt, dan kun je best zo af en toe zeggen: ‘Ik weet het eigenlijk niet, wat vind jij? Help me eens.’ Dat kan dan prima.”

Terstall: “Soms zit je in een situatie waarin je moet improviseren. Normaal gesproken probeer je dingen zo duidelijk mogelijk te communiceren. Dat inspireert mensen en ze weten waarom ze doen wat ze doen. Als dat kan, moet je dat doen. Heel soms kan dat absoluut niet. Soms zit je in een situatie waarin je door tijdsdruk niet meer alles heel makkelijk kan communiceren. Dan moet het gewoon gebeuren. Als er dan vijftig mensen gaan vragen: ‘Waarom dan?’ moet je zeggen: ‘Dat ga ik nu niet uitleggen.’ Die autoriteit moet je verwerven.

Soms kun je door tijdsdruk niet meer alles heel makkelijk communiceren. Dan moet het gewoon gebeuren

“Een voorbeeld. Voor de film Vox Populi hadden we een heel dure set waarin we de Tweede Kamer hadden nagebouwd. Die bestaat uit zes taartpunten, maar daarvan hadden we er maar een paar nagebouwd. Dan moet je weten waar de mensen staan, kijken ze naar links of naar rechts, waar zit de voorzitter? Alles moest voortdurend worden gedraaid op een soort soundstage. Die ochtend hadden we een extra scène gedraaid. Die heel dure set hadden we nog maar vijf uur en we moesten nog heel veel draaien. Het was duidelijk dat we dat niet gingen halen op de normale manier. Ik had precies in mijn hoofd zitten waar iedereen moest zitten. Dan zeg ik dus: ‘Geloof me maar, dit gaan we doen.’ Paniek op de set, telefoontje naar de producent: ‘Eddy is gek geworden.’ Maar ik wist: ‘Het kan alleen maar zo.'”

Koolhoven: “Dat kun je alleen doen if you’re god damn sure.”

Hoe zorg je dat jouw verhaal overkomt?

Terstall: “Het gaat om drama. Je moet proberen een emotie te raken met jouw verhaal.”

Koolhoven: “Alles wat je doet, moet het verhaal vertellen. Als een karakter koffie drinkt, moet je denken: ‘Hoe kan ik met dit kopje het verhaal vertellen?’ Als ik wil uitbeelden dat hij de vreemde eend in de bijt is, dan heeft iedereen hetzelfde kopje en hij een ander. Zo moet je denken. Iedereen zegt nu: ‘Alles is storytelling‘, maar als dat zo is, dan moet je op zoek gaan naar de emotie, want een verhaal beklijft alleen als het je raakt. Dus als je als bedrijf iets te vertellen hebt aan je personeel, kan het je helpen een dramatisch narratief te gebruiken en moet je je afvragen welke emotie daarbij hoort.”

Op een filmset staat iedereen onder druk. Is het de taak van een leider om erop te letten dat mensen desondanks gezond werken en leven?

Als je als bedrijf iets te vertellen hebt aan je personeel, moet je je afvragen welke emotie daarbij hoort

Koolhoven: “Wil je daar een eerlijk antwoord op?”

Terstall: “Uit opportunisme en uit morele overwegingen hoort dat bij leidinggeven. Op een gegeven moment moet je iets inbinden en denken: ‘Dan doen we nu dat shot maar even niet, dan staan ze morgen wat fitter op de set.'”

Koolhoven: “Het is in principe de taak van andere mensen om daar op te letten en een goede regisseur weet wanneer hij daar naar moet luisteren en wanneer hij toch doorduwt. Wij willen altijd verder, nog even dat shotje doen. En soms kan dat ook niet anders. Je weet dat als je vandaag gaat forceren, je het waarschijnlijk morgen op je brood krijgt. Die afweging moet je maken en soms denk je: ‘dit nu is belangrijker’ Het is toch pick your fights.”

Reageer op dit artikel