artikel

De impact van de vierde industriële revolutie op werk en de arbeidsmarkt

Organisatie & Strategie

Nederland krijgt de komende jaren te maken met een reeks aan technologische vernieuwingen die een enorme impact op de arbeidsmarkt zullen hebben. De arbeidsmarkt en het HR-beleid gaan hierdoor onvermijdelijk sterk veranderen.

De impact van de vierde industriële revolutie op werk en de arbeidsmarkt

Na de uitvinding van de stoommachine, de introductie van elektriciteit en de komst van de computer en het internet, staan we aan de vooravond van een nieuwe industriële omwenteling: het tijdperk van de vierde industriële revolutie breekt aan. Dit wordt een periode die radicaal van karakter is, omdat tal van technologieën tegelijk doorbreken, zoals artificiële intelligentie, robotisering, connectiviteit, 3D-printen, blockchain en nanotechnologie. Door de synchrone komst van zoveel nieuwe techniek, zal de industriële revolutie een snel toenemende stroom aan innovaties opleveren en bestaande economische en sociale structuren ontregelen.

De technologie van vandaag staat niet in vergelijking met die van morgen. Er vindt de komende jaren een heuse samenvloeiing plaats van de fysieke en virtuele wereld, thuis en op de werkvloer. Met het samenvloeien van industrieën en sectoren, moeten zowel grote als kleine bedrijven zich de komende jaren opnieuw uitvinden. Dit geldt ook voor sectoren die nu nog niet volop geraakt worden door digitalisering zoals onderwijs en gezondheidszorg.

Luddieten

Bij elke technologische en industriële revolutie zien we een enorme politieke discussie opkomen over de toekomst van banen. Exemplarisch zijn de acties van de luddieten, die in de achttiende en negentiende eeuw spinnerijen en wolmachines in Engeland stuksloegen, omdat ze de machines een bedreiging vonden voor de wevers. De uitvinding van de gloeilamp was een ramp voor kaarsenmakers en de komst van de elektrische paard-en-wagen (=auto) betekende een enkeltje slachthuis voor miljoenen paarden. John Keynes dacht in de jaren dertig dat steeds meer arbeiders door machines zouden worden vervangen, met als doembeeld een economie zonder banen. In de jaren zestig waren in de Verenigde Staten uitgebreide discussies over een toekomst waarin iedereen zo goed als werkloos zou zijn, of op een iets positievere noot: dat de werkweek zou kunnen worden beperkt tot vijftien uur.

Geen groot banenverlies

De ineenstorting van de banenmarkt vond evenwel niet plaats, evenmin toen in de jaren tachtig de pc zijn intrede deed en in de jaren negentig internet op het toneel verscheen. Dit waren wel de jaren waarin globalisering leidde tot de offshoring en outsourcing van miljoenen werkplekken. Maar uiteindelijk levert elke industriële revolutie per saldo meer banen op.

Zo verdwenen in de Verenigde Staten aanvankelijk banen van bankmedewerkers toen de pinautomaat de intrede deed en mensen digitaal geld gingen overmaken. Maar die medewerkers werden niet ontslagen. Dankzij de lagere kosten van gelduitgifte, konden banken meer filialen openen, waardoor de geldtellers konden blijven. Ook de invoering van de streepjescode betekende geenszins het einde van de kassajuffrouw bij de supermarkt. Integendeel, in de Amerikaanse detailhandel nam het aantal banen de afgelopen decennia juist met twee procent per jaar toe.

Tal van technologieën breken tegelijk door

Mensen niet meer de baas

Maar mogelijk worden de kaarten in de vierde industriële revolutie anders geschud. Algoritmes kunnen uiteindelijk mensen vervangen door machines. Ze kunnen nog wel wat input geven in een geautomatiseerd bedrijfsproces, maar mensen zijn straks niet meer de baas. Een ondernemer die in een zeer geavanceerde economie voor menselijke werknemers kiest, in plaats van voor de goedkopere, betrouwbare AI-computer, schiet zichzelf in de voet.

De stapels aan recente rapporten over de toekomst van de banenmarkt reiken inmiddels de hemel in, met soms schrikbarende krantenkoppen als gevolg: ‘90% van de banen verdwijnt in 2030’ en ‘Is er nog toekomst voor uw kinderen?’.

Niet banen, maar taken

We moeten bij dit soort voorspellingen goed in de oren knopen dat robots en computers vooral taken van ons werk kunnen vervangen en niet meteen hele banen overnemen. Mensen zullen in de toekomst steeds meer met technologie werken en kunnen daardoor sneller hun taken doen. Zoals de radioloog, die niet langer eindeloos naar scans hoeft te kijken, maar de computer om een eerste of tweede lezing kan vragen. Radiologen en andere doktoren kunnen dan eindelijk doen waar ze nauwelijks aan toe komen: praten met patiënten.

Sterker nog, als werknemers, machines en algoritmes gaan samenwerken, zullen zij hun productiviteit flink verhogen. Dat is ook de les van eerdere technologische doorbraken. Een hogere productiviteit leidt bovendien tot een grotere vraag naar arbeid, dankzij lagere productiekosten.

Onvoldoende werk

Maar in een economie die steeds verder digitaliseert en automatiseert, wordt een harde economische wet steeds meer realiteit: het aandeel van kapitaal neemt toe ten koste van arbeid. Hierdoor is er mogelijk uiteindelijk niet voldoende werk meer en ontstaat een groot tekort aan banen. Bovendien veranderen in een digitale economie zoveel fysieke producten in digitale diensten, dat mensen en complexe supply chains steeds minder nodig zijn.

Populaire banen

chatbotWelke banen zijn in trek? De vraag naar data-analisten en datawetenschappers zal flink toenemen, evenals naar software- en app-ontwikkelaars. Ook experts in e-commerce en sociale media zijn gewild. Licht verrassend is dat het aanbod van banen waar menselijke vaardigheden voorop staan zal stijgen, zoals sales- en marketingprofessionals, innovatiemanagers en medewerkers van de klantendienst (al zijn bij die laatste categorie chatbots concurrenten).

De mens zal ook voor meer onvoorspelbare, moeilijk te automatiseren taken nog zeer lang nodig blijven. Denk bijvoorbeeld aan de zorg, tuinieren, vrachtvervoer, reparaties en koken, maar ook aan tandartsen, geestelijken, kunstenaars en kappers. Het gaat hier om voor computers buitengewoon complexe handelingen, die voor de mens weer heel eenvoudig zijn. Mensen hebben veel meer sensomotorisch inzicht, kunnen aan ideevorming doen, herkennen grotere patronen en zijn in staat tot complexe communicatie.

Algoritmes kunnen uiteindelijk mensen vervangen door machines

Functies die niet zullen overleven

Waar weinig toekomst in zit, zijn functies die in zijn geheel geautomatiseerd kunnen worden, zoals kantoorbedienden en salarisadministrateurs. Sectoren met mijn- en metaalactiviteiten en met consumenten- en ICT-producten zullen naar verwachting relatief meer banen zien verdwijnen dan andere industrieën. Ook hoogwaardig routinewerk is inmiddels al aan automatisering toe. Zo kan software inmiddels juridische documenten sorteren en analyseren, ten koste van junior advocaten.

Flexibiliteit

Daarnaast staat een flexibelere en onzekere economie niet toe dat mensen decennialang op veilige, vaste posities zitten. In Nederland neemt het aantal zelfstandigen explosief toe; het zijn er nu zeker 1,1 miljoen (plus 400.000 zelfstandigen met personeel) en dat op een beroepsbevolking van 8,5 miljoen mensen. Voor ‘normale’ banen zijn tijdelijke contracten inmiddels de norm geworden – niet alleen in Nederland maar ook in andere moderne economieën.

Onder druk van snelle marktontwikkelingen en enorme internationale concurrentie moeten organisaties in staat zijn snel hun arbeidsfactor aan te passen en daar hoort een flexibele schil aan medewerkers bij. Waar mogelijk wordt werk uitbesteed en dat kan ook op afstand gebeuren. Er ontstaat een ‘human cloud’ waar organisaties hun problemen kunnen oplossen. Via websites als Amazons ‘Mechanical Turk’, TaskRabbit, Upwork en PeoplePerHour wordt dan ad hoc arbeidskracht ingehuurd.

Keuzes voor HR-afdelingen

Met alle nieuwe technologie op komst, moge het duidelijk zijn dat ondernemers niet op hun lauweren kunnen rusten. Vroeger of later zullen ze zich moeten aanpassen om te overleven. Niet alleen de leiding moet kennis nemen van technologische ontwikkelingen; voor HR-afdelingen is het belangrijk om volledig op de hoogte te zijn van strategische discussies en keuzes die de leiding van de organisatie maakt op gebied van toepassing van technologie. Het gaat daarbij niet alleen om het hertrainen van medewerkers of het breder inzetten van de eerder genoemde flexibele schil. Het management heeft ook behoefte aan kennis van de (internationale) transformaties van de arbeidsmarkt als gevolg van technologie; kennis die HR-experts in huis horen te hebben.

Andere instrumenten zijn strategische scenario’s en open dialogen met medewerkers uit de organisatie, om de aankomende transformatie en bijbehorende dilemma’s te bespreken. Daarna kunnen HR-afdelingen lijsten maken van taken van medewerkers die mogelijk geautomatiseerd kunnen worden, zodat meteen inzichtelijk wordt of de organisatie zeer of juist minder gevoelig is voor automatisering en digitalisering. Een laatste idee is om de vaardigheden van het personeelsbestand onder de loep te nemen; wellicht zijn werknemers aan ‘upskilling’ toe.

Het voorbereiden van de organisatie op de vierde industriële revolutie is geen sinecure en is een lang en ingrijpend proces. Het goede nieuws is dat de komende technologische omwenteling waarschijnlijk tegen 2030 op haar hoogtepunt zal zijn, waardoor er voldoende tijd is om de organisatie aan te passen. Maar het aandeel en de rol van ‘menselijk kapitaal’ zal als gevolg van al die nieuwe technologie, onvermijdelijk ingrijpend veranderen.

Over de auteur: Joop Hazenberg is auteur van het boek Technologie de baas.

Reageer op dit artikel