blog

HR-trends: over sombere vooruitzichten en een gebrek aan ideeën

Organisatie & Strategie

Op 2 september jl. gaf Wopke Hoekstra de HJ Schoo-lezing die elk jaar aan het begin van het politieke seizoen in Den Haag wordt uitgesproken. Een rijtje illustere, Nederlandse politici ging de huidige minister van Financiën voor: Bolkestein, Baudet, Rutte, Timmermans, Aboutaleb, Schippers en Van Haersma Buma. In die volgorde. De titel van zijn verhaal: “Het land van morgen. Naar een nieuw maatschappelijk evenwicht.”

HR-trends: over sombere vooruitzichten en een gebrek aan ideeën

Wat Hoekstra in zijn lezing te berde brengt over migratie en integratie en of hij er een effectieve gooi naar het CDA-leiderschap mee deed, laat ik hier onbesproken. Daarvoor kunt u de commentaren in de media er nog eens op naslaan. Wel wil ik aandacht vragen voor het perspectief dat Hoekstra biedt op de economische toekomst van Nederland en de arbeidsmarkt in het bijzonder. Hij schetst waar we nu staan en wat er nodig is om de middenklasse in de toekomst te laten floreren. Dan zijn mijn oren gespitst.

Lees ook: Organisatieontwikkeling als reis in zeven etappes

Geweldig én kwetsbaar

Hoekstra vervolgt met het gegeven dat Nederland in de top-5 van de Global Innovation Index 2019 staat en een vele malen grotere economische impact heeft dan de omvang rechtvaardigt. Met de hi-tech hub in Eindhoven, de creatieve industrie en financiële sector in Amsterdam, de voedselinnovaties uit Wageningen en de Rotterdamse haven als dé toegangspoort tot Europa, zijn anno 2019 bijna alle Nederlanders rijker dan hun ouders waren. Bovendien staat Nederland steevast in de top-5 van gelukkigste landen ter wereld. Hoekstra concludeert: “…wat een geweldig land is dit!”

Maar, zegt hij er meteen achteraan, dit kleine land met z’n imponerende economie is ook kwetsbaar en de mensen die de ruggengraat ervan vormen – de middenklasse – zijn eveneens kwetsbaar. Kwetsbaar door wat er de voorbije jaren is veranderd, maar vooral kwetsbaar door wat er de komende jaren nog gaat veranderen. Dan ga ik als toehoorder helemaal rechtop zitten.

Lees ook: Jildau Piena (DNB): ‘Wij zijn als HR nog echt van het menselijk contact’

Stille motor

Hoekstra typeert de middenklasse als de stille motor van Nederland. Gezinnen van anderhalf-verdieners met twee kinderen. Hardwerkend, goedwillend en no-nonsense.Opgevoed met het idee dat wie goed zijn best doet, vooruitkomt in het leven. Dat wie hard werkt, daarvan de vruchten plukt. Die wederkerigheid – voor wat hoort wat – is de centrale belofte in het naoorlogse Nederland. Wij zijn geen land waarin een enkele krantenjongen miljonair wordt. Nee, wij zijn het land waarin heel veel dubbeltjes erin slagen kwartjes te worden. Door de kansen die er liggen, door de sociale arrangementen die we hebben, door de relatieve gelijkheid, door de combinatie van vrijheid en verantwoordelijkheid. Door hard te werken. Maar die wederkerigheid staat onder druk.

Een somber perspectief

Een somber perspectief, want wat zégt Hoekstra nou eigenlijk? Dat hard werken niet meer loont? Dat goed je best doen niet meer genoeg is om vooruit te komen? Dat dubbeltjes geen kwartjes meer kunnen worden? Dat vrijheid, gelijkheid en solidariteit geen kansen meer bieden? Wat is er gebeurd, meneer Hoekstra?

Lees ook: Veranderen als reis

Hoekstra constateert vervolgens dat een vaste baan, een eigen huis, een voorspelbaar pensioen, loon naar werken en zonder schuld studeren ook niet langer vanzelfsprekend zijn. Economische zekerheden staan op de helling, omdat de bevolking vergrijst, we te weinig investeren, de lastendruk te hoog is en we als land te weinig groeiperspectief hebben. Maar hoe komt dat, Wopke? Wie is daarvoor verantwoordelijk?

SCP: somber perspectief

In september – vlak na Hoekstra’s lezing – presenteerde het SCP haar jaarlijkse rapport over de sociale staat van Nederland. Daarin wordt het sombere perspectief bevestigd. De groeiende economie heeft niet tot een verbetering in de kwaliteit van leven geleid. Mensen ervaren ook niet dat het beter gaat. Het reële netto beschikbare inkomen per huishouden is tussen 2008 en 2018 zelfs met 1,2 procent gedaald. Dat is wat anders dan ons door Rutte-III is beloofd. Wat gaan we eraan doen, meneer Hoekstra?

Na wat populistisch geëmmer over identiteit en omgangsvormen, ontvouwt de minister zijn ideeën. Nee, we staan niet aan de rand van de afgrond. We moeten kiezen voor wederkerigheid – hè, die stond toch juist onder druk? – en voor de lange termijn. We moeten onze verantwoordelijkheid hervinden. Het kapitalisme heeft een correctie nodig. Nu ben ik een en al oor. Hoe gaan we dat doen?

Er moet een nieuw evenwicht komen tussen kapitaal en arbeid. Een gemeenschappelijke opvatting over wat we van elkaar mogen verwachten in de relaties tussen bedrijfsleven, overheid en burger. De politiek moet met werkgevers en werknemers in gesprek over deze nieuwe balans van rechten en plichten. Over hoe dat dan moet, zegt Hoekstra helaas bitter weinig.

Zekerheid bieden

Hij wil dat werkgevers meer zekerheid bieden aan werknemers. Hij denkt aan extra loonruimte, werknemersparticipatie en balans tussen loonstijgingen aan de top en op de werkvloer. Werknemersorganisaties moeten voorbij de kortetermijnbelangen van hun dominante ledengroep kijken naar het langetermijnbelang van álle werknemers. Zzp’ers én mensen met een vast contract, mensen die richting hun pensioen gaan én starters. Hij wil een evenwichtige belangenbehartiging op het gebied van scholing, zekerheid en fatsoenlijk werk. Hij wil inzetten op vaste contracten, maar mét een minder rigide ontslagrecht.

En wat vraagt dit van de politiek? Dat de lasten worden verlicht. Dat financiële manoeuvreerruimte wordt gecreëerd. Dat heilige huisjes – toeslagen en subsidies – worden afgebroken. Dat overheidsuitgaven beheersbaar blijven. Dat we fundamenteel investeren in het verdienvermogen van Nederland.

Hoekstra houdt eigenlijk een pleidooi voor normalisering van de arbeidsverhoudingen. Hij heeft heimwee naar de polder, naar het Nederlandse consensusmodel waarin sociale partners samenzitten en onderhandelen over arbeidszaken. Maar getuigt zijn verhaal niet van een ouderwets beeld van economie en maatschappij? Verlangt Hoekstra niet te veel terug naar hoe het was? De wereld is toch allang veranderd? Hoeveel leden heeft de vakbond nog?

Daden van de regering

Hoe sympathiek een streven naar herstel en versteviging van onze unieke arbeidsverhoudingen ook is, het is niet genoeg om het tij te keren. Sommige trends zijn niet te stoppen en oude recepten werken niet bij nieuwe kwalen. Meer zekerheid en vastigheid bieden aan mensen die meer flexibiliteit en handelingsvrijheid willen? Dat werkt niet. Loyaliteit, trouw en betrokkenheid vragen van een middenklasse die haar inkomen niet ziet groeien – maar dat van de topbazen wel de pan uit ziet rijzen? Dat werkt ook niet. Jonge mensen laten betalen voor de verworvenheden van hun ouders en grootouders? Bedrijfswinsten onbelast laten, maar wel een negatieve rente op spaarcenten toepassen? Kapitaal ongestoord laten woekeren en arbeid bovenmatig belasten? Kapitaalbezitters geen strobreed in de weg leggen, kapitaalmarkten ongereguleerd laten en werkers allerlei regels en beperkingen opleggen? Zo laat je de middenklasse niet floreren…

We moeten zoeken naar oplossingen die passen bij de tijd en de wereld waarin we leven. We hebben betere ideeën nodig, nieuwe perspectieven, andere verhoudingen, radicale veranderingen. Meer dan naar de woorden van Wopke Hoekstra, is het daarom uitkijken naar de daden van de regering.

Reageer op dit artikel