artikel

Praktijkvoorbeeld: het ontwerpen van een leertraject

Personeelsmanagement

Een opleidingstraject kan op veel verschillende manieren worden vormgegeven. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld kijken we hoe zo’n ontwerpproject eruitziet.

Praktijkvoorbeeld: het ontwerpen van een leertraject

Een opleidingstraject kan op veel verschillende manieren worden vormgegeven. Wanneer het leerdoel bekend is, moeten er keuzes gemaakt worden over hoe dat leerdoel te bereiken. Er moet nagedacht worden over vragen als ‘Hoe bouwen we de workshop op en welke werkvormen hanteren we daarin?’ of ‘Op welke manier ondersteunen we mensen online in hun leerproces?’. Uit alle mogelijke strategieën en werkvormen die het leren van mensen kunnen ondersteunen, moeten de best passende en meest effectieve worden gekozen.

Opleidingsontwerpen verschillen van elkaar in context, vraagstuk, ontwerp en leerinterventies. Toch zijn er ook stappen die in elk traject terugkomen. In alle gevallen is het belangrijk om eerst het vraagstuk te analyseren, daarna een globaal ontwerp te maken, waarin de leerprincipes, formele en informele leerinterventies en ordeningsprincipes aan bod komen. Ook de evaluatie moet niet vergeten worden.

De auteurs van het boek Opleidingskunde waren bij verschillende ontwerpprojecten betrokken. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld laten zij zien hoe een ontwerpproject eruit kan zien.

Leertraject voor startende inspecteurs

De Academie voor Toezicht heeft als doelstelling de manier van toezicht houden van de rijksinspecties in Nederland verder te professionaliseren door het bij elkaar brengen, ontwikkelen en verspreiden van kennis en door het vergroten van het lerende vermogen van de rijksinspecties en van individuele medewerkers. In opdracht van de Inspectieraad, waarin de tien rijksinspecties samenwerken, ontwerpt de Academie voor Toezicht een gezamenlijk leertraject voor startende inspecteurs. Het traject richt zich op de minimumbekwaamheden die alle rijksinspecteurs moeten hebben om hun werk goed te kunnen doen. De gedachte achter het traject is dat de samenwerking tussen de inspecties sterker zal worden door samen te leren en een gemeenschappelijke body of knowledge te ontwikkelen. Uitgangspunt is dat het leertraject generiek en sectoroverstijgend is.

De Academie voor Toezicht gaat met het ontwerp aan de slag. De programmamanager van het traject stelt een ontwikkelgroep samen waarin de vijf grote inspecties die elk over een Academie voor Toezicht beschikken vertegenwoordigd zijn (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Inspectie van het Onderwijs, Inspectie Leefomgeving en Transport en Inspectie voor de Gezondheidszorg). De leeradviseurs uit deze inspecties nemen ieder ook een kleinere inspectie onder hun hoede om hun inbreng te waarborgen tijdens het ontwerpproces.

Lees ook: Het nieuwe leren: nooit uitgeleerd op de werkvloer

Overstap maken van analyse naar ontwerp

Op het moment dat we als ontwerper instappen, heeft een ontwikkelgroep het werk van de inspecteurs geanalyseerd. De (maatschappelijke) werkcontext staat op papier en het toezichtproces is samengevat in de ‘inspectiecirkel’: objectief waarnemen, objectief oordelen, interveniëren, communiceren van afspraken en rapporteren. Alles wat de inspecteur moet kunnen, is uitvoerig beschreven. Hoe nu verder? We stellen voor om de bekwaamheden langs te lopen en daarbij telkens de vraag te stellen: wanneer doet de inspecteur het goed? Wat zien we dan? En wat levert dat op? Het maakt scherp welke leerresultaten we met het leertraject nastreven.

De gewenste resultaten zijn de evaluatiecriteria voor het eind van het leertraject

Backward design

De gewenste leerresultaten die we formuleren, zijn de evaluatiecriteria om aan het eind van het leertraject vast te stellen of de startende inspecteurs bekwaam zijn in het vak. De volgende stap is het ontwerp van het portfolio aan de hand waarvan inspecteurs hun groei in het vak zichtbaar maken. Hiervoor gaan we praktijktaken ontwikkelen die inspecteurs uitvoeren in hun eigen werk. We beginnen daarbij dus met de evaluatie; we noemen dit backward design.

De praktijktaken die zijn ontwikkeld zijn het vertrekpunt voor de volgende ontwerpvraag: welke interventies kiezen en ontwikkelen we, zodat de inspecteurs kunnen leren wat ze voor de praktijktaak nodig hebben? Om goed mee te kunnen denken bij de vormgeving van het leertraject, lopen we mee met een inspecteur tijdens een inspectiebezoek. Dat helpt enorm om de kern van het vak te pakken te krijgen. Als ‘professionele analfabeet’ zien en horen we andere dingen dan ervaren mensen. Daarvoor is wel nodig dat je nieuwsgierig bent naar het vak van de ander.

Verbinden van leren op drie sporen

Gaandeweg vormen we de contouren van een leertraject. We onderscheiden drie onderling verbonden ‘sporen’, manieren van leren.

  1. Formeel leren tijdens gezamenlijke bijeenkomsten met alle deelnemers onder leiding van een docent. De keuze valt bewust op dit soort ontmoetingen, omdat dit het leren over de grenzen van de inspectie heen stimuleert en de samenwerking bevordert. Tijdens de bijeenkomsten ontwikkelen inspecteurs de generieke bekwaamheden om volgens de inspectiecirkel te werken. Hierdoor ontdekken inspecteurs ook dat de focus van de inspectie weliswaar kan verschillen (handhaving of kwaliteitstoezicht), maar dat de werkprocessen van de inspecteurs in grote lijnen overeenkomen.
  2. Leren op de werkplek in de eigen inspectie, met ondersteuning van een praktijkbegeleider. Op dit spoor komen inspectiespecifieke zaken aan bod. Inspecteurs leren door te ervaren. Praktijktaken structureren en ondersteunen het leerproces.
  3. Leren van elkaar in kleine leergroepen. Hier reflecteren inspecteurs op hun leerervaringen, kritische werksituaties en dilemma’s. De ontwikkeling van de gewenste beroepshouding staat centraal. Leergroepbegeleiders ondersteunen deze sessies.

Bij het verder ontwikkelen van het leren op de drie sporen is het de uitdaging om er een samenhangend, doorlopend leerproces van te maken. Bij het eerste spoor krijgt de ontwikkelgroep meteen wel beelden. Maar hoe geven we het leren op de werkplek vorm? De inspecties die over een eigen academie beschikken, bieden daar zelf tal van mogelijkheden voor. Hoe verhoudt dit spoor zich dan tot wat er aan inspectiespecifiek aanbod beschikbaar is? Samen met de leeradviseurs in de organisaties wordt het traject verder vorm gegeven.

Leestip!

Leestip!

Het formele spoor

Het leertraject sluit deels aan bij de leervoorkeuren in de organisatie, waar de meeste mensen inhoudelijk gedreven zijn en graag leren van een expert die vertelt hoe het zit. Daar is in het eerste spoor van formeel leren ruimte voor. Daarin bieden we inhoudelijke verdieping en nodigen we interessante vakdocenten uit met ruime ervaring in het thema dat centraal staat. Tegelijkertijd verwachten we ook op dit spoor dat de deelnemers actief aan de slag gaan met de inhoud, vanuit de gedachte: ‘je kunt niet geleerd worden’. Zo bedenken we in het formele spoor een casus, waarin deelnemers als inspecteurs van een fictieve inspectie oefenen met het uitvoeren van de belangrijkste stappen in de inspectiecirkel. De vakkennis die de inspecteurs nodig hebben, weven we door de casus heen. Traditioneel zijn de deelnemers gewend om eerst de inhoud aangereikt te krijgen en dan te gaan oefenen. Om de nieuwsgierigheid te wekken van de deelnemers, laten we hen bewust eerst in de casus aan het werk gaan zodat leervragen ontstaan.

Evalueren tijdens het ontwerpen

Tijdens het ontwerpproces gaat een eerste deelnemersgroep al van start. Zo kunnen we informatie verzamelen over waar het ontwerp goed werkt en waar we nog zaken moeten bijstellen. Wat we onder andere leren vanuit deze evaluaties en uit de observaties van de begeleiders, is dat niet iedereen gewend is om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het leren op de werkplek (spoor 2). Bovendien zorgt de druk om het werk af te krijgen ervoor dat er spanning komt te staan op het leerproces. De praktijktaken schieten er dan nog weleens bij in, waardoor inspecteurs minder profijt halen uit het formele spoor en de leergroepen. We leren hieruit dat we heel transparant moeten zijn over wat we van de deelnemende inspecteurs verwachten. En dat we ook moeten aangeven waarom het leertraject is zoals het is: welke principes we hanteren, wat daar de achterliggende keuzes van zijn en wat het oplevert om het leren op deze manier in te richten.

Meer weten? Op 23 mei 2019 organiseert PW. de 13e editie van het Nationaal Opleiding & Ontwikkeling Congres 2019. Bekijk het programma:
opleidingontwikkeling.pwnet.nl

Reageer op dit artikel