artikel

Werkfuturist Dominic Price: technologie stuurt de agenda

Personeelsmanagement

Natuurlijk wordt technologie steeds belangrijker. Daar hoeven we niet bang voor te zijn, maar we moeten het ook niet idealiseren. Waar het om gaat, is dat we nu nadenken over een toekomst waarin mensen en technologie zij aan zij werken als gelijkwaardige ‘collega’s’, zegt werkfuturist Dominic Price.

Werkfuturist Dominic Price: technologie stuurt de agenda

Voor een werkfuturist praat Dominic Price opvallend vaak over het hier en nu. Geen wonder, want  nog maar al te vaak komt hij bij bedrijven over de vloer die de woorden ‘Maar zo hebben we het altijd gedaan’ het liefst op een tegeltje aan de muur zouden hangen. Price verdiept zich voor softwarebedrijf Atlassian in de vraag hoe bedrijven kunnen groeien op een manier waarbij de kwantiteit en de kwaliteit gelijke tred houden.

“Zonder ironisch te zijn, noem ik mezelf een mazzelaar omdat ik in de toekomst mag werken. Als ik bedrijven vertel over de experimenten die wij bij Atlassian uitvoeren, vragen ze me: ‘Denk je dat dat ooit zal gebeuren?’ En dan zeg ik: ‘Dat is al gebeurd.’ Als ik het heb over dingen als flexibiliteit, op afstand werken, virtuele teams en het ideale leiderschap, dan denken zij dat dat de dingen zijn die we nastreven. Maar zo zou je nú moeten werken. We moeten het referentiekader openbreken.”

Symbiose

Maar als hij dan toch het hier en nu moet verlaten om naar de toekomst te kijken, dan voorziet Price vooral een veranderende houding ten opzichte van technologie. “We zijn gewend om te denken aan mensen en technologie als twee afzonderlijke dingen. We zijn op een punt aangekomen dat we op een meer symbiotische manier daarover moeten nadenken. Niet aan de ene kant kunstmatige intelligentie en machine learning en aan de andere kant de mens, maar hoe die dingen samenkomen.”

Confronterend

“Als je naar de laatste twintig jaar kijkt, dan gaat het nog heel erg om de manier waarop mensen technologie gebruiken. Ik geloof dat technologie de gelijke gaat worden van mensen. Je zult werkomgevingen zien waar robots en technologie zij aan zij werken met mensen. Er zijn een paar fabrieken waar je dat nu al ziet gebeuren. Ik weet nog dat ik, de eerste keer dat ik hier een filmpje van zag, dacht: ‘Dat is een beetje verontrustend.’ Want tot dat moment was het altijd de mens die de technologie controleerde en aanstuurde. Om ze zo zij aan zij te zien werken, was toch confronterend. In sommige opzichten stuurt technologie nu de agenda, want technologie heeft een mate van precisie en uithoudingsvermogen waar mensen alleen maar van kunnen dromen.”

Voorspellingen

De vraag is nu hoe we daar als maatschappij mee omgaan, zegt Price. “Ik denk dat het goed is wanneer we leren hiermee om te gaan. De angst is dat robots ‘onze banen inpikken’, terwijl mensen aan de andere kant het geïdealiseerde beeld hebben dat robots het saaie werk op zich nemen en ons de ruimte geven om meer betekenisvol werk te doen. Ik twijfel aan beide voorspellingen.

Cognitieve overbelasting

“Ik zou het geweldig vinden als robots ons de ruimte geven om fantastisch, creatief en complex werk te doen waardoor we ons allemaal geweldig voelen. Maar ik heb in de praktijk gezien dat, als je de saaie taken bij mensen weghaalt, ze meer complex werk laat doen en de werktijden hetzelfde blijven, de cognitieve belasting hoger wordt. Ik denk niet dat we dat al aankunnen.”

burn-out

Blaren op het brein

“Er is natuurlijk veel onderzoek gedaan naar geestelijk welbevinden, burn-out en mensen die lijden aan cognitieve overload. Als we kijken naar de manier waarop technologie ons beïnvloedt, dan moeten we kijken hoe we werk opnieuw inrichten, niet alleen vanuit het fysieke aspect, maar ook het mentale aspect. Want als je te veel fysiek werk doet, krijg je blaren op je handen. Maar niemand kan de blaren op mijn brein zien. Ik denk niet geestelijke overbelasting iets is dat we willen repareren, ik denk dat we dat willen voorkomen. Betekent het feit dat we 24/7 kunnen werken ook dat we dat moeten doen? Ik denk dat we als mensen, als maatschappij en als werkgever voor onze mensen moeten zorgen.”

Save the date!

Save the date!

Belangrijkste kapitaal

Organisaties moeten zich ook in de toekomst realiseren dat mensen hun belangrijkste kapitaal zijn, stelt Price. “Mensen zeggen tegen mij: ‘Maar jij werkt voor Atlassian, dat is een technologiebedrijf.’ Mijn antwoord is dan: ‘Technologie is ons product, mensen zijn ons kapitaal. Dat is waar als onze ideeën en onze creativiteit vandaan komen. We moeten ze koesteren en ervoor zorgen.”

Leven lang leren

Investeren in de kennis van mensen wordt daarom steeds belangrijker, voorspelt Price. Hij ziet zichzelf als het voorbeeld van leven lang leren. “Toen ik naar de universiteit ging, zeiden mijn ouders tegen mij: ‘Als je accountant wordt, heb je een baan voor het leven.’ En ik was een jongen uit Manchester – destijds bepaald geen bloeiende economie – dus ik dacht ‘Wauw, een baan voor het leven. En wat nog mooier is, als ik afgestudeerd ben, dan ben ik klaar met leren. Dan ga ik alleen nog maar doen.’ Ik heb een hoop geleerd sinds mijn opleiding, door elke carrièrestap die ik heb gemaakt. En ik denk dat ik nu een hogere leersnelheid heb dan ooit tevoren. Dat geeft mij enorm veel energie: ik vind het geweldig om nieuwe dingen te leren en te worden uitgedaagd en geprovoceerd.”

Uitdaging voor organisaties

Price beseft dat het voor organisaties een enorme uitdaging is om ervoor te zorgen dat hun medewerkers zich blijven ontwikkelen. “Vrijwel elke organisatie waar ik kom, heeft het over de war for talent en het feit dat ze niet genoeg mensen kunnen vinden met de juiste vaardigheden. Tegelijkertijd danken die organisaties duizenden mensen af die niet precies de juiste vaardigheden hebben. En nog niemand heeft het optelsommetje gemaakt dat het waarschijnlijk makkelijker is om die mensen om- of bij te scholen, dan om ze te ontslaan en vervolgens te proberen mensen te werven die niet bestaan. We moeten slimmer worden in hoe we denken over overdraagbare vaardigheden en verantwoordelijkheid nemen voor het opleiden van mensen. Zodat we mensen kunnen opleiden voor de toekomstige rollen in het bedrijf. Want ik denk niet dat het zal gaan lukken om ze te vinden in een niet bestaande talentpool.”

Zingeving

In de eeuwige race om meer, groter en sneller, vergeten mensen en bedrijven om stil te staan bij zingeving, signaleert Price. “Wij geven mensen vijf vrije dagen per jaar om vrijwilligerswerk te doen. Mensen vragen soms: ‘Waarom? Hoe verhoogt dit de productiviteit?’ En dan zeg ik: ‘Dat doet het niet. Dit verlaagt de productiviteit met vijf dagen per jaar. Maar het is goed om te doen.’ Wij leiden een ongelooflijk gefortuneerd bestaan. Ons technologiebedrijf groeit en is succesvol. Wij geven vierduizend mensen vijf dagen vrij. Dat is wereldwijd twintigduizend dagen die we schenken aan goede doelen. Niet alleen dragen we zo bij aan gemeenschappen en liefdadigheidsorganisaties, maar het verrijkt ook onze medewerkers. Zij leren de wereld kennen tijdens die dagen.”

Price ontkent niet dat daar ook voor Atlassian een gunstig bijeffect aan zit. “Mensen doen dit graag en ze raken gemotiveerd. Ze worden wereldwijzer en waarderen daardoor meer wat ze bij ons hebben. Het is een heel goed retentie-instrument. Of het daardoor de productiviteit ook verhoogt? Dat geloof ik niet, maar het is ook niet iets dat we meten.” Schouderophalend: “Het zal best helpen.”

Betere wereld

Price gelooft erin dat bedrijven verder moeten kijken dan het hier en nu en hun eigen belangen. “Wij geven 1 procent van onze winst aan goede doelen. Toen het bedrijf net was begonnen, konden onze oprichters Mike Cannon-Brookes en Scott Farquhar dat makkelijk beloven: er was geen winst. Nu zijn we een miljardenbedrijf en is 1 procent een substantieel bedrag. Maar Mike zegt: ‘Het is nog steeds maar 1 procent. We missen het niet.’ Als een maatschappij moet je kijken naar wat je kunt doen.”

Optimistisch

Price benadert de toekomst graag optimistisch. “Mensen zijn zo bang voor alles dat ze niet kunnen doen, dat ze verlamd raken en maar blijven zitten en kijken naar hoe slecht alles is.

Hij vertelt over een bijeenkomst in Londen waar hij recent twee ondernemers sprak. “Een vertelde hoe slecht het met zijn bedrijf ging en hoe alles gedoemd was te mislukken. Dus ik vroeg hem: ‘Wat heb je al geprobeerd?’ Maar volgens hem was het zinloos iets te proberen. Daarna kwam er een andere man bij. Hij was 62 en was net een half jaar geleden een nieuw bedrijf begonnen. Zijn enthousiasme was verslavend. Hij had net een partner aangetrokken en zei: ‘Hij is negentien, ik ben 62. We werken fantastisch samen: ik weet niet wat hij weet en hij weet niet wat ik weet, we leren van elkaar. We hebben nu vijf mensen in dienst en beginnen omzet te maken. Dat is geweldig, want een half jaar geleden was er nog niets.’”

Dit is de houding die organisaties nodig hebben om de toekomst aan te kunnen, gelooft Price. “Ik weet ook niet wat de toekomst brengt, maar ik wil hem vastgrijpen en alles uitproberen. Ik hou mijn hart vast voor bedrijven die wachten tot de toekomst ze overkomt.”

Reageer op dit artikel