nieuws

Wie niet leert, bestaat over tien jaar niet meer

Personeelsmanagement

Bedrijven zien het aanbieden van ontwikkelingsmogelijkheden vooral als manier om zich te profileren als goede werkgever. Nog niet de helft ziet leren en ontwikkelen als manier om de eigen concurrentiepositie te bewaken.

Wie niet leert, bestaat over tien jaar niet meer

Dit blijkt uit de L&D Monitor, een onderzoek in opdracht van Studytube uitgevoerd onder 214 HR-professionals die binnen hun organisatie verantwoordelijk zijn voor L&D.

68 procent van de respondenten noemt het werkgeversimago als reden voor ontwikkelingsmogelijkheden, gevolgd door ‘het behouden van medewerkers’ (65%) en het ‘bijblijven in marktontwikkelingen’ (62%). Slechts 37 procent noemt het behouden van de concurrentiepositie als drijfveer om L&D een prominente rol te geven. Dat is opmerkelijk, omdat meer dan de helft van de respondenten (52%)  denkt dat hun organisatie over tien jaar niet meer bestaat als er niet wordt ingezet op de ontwikkeling van medewerkers.

Strategisch belang

Hoewel L&D dus nog vooral wordt ingezet om goed werkgeverschap uit te stralen, is 82 procent van de respondenten het erover eens dat een lerende cultuur wel degelijk van strategisch belang is voor een organisatie. Sterker nog, bij ongeveer de helft (51%) van de Nederlandse organisaties is iemand binnen de directie expliciet verantwoordelijk voor L&D.

Bij een iets kleinere groep (49%) is er een duidelijke visie op het gebied van L&D, die is verbonden met de bedrijfsdoelstellingen. “Kortom: er wordt wel strategisch belang gehecht aan leren en ontwikkelen, maar L&D wordt nog veel te weinig gekoppeld aan waar het écht om gaat, namelijk het up-to-date blijven en meegaan in de ontwikkelingen in de branche. Als jij het niet doet, doet je concurrent het wel”, aldus Homam Karimi, CEO van Studytube.

Leestip!

Leestip!

Personeelsschaarste

“Het is opvallend dat het werkgeversimago, en daarmee dus het binnenhalen en behouden van personeel, momenteel het belangrijkste doel is van learning & development. Natuurlijk is het logisch dat dit een prioriteit is een tijd van personeelsschaarste, maar je kunt je afvragen of dit de belangrijkste doelstelling moet zijn van je organisatie als het op leren aankomt. Het gaat er uiteindelijk om dat je kunt inspelen op de veranderende omstandigheden van de organisatie zoals digitalisering, globalisering en de toenemende concurrentie. Je zou verwachten dat dit een grotere rol speelt bij de motivatie van bedrijven.”

Functioneringsgesprek

Bij 81 procent van de organisaties is L&D inmiddels een vast onderdeel van het functioneringsgesprek, maar het komt lang niet altijd tot een vervolg. Bij 66 procent van de gesprekken wordt ook daadwerkelijk een leerplan geformuleerd naar aanleiding van de gestelde doelen en gaan medewerkers actief aan de slag met leren.

Karimi: “Vaak zit het nog niet in het ‘systeem’ van medewerkers om zelf aan de slag te gaan met leren. Zij hebben een duwtje in de rug nodig: iemand die hen stimuleert, inspireert en in principe ‘verleidt’ om te gaan leren. Natuurlijk is een goed platform dat voldoet aan de wensen en behoeften van de medewerker essentieel, maar een inspirator is misschien nog wel belangrijker. Goed voorbeeld doet immers goed volgen”, aldus Karimi.

Tussen droom en daad

Een dergelijk goed voorbeeld komt meestal vanuit een directielid of manager. L&D-professionals nemen de ontwikkelingen dan ook zeker serieus door het onderwerp op de MT-agenda te zetten en er budget voor vrij te maken, zo blijkt uit het onderzoek. Tegelijkertijd komt er in de praktijk weinig van terecht: het onderzoek toont zelfs aan dat bij slechts 38 procent van de bedrijven een manager het juiste voorbeeld geeft.

Reageer op dit artikel